Rotterdam leest Gaza vanaf de kade
Rotterdam kent het spel van macht en handel. Aan de Maas leer je snel dat een conflict nooit alleen gaat over wie er schiet, maar over wie er verdient aan de rook. Als je vanaf Katendrecht naar de havenkranen kijkt, zie je hetzelfde ritme als in geopolitiek: duwen, trekken, containerschuiven. De oorlog tussen Israël en Hamas wordt vaak verteld als een religieus verhaal, maar op straatniveau, tussen Surinaamse toko, Turkse bakker en Antilliaanse kapper op de Nieuwe Binnenweg, voel je dat het ook een verhaal is over controle, over narratief, over wie er mag blijven en wie er weg moet. En die vraag landt hier. In je portemonnee aan de pomp, in de veiligheid rond je wijk, in de banen in de haven die afhankelijk zijn van mondiale scheepvaart.
Waar Hamas vandaan komt en waarom dat ertoe doet
Hamas ontstond niet uit het niets. In 1987, midden in de Eerste Intifada tegen de Israëlische bezetting, splitste de beweging zich af van de Moslimbroederschap. Het was een bewuste breuk met de seculiere koers van de PLO. Waar de PLO onder Arafat zocht naar diplomatie, internationale erkenning en een onderhandelde staat, koos Hamas voor een islamistische legitimatie van de strijd. Religie werd politiek programma.
Dat is waar de Rotterdamse straatenergie belangrijk wordt. Want wie de geschiedenis kent, weet dat de vijand van vandaag soms het gereedschap van gisteren is. In de beginjaren keek Israël niet alleen weg bij de opkomst van Hamas, maar zag het de islamisten als nuttig tegenwicht tegen de PLO. De seculiere, nationalistische Palestijnen waren een diplomatiek probleem omdat ze onderhandelbaar waren. Een radicale islamistische beweging kon je daarentegen wegzetten als onhandelbaar, als intern veiligheidsprobleem. Het is een klassiek patroon van manipulatie dat je ook op de werkvloer herkent: je versterkt de luidste schreeuwer om de redelijke onderhandelaar te verzwakken.
De uitspraak van Netanyahu die alles blootlegt
Er is één zin die in dit hele dossier blijft hangen en die je niet meer vergeet als je hem eenmaal hoort. Premier Netanyahu zei het zelf: Wie de vestiging van een Palestijnse staat wil dwarsbomen, ontkomt er niet aan Hamas te blijven ondersteunen. Die uitspraak is geen slip of the tongue. Het is een strategische bekentenis.
In Rotterdamse termen: je houdt een probleem in leven omdat het je een vergunning geeft om te doen wat je eigenlijk al wilde doen. Het is een narcistisch patroon dat we kennen uit relaties en uit de politiek. Je creëert of onderhoudt een bedreiging, zodat je zelf altijd de redder, de handhaver, de harde hand kunt blijven spelen. Voor de lezers in Vlaanderen, Suriname en Caribisch Nederland is dit herkenbaar, omdat koloniale en postkoloniale macht vaak exact zo werkte: verdeel, benoem een gevaar, en rechtvaardig daarmee je aanwezigheid.
Hoe een aanval een vergunning wordt

Als je Hamas alleen als vijand ziet, mis je de helft van het verhaal. Als je het bekijkt als functionele aanleiding, zie je een vast patroon dat zich na elke escalatie herhaalt. Na elke gruwelijke aanval van Hamas volgt een Israëlische reactie die veel verder gaat dan directe verdediging.
Dat uit zich concreet in drie bewegingen. Ten eerste de systematische vernietiging van infrastructuur in Gaza, van elektriciteit tot water tot ziekenhuizen, waardoor een samenleving niet meer kan functioneren. Ten tweede de degradatie van elk Palestijns bestuur dat nog iets van gezag heeft, waardoor Gaza bestuurlijk onleefbaar wordt. Ten derde het creëren van feiten op de grond die de tweestatenoplossing feitelijk onmogelijk maken, met uitbreiding van nederzettingen en controleposten.
Daarnaast zijn er twee andere opbrengsten. Internationale legitimiteit. Geweld van Hamas geeft Israël de mogelijkheid om zich te positioneren als slachtoffer en als voorpost van het Westen tegen islamitisch extremisme. En interne politieke dynamiek. Elke raketaanval versterkt de positie van rechtse, expansionistische politici in Israël. De roep om veiligheid overstemt dan elke roep om vrede. Linkse en gematigde stemmen worden gemarginaliseerd, want wie praat over mensenrechten als er sirenes loeien. Dat mechanisme voel je ook in een Rotterdamse wijk: angst maakt mensen vatbaar voor harde taal.
