Importverbod nederzettingen is symboolpolitiek met beperkte impact

Rotterdam ruikt de haven, maar praat over de Westbank

Rotterdam, 23 september 2026 – Op de Coolsingel loop je langs een Turkse bakker die dadels verkoopt uit Jericho, twee straten verder hangt bij een evangelische boekhandel een poster met de tekst bid voor de vrede van Jeruzalem. Het is die Rotterdamse werkelijkheid waarin de handel met Israël nooit ver weg is. Niet als abstracte buitenlandse politiek, maar als dozen in een loods op de Maasvlakte, als factuur op een kantoor aan de Boompjes. De cijfers liegen niet. België exporteerde in 2023 voor 1,88 miljard dollar naar Israël, importeerde voor 767,66 miljoen dollar terug. Nederland zit in dezelfde orde van grootte met 2,47 miljard aan wederzijdse handel. Antwerpen en Rotterdam zijn elkaars spiegel. Alleen, als je vraagt waar dat geld precies vandaan komt, kom je uit bij een veel kleiner verhaal dat nu een groot politiek toneelstuk is geworden.

Advertenties

Wat de ban op nederzettingen echt waard is

De Europese Commissie rekende het zelf uit. De totale import uit Israëlische nederzettingen in bezette gebieden naar de hele Europese Unie is ongeveer 230 miljoen euro per jaar. Het gaat dan bijna volledig om landbouw. Avocado’s, dadels, wijn uit Judea en Samaria, de bijbelse naam die Israël zelf gebruikt voor de Westbank. Nederland is daarbinnen de grootste afnemer. Onderzoek van Global Echo, dat duizenden zendingen tussen 2017 en 2026 analyseerde, laat zien dat ongeveer 30 procent van die goederen via Nederland loopt of er bestemd is. Voor Nederland alleen praat je dus over 70 tot 80 miljoen euro per jaar. Voor België is het aandeel kleiner, maar samen komen Nederland en Vlaanderen uit op ergens tussen de 80 en 110 miljoen euro die nu onder een verbod valt.

Zet dat af tegen de totale handel van 2,65 miljard voor België alleen en je ziet de verhouding. Minder dan twee procent. Het is het verbieden van de kruimels terwijl het brood gewoon blijft liggen. De ban die op 22 september in Nederland inging en die in België in juli als ontwerp van koninklijk besluit werd goedgekeurd, verbiedt het importeren, kopen, verkopen en het verlenen van bemiddelingsdiensten voor goederen uit nederzettingen. Een fles wijn van 20.000 flessen die nog in een distributiecentrum in Nijkerk ligt, mag niet meer weg. Maar de machine die de fles vulde, mag nog wel gefinancierd worden.

De andere handelsroute loopt via de kerk

Israëlische kolonisten versus Palestijnen

Dat is waar het straatgevoel in Rotterdam botst met de politieke analyse. Terwijl de douane op de Maasvlakte dozen controleert, loopt er een tweede handelsroute via de collecte zak. Een undercover onderzoek van het Nederlandse platform Investico, samen met BOOS, Nederlands Dagblad en De Groene Amsterdammer, legde bloot dat Nederland naast de Verenigde Staten het land is met de meeste particuliere donoren voor nederzettingen.

De kern van dat netwerk is bekend. Christenen voor Israël, in Nederland de grootste christen-zionistische stichting met een budget van bijna 13 miljoen euro in 2023, en de stichting Israel Heartland, opgezet door de Israëlische advocaat Nati Rom. Volgens dat onderzoek zou ongeveer 300.000 dollar van Christenen voor Israël naar illegale nederzettingen op de Westbank zijn gegaan. Israel Heartland genoot ANBI-status, waardoor giften aftrekbaar waren. Het geld zou volgens Investico niet alleen naar huizenbouw zijn gegaan, maar ook naar juridische kosten, camera’s, pepperspray en in sommige gevallen naar subsidie voor pistolen, weggeschreven onder andere posten. Ook voedselkaarten die meer kopen dan voedsel en contant geld dat met vrijwilligers meereist, worden genoemd als manier om EU-sancties te omzeilen.

Christenen voor Israël ontkent dat het wapens wilde financieren, zegt geen geweld te promoten en heeft de betalingen aan Israel Heartland stopgezet in afwachting van officieel onderzoek. Tegelijk spant het Israel Products Center, onderdeel van dezelfde organisatie, een kort geding aan tegen de Nederlandse staat om het importverbod van tafel te krijgen. De stichting ziet de Westbank als betwist gebied en niet als bezet gebied en beroept zich op bijbelteksten als Ezechiël 47. Die juridische stap mag. Dat is geen sabotage, dat is het gebruiken van de rechtsstaat.

