Rotterdam – Het is zaterdagavond, koel zomerweer aan de Maas. De wind schuift over de kade, de lichtjes van de haven branden door, op de Witte de With een borreltje en de stad in haar vaste straatritme. Op je telefoon komt Paramaribo binnen. Niet over olie, niet over de koers, maar over een Facebook-post die het hele land bezighoudt. En als je Suriname kent, dan weet je: dit soort momenten vraagt om leiderschap. En leiderschap, dat is precies waar de naam Desi Delano Bouterse voor stond.
De afgelopen week kwam de Nationale Democratische Partij met een verklaring over Fabian Menig, beter bekend als Dada Fmr van NDP Streetmedia. Aanleiding was een walgelijke post over Hindoestanen. De NDP nam afstand. Maar wie het nieuws leest en de geschiedenis kent, stelt meteen de vraag die nu in elk koffiehuis van Rotterdam-Zuid tot elk erf in Paramaribo klinkt: onder Bouterse was dit nooit zo ver gekomen.
Wie zijn Dada en Dodo in de schaduw van een groot leider?
Om Dada en Dodo te begrijpen, moet je het bouwwerk begrijpen dat Bouterse heeft neergezet.
Dada is Fabian Menig, 47 jaar, bekend als Dada Fmr, het gezicht van NDP Streetmedia. Dodo is zijn vaste partner. Samen werden ze het duo Dada en Dodo, bekend van Culturu.tv, van straatinterviews, van hustlen in de binnenstad, van filmpjes die ze zelf moesten uitleggen met de zin: wij komen niet op de lijst van de NDP. Ze waren geen bestuurders, geen ministers, geen DNA-leden. Ze waren jongens van de straat die door de beweging van Bouterse een podium kregen.
En dat is precies de verdienste van Bouterse die te weinig wordt benoemd. Waar andere partijen de straat vergaten, gaf Bouterse de straat een stem. Hij begreep als geen ander dat politiek niet alleen in vergaderzalen wordt gemaakt, maar ook op de hoek bij de koopman, bij de markt, in de wijk. Dada en Dodo zijn in dat opzicht kinderen van zijn school. Hij leerde een hele generatie dat je trots mag zijn op je afkomst, dat je je niet hoeft te schamen voor je taal, dat Sranantongo ook een taal is van politiek.
Het niveau van Dada en Dodo was nooit academisch, dat klopt. Geen beleidsstukken, geen begrotingen. Maar hun kracht was bereik. En dat bereik bestond alleen omdat Bouterse een partij bouwde die breder was dan de elite. Een partij van de havenarbeider, van de kleine handelaar, van de man met een weekend baantje die toch wil meepraten over zijn land. Dat vergeten veel critici vandaag.
De brandstapel-post die indruist tegen alles waar Bouterse voor stond

Wat Dada nu postte, staat haaks op alles waar Bouterse voor stond. Letterlijk schreef hij: „Koelies zijn geen Surinamers, koelies horen thuis op een brandstapel, kutas koelies duivelse kinderen.” Met middelvingers erbij. Het is geen mening, het is het ontmenselijken van een hele bevolkingsgroep.
Wie Bouterse heeft meegemaakt, weet dat hij dit nooit zou hebben getolereerd. Niet omdat hij bang was voor ophef, maar omdat hij geloofde in Soso Lobi. Bouterse was een Creoolse leider die juist de brug bouwde naar Hindoestanen, Javanen, Chinezen, Inheemsen. Hij haalde Rashied Doekhie binnen, hij omarmde Ricardo Panka, hij sprak altijd over één volk. Zijn hele levenswerk was het bij elkaar houden van een verscheurd land na 1980. Hij wist dat Suriname alleen kan draaien als de haven draait voor iedereen, als de veiligheid er is voor iedereen, als de portemonnee van alle groepen wordt beschermd.
Vorig jaar zei Dada al dat Hindoestanen geen Surinamers zijn en naar India moeten. Ook toen zonder harde correctie. Onder Bouterse zou dat ondenkbaar zijn geweest. Eén telefoontje, één gesprek in zijn kantoor, en het was klaar. Niet omdat Bouterse een dictator van meningen was, maar omdat hij discipline zag als vorm van respect. Respect voor het grotere geheel. Wie voor de NDP werkte, vertegenwoordigde zijn droom van eenheid. Wie die droom besmeurde met racisme, verraadde niet de partij, maar verraadde Bouterse zelf.
De paarse verklaring van de NDP na de rel
Vrijdag 21 augustus kwam de NDP met een verklaring. De partij neemt nadrukkelijk afstand van racistische en discriminerende uitlatingen die de afgelopen dagen via sociale media zijn verspreid. Het weerspiegelt op geen enkele wijze haar waarden, normen en principes. De NDP noemt zichzelf een partij van eenheid, respect en inclusiviteit.
