De stilte op de Waterkant
Rotterdam – Op 29 augustus publiceerde Waterkant een titel die in Rotterdam meteen bleef hangen: Pawiroredjo over controversiële uitspraak Israëlische minister, Suriname zwijgt en kijkt weg. De link zelf gaf een 404, maar de lading was duidelijk. Wie langs de Maas loopt met de wind in je gezicht en de stad in je benen, herkent dat soort stilte meteen. Het is de stilte van een regering die niet wil kiezen, terwijl op straat de gesprekken juist harder worden. NPS-fractieleider Jerrel Pawiroredjo, arts en politicus uit Paramibo, legde precies daar de vinger op. Zijn punt was niet dat Suriname ruzie moet zoeken met Israël, maar dat zwijgen ook een keuze is. En in een land met een koloniale rugzak vol onderdrukking weegt zwijgen zwaarder dan elders.
Wie is Steve Meye en waarom doet hij ertoe in Paramibo
Om die stilte te begrijpen moet je terug naar 12 juni 2026. Toen werd bisschop Steve Meye beëdigd als niet-residerend ambassadeur voor Israël. Hij volgt Stevanus Noordzee op, die die functie sinds maart 2022 bekleedde. De benoeming leidde direct tot debat in De Nationale Assemblee. Pawiroredjo plaatste vraagtekens bij de beslissing en zei dat de benoeming vragen oproept omdat Israël internationaal regelmatig wordt bekritiseerd vanwege vermeende mensenrechtenschendingen. Dat is geen losse opmerking. Suriname erkende Palestina al op 2 februari 2011 onder president Desi Bouterse, binnen de grenzen van 1967. Suriname is ook lid van de OIC, een blok van 57 landen dat zich expliciet inzet voor solidariteit met Palestina. Vorig jaar bleef Suriname samen met meer dan 77 landen weg bij de toespraak van Netanyahu bij de VN. Minister Ramdin vatte de oude lijn ooit samen als: Suriname heeft Hamas veroordeeld, niet Palestina, en riep namens de Caricom op tot een staakt-het-vuren. Minister Melvin Bouva van Buitenlandse Zaken zegt nu dat er geen beleidswijziging is. Maar in de wijk voel je dat die uitleg niet landt, omdat het straat ritme iets anders vraagt dan diplomatieke woorden.
Twee ministers, één harde lijn uit Jeruzalem

Waar Pawiroredjo op doelt, viel in dezelfde week. Aan de ene kant minister van Financiën Bezalel Smotrich met zijn E1-plan, 3400 woningen tussen Oost-Jeruzalem en Maale Adumim, waarmee de Westelijke Jordaanoever feitelijk in tweeën wordt gesplitst. Hij zei er zelf bij dat het project het idee van een Palestijnse staat zou begraven en dreigde met annexatie als Palestina in september erkend wordt. Aan de andere kant minister van Buitenlandse Zaken Gideon Sa’ar die Nederlandse vertegenwoordigers uit het internationale steuncentrum voor Gaza in Kiryat Gat liet zetten, als reactie op een Nederlands importverbod op producten uit nederzettingen. Voor een land als Suriname, dat leeft van handel, diplomatie en balanceren, is dat geen ver-van-mijn-bed-show. Het raakt direct aan de vraag of je als klein land je mond houdt om een ambassadeur te sparen, of je uitspreekt omdat je eigen geschiedenis je dwingt tot stellingname. De ervaring van Rotterdammers met wortels in Suriname en Caribisch Nederland is dat die stilte op den duur onveilig voelt op straat, omdat mensen niet meer weten waar hun regering staat.
