Jennifer Simons in New York: vrede, handel en steun aan Cuba op VN podium

New York is ver, maar de Maas voelt het toch

Rotterdam, 24 september 2026 – Vanuit Rotterdam lijkt New York ver weg, maar de golven van de 81ste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties komen via de Maas zo de stad binnen. Op dinsdag 22 september 2026 stond daar president Jennifer Simons van Suriname achter het spreekgestoelte. Niet voor de show, maar voor positionering. Haar eerste formele internationale missie sinds haar installatie op 16 juli 2025. Ze vertrok met een kleine delegatie vanaf de Johan Adolf Pengel luchthaven via Panama, droeg het bestuur over aan vicepresident Gregory Rusland en landde in een wereld die piept onder geopolitieke spanning. Wat ze daar kwam doen is voor Rotterdammers met familie in Suriname, Vlaanderen en Caribisch Nederland direct voelbaar: het gaat over vrede, over veiligheid, over handel en over wie de rekening betaalt als grote landen ruzie maken.

Advertenties

Waarom Jennifer Simons naar de Verenigde Naties ging

De officiële lezing van de Surinaamse regering is helder en werd voor vertrek al uitgesproken. Het doel van de deelname aan de Verenigde Naties in New York is om het land internationaal op een positieve manier te profileren en te positioneren met als voornaamste doel het stimuleren van de nationale ontwikkeling. Dat is geen holle frase. Simons heeft twee verhalen die ze tegelijk moet verkopen. Verhaal één: Suriname is een van de drie carbon negatieve landen ter wereld, een van de groenste landen op de planeet, en die status moet geld en partners opleveren. Verhaal twee: Suriname is een land in transitie met een grote opkomende olie- en gasindustrie die moet zorgen voor een volgende fase van ontwikkeling. Tussen die twee verhalen – groen en olie – moet ze balanceren. Daarnaast stonden er bilaterale ontmoetingen gepland met staatshoofden en leiders van internationale organisaties die van belang zijn voor Suriname. Concrete zaken zoals overeenkomsten met landen en organisaties. Tegenover de Communicatie Dienst Suriname zei ze het nuchter: het is een jaarlijkse vergadering en daarom doet Suriname ook mee. Alle landen doen mee, je kunt niet thuisblijven. Ze keert op 26 september terug naar Suriname.

President Simons

Wat Simons zei over vrede, veiligheid en handel

In haar rede legde Jennifer Simons de vinger op de zere plek die ook op Zuidplein en de West-Kruiskade voelbaar is: gewapende conflicten blijven onschuldige levens eisen, terwijl geopolitieke spanningen toenemen. Ze wees op de gevolgen die kwetsbare economieën direct raken. Hogere en minder voorspelbare kosten voor energie, voedsel, transport en dienstverlening. Moeilijker toegang tot betaalbare ontwikkelingsfinanciering. Ze noemde de ontwikkelingen rond de Straat van Hormuz als voorbeeld van hoe snel spanning kan escaleren en wat dat doet met energiemarkten en sociale ontwikkeling. Haar boodschap was daarom een oproep tot dialoog, diplomatie en een vreedzame oplossing van internationale conflicten, met een hernieuwde inzet volgens de beginselen van het VN-Handvest. Dialoog is het enige antwoord om een solide en bewezen VN-systeem te beschermen, zei ze. Ze sprak over vertrouwen in de Verenigde Naties dat dringend moet worden hersteld, over multilateralisme en over de noodzaak van een internationale rechtsorde. Voor een klein land zonder groot leger of grote economische macht is dat geen luxe, maar noodzaak. Suriname heeft geen grote macht om ten toon te stellen en moet daarom afhankelijk zijn van regels. Ze benadrukte ook dat Suriname wil bijdragen, de Caribische Gemeenschap wil versterken en zich uitsprak tegen militaire agressie in de regio. Daarnaast vroeg ze aandacht voor Haïti, met steun voor het herstellen van veiligheid en constitutionele orde waarbij het Haïtiaanse volk centraal moet staan.

Cuba op de agenda: steun aan Cuba is geen liefdesbrief

In datzelfde verhaal viel de naam Cuba. Suriname vroeg volgens het staatshoofd ook aandacht voor de situatie in Cuba en riep alle betrokken partijen op zich te blijven inzetten voor dialoog en diplomatie, met als doel verdere escalatie te voorkomen en tot een vreedzame oplossing te komen. President Simons heeft bij de Verenigde Naties opnieuw gepleit voor een einde aan het economische, commerciële en financiële embargo tegen Cuba. Dat is geen nieuwe liefde, het is staand beleid. Suriname stemt al sinds 1992 elk jaar in de Verenigde Naties voor opheffing. De formulering is steeds dezelfde: het langdurige embargo brengt ellende voor de bevolking, het moet eindigen via onderhandelingen. In de Rotterdamse straat vertaald: je kunt het oneens zijn met hoe iemand zijn huis runt, maar je laat zijn kinderen niet zonder eten en medicijnen zitten. De maatschappelijke analyse die Simons eraan koppelt is tastbaar: sancties leiden tot tekorten, tekorten leiden tot onrust, onrust leidt tot migratie en instabiliteit die uiteindelijk ook de handel in de haven raakt.