De perverse symbiose op straatniveau
Hier komt de kern van de analyse. Hamas en Israël bestrijden elkaar, maar hebben elkaar structureel nodig. Het is een perverse symbiose die draait op conflict als brandstof.
Voor Hamas is Israël het ultieme vijandbeeld dat interne legitimiteit geeft. De cyclus van oorlog, vernietiging en martelaarschap zorgt voor ideologische cohesie in Gaza. En hoe cynisch het ook klinkt, die cyclus zorgt ook voor internationale geldstromen, wederopbouwfonds na wederopbouwfonds, waarmee bestuur overeind blijft.
Voor Israël voorkomt Hamas juist diplomatie met gematigde Palestijnen. Zolang Hamas regeert in Gaza, kun je als Israëlische regering zeggen: met wie moeten we praten. De status quo in Gaza rechtvaardigt een permanente militaire aanwezigheid en controle. En het biedt een blijvend argument tegen een Palestijnse staat.
Deze wederzijdse afhankelijkheid is wat je in de haven een conflictindustrie zou noemen. Het omvat wapenhandel, inlichtingendiensten, geopolitieke allianties en media-narratieven. En die industrie heeft gevolgen die tot aan de kade van de Maas reiken. Hogere verzekeringspremies voor scheepvaart door de Rode Zee, hogere olieprijzen die je direct voelt in je portemonnee, extra druk op de veiligheid van Joodse en islamitische gemeenschappen in Rotterdam-Noord en Zuid, en onzekerheid voor mensen met familie in de regio, van Suriname tot Amsterdam.
Washington, Moskou en de omgekeerde vriendschappen
Om dit te begrijpen moet je uitzoomen naar het grote schaakbord. De relatie tussen het Westen en islamistische groepen is nooit zuiver geweest. In Afghanistan in de jaren tachtig steunden de Verenigde Staten jihadisten tegen de Sovjet-Unie. In Syrië kregen islamistische rebellengroepen steun van westerse en regionale mogendheden om het seculiere regime van Assad te verzwakken.
Daar tegenover staat een andere historische lijn. De grote pan-Arabisten, Nasser in Egypte, Saddam in Irak, Assad in Syrië, waren seculier, anti-imperialistisch en vonden hun bondgenoot in Moskou, toen de Sovjet-Unie en nu Rusland. Hun verzet tegen Israël werd gelegitimeerd door een alliantie tegen het Westen. Het is daarom geen toeval dat Rusland vandaag Assad steunt.
Zet je die lijnen naast elkaar, dan zie je een omkering die bijna niet te geloven is. Het islamisme, dat zich presenteert als antiwesters, werd historisch vaak gesteund door westerse mogendheden tegen Sovjet-invloed. Het pan-Arabisme, dat seculier was, leunde op Nazi-Duitsland voor 1945 en daarna op de Sovjet-Unie en Rusland. Israël zelf, bondgenoot van de VS, opereert in dat veld soms indirect samen met islamistische belangen om seculiere regimes te verzwakken, terwijl het tegelijk een conservatieve coalitie smeedt met Arabische staten. Vijanden worden pragmatische partners, afhankelijk van wat de wind in Washington of Moskou doet. In Rotterdam, waar handel altijd pragmatischer is dan ideologie, herkennen we dat direct.
Wat dit kost in je portemonnee, je baan en je veiligheid
Echte vrede vraagt dat je deze perverse allianties ontmantelt. Zolang Hamas en Israël elkaar gebruiken als politieke karikaturen, wordt elke dialoog gesaboteerd. De Palestijnse bevolking in Gaza betaalt de hoogste prijs, maar de kosten sijpelen door naar hier.
Voor een lezer in Deventer, Antwerpen, Paramaribo of Willemstad is dit geen ver-van-mijn-bed-show. Dit conflict beïnvloedt de prijs van containertransport door de haven van Rotterdam, dus je baan als logistiek medewerker, chauffeur of havenarbeider. Het beïnvloedt je veiligheid, omdat polarisatie en import van haat direct de straat opkomen. Het beïnvloedt je portemonnee, omdat energie, voedselprijzen en defensie-uitgaven stijgen als het Midden-Oosten in brand staat. En het beïnvloedt je menselijkheid, omdat we dagelijks beelden zien die we niet kunnen plaatsen zonder begrip van de strategie erachter.
De vraag is dus niet alleen of Hamas een vijand is. De vraag is wat het betekent wanneer een vijand ook een excuus wordt, een instrument, een masker van macht. In de Rotterdamse wind leer je dat maskers afwaaien. Wat overblijft is de kale structuur van belangen.





Plaats een reactie