Wat levert Israël Suriname nou echt op
Als je het afpelt, is de relatie oud maar dun. Diplomatieke banden sinds 24 februari 1976. De officiële omschrijving is al jaren hetzelfde: samenwerking op onderwijs en capaciteitsversterking, gezondheidszorg, landbouw, infrastructuur, cultuur vanwege de Joodse diaspora, investeringen en het bevorderen van ondernemerschap. Concreet gaat het om trainingen en beurzen via MASHAV, stages in de techniek en landbouw, kennis over watermanagement in de rijstsector, en af en toe medische artikelen voor zorginstellingen. President Jennifer Simons, die sinds de verkiezingen van mei 2025 een coalitie van 34 van de 51 zetels leidt met de NDP als grootste partij, wil die samenwerking verdiepen op landbouw, watermanagement, innovatie, gezondheidszorg en investeringen. Dat klinkt logisch voor een land dat olie-inkomsten verwacht en zijn landbouw wil moderniseren. Maar economisch is het verwaarloosbaar. De export naar Israël was in 2022 68 duizend dollar, vooral hout en wat ijzerwaar. Er is geen ambassade in Jeruzalem omdat er simpelweg geen budget voor is. Het is dus geen handelsrelatie die banen in Paramibo of Rotterdam-Zuid oplevert, het is een functionele, technische relatie die vooral symbolisch gewicht heeft.
Waarom Suriname ook zonder Israël kan
En hier komt de Rotterdamse nuchterheid om de hoek kijken. Kan Suriname zonder Israël? Ja, makkelijk. Alles wat Israël biedt, kun je elders halen. Rijst en water bij Wageningen of Embrapa uit Brazilië, artsen en medische kennis uit Cuba, India of Nederland, beurzen via Turkije, Marokko of Indonesië binnen de OIC. Het verbreken van de band zou economisch niemand merken. De reden dat Suriname het toch aanhoudt, is niet afhankelijkheid maar een overlevingsstrategie van een kleine staat: met iedereen praten, niemand onnodig tegen je in het harnas jagen, deuren openhouden naar Washington en naar de Golfstaten tegelijk. Maar die strategie heeft een prijs. Dagblad Suriname kopte recent dat Simons positie moet kiezen in de OIC-kwestie en dat het onduidelijk is of Suriname de solidariteit met Palestina nog openlijk steunt. Voor veel Surinamers in Nederland en Vlaanderen voelt dat als een breuk met de eigen lessen uit de koloniale geschiedenis. Als je zelf weet hoe het is om als tot slaaf gemaakte te worden verscheept, om als inheemse je dorp te zien branden, dan weegt een ambassadeur minder zwaar dan menselijkheid.
Koloniale littekens en de keuze voor menselijkheid
Suriname draagt die littekens openlijk. Het land werd in 1650 gesticht als plantagekolonie door de Engelsen en in 1667 overgenomen door de Nederlanders. Plantages werden bewerkt door tot slaaf gemaakten, vooral uit Afrika, maar ook inheemsen moesten gedwongen werken. Tussen 1668 en 1827 werden zeker 213.000 mensen uit Afrika naar Suriname gebracht. Daarnaast was er de inheemse oorlog van 1678 tot 1686, waarvoor in 2019 een monument werd onthuld ter ere van alle inheemse gevallenen tijdens de kolonisatie en als eerbetoon aan strijders die zich verzetten tegen slavernij, uitbuiting, onderdrukking en overheersing. Anton de Kom vatte het samen als een aanklacht tegen racisme en kolonialisme. Marrons dwongen in 1760 een vredesverdrag af en stichtten wat wordt gezien als eerste zwarte vrijstaat. Die geschiedenis maakt dat veel Surinamers, van Creolen tot Hindoestanen, van Javanen tot inheemsen, vanzelf de taal van bezetting en nederzettingen herkennen. De erkenning van Palestina in 2011 werd dan ook verkocht als solidariteit met onderdrukte volkeren, niet als religieuze keuze. Tegelijk heeft Suriname met Jodensavanne een van de oudste Joodse gemeenschappen van de Amerika’s, ontstaan uit vlucht voor vervolging. Die dubbele ervaring maakt het debat zo geladen. In Rotterdam hoor je het in de wijk, tussen snackbar en moskee, tussen markt en kerk: mensen willen veiligheid, geen abstracte diplomatie. Ze willen dat woorden als mensenrechtenschendingen niet alleen in rapporten staan maar landen in beleid. En ja, op diezelfde pleinen valt ook de harde zin stop de genocide, niet als leus om te roepen, maar als beschrijving van wat mensen denken te zien op hun telefoon. De wind vanaf de Maas neemt die gesprekken mee de stad in. Uiteindelijk is de vraag voor de NDP-regering onder Simons dus niet of Suriname Israël nodig heeft, maar of het zijn eigen verhaal nog durft te vertellen.





Plaats een reactie