Het is een correcte verklaring, maar iedereen voelt dat ze te laat komt en te dun is. Vrijdagmiddag zegt Dada er zelf achteraan: „Den ICT’ers fu VHP hack mi account fu f*ck mi up.” Zijn account zou gehackt zijn door ICT’ers van de VHP.
In Rotterdamse termen: eerst groot praten op het plein, daarna zeggen dat je telefoon is gejat. Het is straatgedrag dat we kennen, maar het is geen leiderschap. En leiderschap is precies wat Bouterse altijd bracht. Hij verstopte zich niet achter woorden als gehackt. Als er iets misging, stond hij op. Hij nam verantwoordelijkheid. Hij corrigeerde zijn mensen in het openbaar als het moest, en in beslotenheid als het kon. Daarom had hij autoriteit.
Jennifer Simons, nu zowel voorzitter van de NDP als president van Suriname, staat voor een bijna onmogelijke taak. Ze moet het erfgoed van Bouterse dragen, terwijl ze ook president is van alle Surinamers. Ze moet de haven draaiende houden, investeerders geruststellen, veiligheid garanderen. En tegelijk moet ze een achterban bij elkaar houden die gewend was aan één man die met één woord alles stil kreeg. Dat zij nu kiest voor een algemene verklaring zonder naam, zonder royement, zonder harde breuk, laat zien hoe groot de schoenen zijn die Bouterse heeft achtergelaten.
Waarom iedereen zegt: onder Bouterse was dit niet gebeurd
Het is geen nostalgie, het is een analyse van macht en respect.
Onder Bouterse was de lijn helder. De NDP was geen verzameling losse Facebook-pagina’s. Het was een beweging met een leider die iedereen kende, van de rivier tot de stad. Dada en Dodo waren Bouterse-mannen in hart en nieren. Ze bestonden bij gratie van zijn vertrouwen. Als Bouterse zei dat Soso Lobi geen slogan is maar een opdracht, dan was het een opdracht. Dan ga je niet roepen dat een bevolkingsgroep op een brandstapel moet. Dan weet je dat je niet alleen je eigen baan op het spel zet, maar ook de veiligheid van het land en de portemonnee van de kleine man die afhankelijk is van rust.
Bouterse had die multiculturele kaart niet nodig als truc. Hij leefde hem. Hij wist dat Suriname alleen sterk is als alle groepen zich thuis voelen. Daarom kon hij in Wanica staan en in Coronie en in Para en overal hetzelfde zeggen: we zijn één. Dat is geen marketing, dat is staatsmanschap. Het is het besef dat verdeeldheid direct geld kost. Verdeeldheid kost investeringen in de haven, kost toerisme, kost vertrouwen in de munt.
Daarom zeggen mensen nu terecht: onder hem was dit niet gebeurd. Of het was nooit gepost, of het was binnen vijf minuten offline gehaald met diepe excuses. Niet uit angst, maar uit eerbied voor de leider. Jongens als Dada keken op naar Bouterse. Als hij sprak, luisterden ze. Dat soort natuurlijk gezag kun je niet uit een verklaring halen.
De valkuil van Raaj en de les van de straat
Er is nog een tweede les, en die komt recht uit de Rotterdamse straat.
Veel mensen, zoals Raaj, benoemen terecht hoe fout die woorden van Dada zijn. Maar in de volgende zin gaan ze zelf generaliseren over de groep waar Dada toe behoort. Over Creolen, over Afro-Surinamers. Dan doe je precies hetzelfde.
Bouterse waarschuwde daar altijd voor. Hij zei: je veroordeelt de dader, niet zijn volk. Dada is een racist. Niet alle Creolen zijn Dada. Wie Dada’s fout gebruikt om een hele bevolkingsgroep te beschuldigen, bewijst dat hij niks begrepen heeft van Soso Lobi. In een stad als Rotterdam, waar we met honderd achtergronden op een vierkante kilometer leven, weten we dat je alleen samen verder komt als je individuen aanspreekt op gedrag, niet hele wijken op afkomst.
Racisme bestrijd je niet met tegen-racisme. Je bestrijdt het met grenzen. En grenzen stel je met leiderschap. Met een leider die zegt: tot hier en niet verder. Dat was Bouterse ten voeten uit. Hij kon streng zijn, hij kon hard zijn, maar hij was rechtvaardig in zijn streven naar eenheid.
Het weekend valt over de Maas. De wind blijft, de haven draait door. In Paramaribo is het avond. De filmpjes blijven rondgaan, de verklaringen ook. Wat blijft hangen is niet een paarse poster, maar de herinnering aan een leider die dit land bij elkaar hield met zijn stem, zijn discipline en zijn geloof in één Suriname. De vraag die nu op de hoek van de straat wordt gesteld, van Noord tot Zuid, is simpel: wie bewaakt dat erfgoed nu Bouterse er niet meer is?
De werkelijke test voor de NDP begint pas na deze verklaring. Niet met meer woorden, maar met daden die passen bij de man die deze partij groot maakte.





Plaats een reactie