Waarom CARICOM en de Caraïben achter Cuba staan tegen Amerikaanse sancties

Het is daarom logisch dat de Caraïbische landen vrijwel unaniem achter Cuba staan als het gaat om de Amerikaanse sancties. De 14 landen van de Caribbean Community, CARICOM, stemden in 2024 unaniem vóór de resolutie om het handels- en economisch embargo van de Verenigde Staten tegen Cuba te beëindigen. Dat is geen toeval. Sinds de jaren tachtig, toen Suriname onder het militaire bewind warme betrekkingen onderhield met Cuba en Grenada tot ergernis van president Reagan, is er een band gegroeid die praktisch is. Cuba heeft Suriname in het verleden vaak terzijde gestaan, vooral in tijden van gezondheidscrises en schaarste aan medisch personeel. Dat patroon zie je in de hele regio. Onafhankelijke Caribische staten als Suriname, Guyana, Jamaica, Haïti, Trinidad en Tobago, Dominica en Saint Lucia hebben kleine begrotingen en een chronisch tekort aan specialisten. Voor hen is Cuba de huisarts die wel komt als anderen niet komen. Voor niet-onafhankelijke gebieden ligt dat anders. Puerto Rico en de Amerikaanse Maagdeneilanden vallen onder de Verenigde Staten, Martinique en Guadeloupe onder Frankrijk, Aruba en Curaçao onder het Koninkrijk der Nederlanden. Zij vallen onder het zorg- en studiesysteem van hun metropool en bepalen hun VN-stem niet zelf. De steun aan Cuba is dus ook een onderscheid tussen onafhankelijkheid en afhankelijkheid. Het is regionale solidariteit geworteld in Zone of Peace denken: geen uitsluiting, geen militaire dreiging in de eigen regio, oplossingen via dialoog.

Advertenties

De hele wereld steunt Cuba, behalve twee landen

Wie denkt dat alleen de Caraïben Cuba steunen, vergist zich. De cijfers uit New York zijn bijna unaniem. Op 30 oktober 2024 stemden 187 landen voor opheffing van het embargo, 2 tegen, de Verenigde Staten en Israël, en 1 onthouding, Moldavië. In oktober 2025 zakte dat door zware Amerikaanse druk naar 165 voor, 7 tegen, waaronder de Verenigde Staten, Israël, Argentinië, Hongarije, Paraguay, Noord-Macedonië en Oekraïne, en 12 onthoudingen. Maar nog steeds een overweldigende meerderheid. De redenen lopen uiteen. Voor de Europese Unie, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland is het een principekwestie van vrijhandel. Zij zeggen letterlijk dat het embargo open handel en investeringen beperkt. Voor Latijns-Amerika en Afrika is het een kwestie van soevereiniteit en anti-unilateralisme. Voor Rusland en China is het geopolitiek. Rusland levert al jaren cruciale hulp in de vorm van voedsel, brandstof, medicatie en financiële steun telkens wanneer Havana daarom vraagt, en ziet Cuba als strategische voetafdruk voor de deur van Washington. China ziet Cuba als kans om zijn economische en politieke footprint in Latijns-Amerika te vergroten en om Amerikaanse hegemonie te challengen. Zij geven steun in de vorm van energie, humanitaire hulp en politieke solidariteit. Mexico, Brazilië, Canada, Spanje en Belarus leveren intussen ook humanitaire en brandstofhulp nu de Venezolaanse olie wegvalt door Amerikaanse druk. Het straat ritme hier is: als de grote jongens duwen, zoeken de kleintjes elkaar op.

President Simons roept op tot beëindiging embargo tegen Cuba bij AVVN

Wat Cuba teruggeeft: dokters, beurzen en geloofwaardigheid op straat

Want Cuba heeft altijd klaargestaan voor arme landen, en dat is meetbaar. Na de verwoesting door de orkanen Georges en Mitch in 1998 bood Cuba 500 volledige medische beurzen per jaar aan voor de komende tien jaar aan studenten uit de zwaarst getroffen landen: de Dominicaanse Republiek, Haïti, Honduras en Nicaragua. Daarvoor werd in maart 1999 de Latin American School of Medicine, ELAM, in Havana geopend. Uiteindelijk werden 10.000 volledige beurzen aangeboden aan studenten uit ontwikkelingslanden en achtergestelde gemeenschappen met de afspraak dat ze terug zouden keren om te werken in vergelijkbare gebieden. Tot op vandaag hebben artsen uit 83 landen en meer dan 100 etnische groepen daar hun diploma gehaald. Zoals de premier van Saint Lucia onlangs nog zei: many of our doctors got trained in Cuba. Het programma omvat ook Operación Milagro voor gratis oogoperaties en alfabetiseringsprogramma’s. Voor de onafhankelijke Caribische landen die geen grondgebied vormen van de VS of Europese landen is dat het verschil tussen wel of geen zorg. Dat geeft Cuba een straat geloofwaardigheid die geen resolutie kan kopen. Het is tastbare handel: kennis tegen solidariteit. En die solidariteit betaalt zich uit in de VN, waar diezelfde landen jaar na jaar zeggen dat het embargo moet stoppen.

Reacties

Plaats een reactie