Waar de overheid wel en niet ingrijpt

Hier wordt het tastbaar voor vrede, veiligheid en menselijkheid. De Nederlandse en Belgische overheden zeggen allebei dat nederzettingen volgens internationaal recht onwettig zijn. Direct geld van Rijk, gewest, provincie of gemeente naar nederzettingen is verboden. De overheid financiert dus zelf geen kolonisten.

Wat wel mocht, was indirect faciliteren via belastingvoordeel. Een ANBI mag in Nederland donaties aftrekbaar maken zolang het doel binnen de statuten valt en niet in strijd is met de openbare orde. Dat is de constructie die nu ter discussie staat. Als je via een kerk in Capelle of een stichting in Antwerpen geld ophaalt en dat gebruikt om productiecapaciteit neer te zetten in bezet gebied, om een kas, een wijnmakerij of een woonwijk te financieren, dan is dat onder het huidige recht nog niet strafbaar, tenzij het naar personen op een EU-sanctielijst gaat. Dan is het wel verboden, ook als het uit een collecte komt.

Advertenties

Het importverbod raakt dus alleen de output. De input, het geld dat die output mogelijk maakt, blijft voorlopig buiten schot. De Europese Commissie heeft drie opties op tafel gelegd, waaronder een verbod op investeringen in nederzettingen, maar daar is nog geen besluit over genomen.

Gaza is niet geannexeerd, hoe hard de taal ook klinkt

In het straatgesprek valt vaak de term genocide en wordt Gaza neergezet als geannexeerd zonder papieren, zonder ceremoniële vergadering in het parlement. Juridisch klopt dat niet. Annexatie in Israël vereist een expliciete wet van de Knesset waarin staat dat de wet, jurisdictie en administratie van de staat van toepassing zijn op een gebied. Dat gebeurde in 1967 voor Oost-Jeruzalem en in 1981 voor de Golanhoogte. Voor Gaza en de Westbank is dat nooit gebeurd. Ook het Israëlische Hooggerechtshof stelt dat beide gebieden niet zijn geannexeerd.

Het Internationaal Gerechtshof bevestigde in zijn advies van juli 2024 dat Gaza, de Westbank en Oost-Jeruzalem samen één bezet Palestijns gebied vormen. Israël trok zich in 2005 terug uit Gaza met leger en nederzettingen, maar oefent volgens het Hof nog steeds sleutelelementen van gezag uit, zeker sinds 7 oktober 2023. Wat er nu gebeurt, zoals het trekken van een gele lijn door Gaza of het aankondigen van de E1-nederzetting bij Ma’ale Adumim met de uitspraak er komt geen Palestijnse staat, wordt door juristen de facto annexatie genoemd. Het lijkt op annexatie in de praktijk, zonder dat het de jure is vastgelegd met een wet.

Belgium and Netherlands move to block goods from illegal Israeli settlements

Waarom dit voelt als dweilen met de kraan open

Voor een lezer in Rotterdam-Zuid, in Borgerhout, in Paramaribo of op Bonaire landt de analyse in dezelfde vraag. Wat levert dit op voor vrede en veiligheid. Als je alleen de goederenstroom verbiedt en de geldstroom via particuliere initiatieven, kerken en stichtingen laat lopen, dan is het effect op het dagelijks leven van Palestijnen en Israëlische kolonisten minimaal. De consument merkt er in de supermarkt niets van. De kolonist merkt er in de nederzetting weinig van, omdat de financiering van huizen en productie gewoon door kan.

Daarom noemt de een het symboolpolitiek en de ander wegkijken. De regering noemt het een juridische verplichting na het ICJ-advies en een diplomatiek signaal om de rest van de EU mee te krijgen. Beide kunnen tegelijk waar zijn. Een maatregel kan juridisch consequent zijn en tegelijk politiek weinig voorstellen als je hem meet aan het stoppen van geweld. Dat is geen oproep, dat is een constatering die je hoort van de markt op het Afrikaanderplein tot in de wandelgangen van de Tweede Kamer.

De cijfers zijn dus helder, de handel is groot, het verbod is klein, de route via kerken en stichtingen is nog open en Gaza is juridisch niet geannexeerd. Wat overblijft is een stad die gewend is aan harde handel en directe taal, die ziet dat er een pleister wordt geplakt op een wond die een operatie nodig heeft.

Reacties

Plaats een reactie