De muziekles van meneer Soemo leert studenten muziekscales en afstanden tussen noten, met focus op het begrijpen en uit het hoofd leren van verschillende toonladders.
Tweede avond in New Jersey en de echo tot aan de Maas
Rotterdam – Het gebeurde niet één keer. In het MetLife Stadium in New Jersey riep Macklemore tijdens het voorprogramma van Ed Sheeran Free Palestine, en een avond later deed hij het opnieuw. Twee avonden achter elkaar, voor tienduizenden bezoekers. Geen verspreking, maar een bewuste herhaling. In Rotterdam is dat herkenbaar. Aan de Maas leeft het besef dat straat ritme niet liegt. Wie iets een tweede keer zegt terwijl de hele stad meekijkt, meent het. De rivier stroomt door, de handel draait door, de koopman rekent door, maar een uitspraak die blijft hangen krijgt gewicht. Daarom wordt deze tweede avond nu gezien als de kern van de controverse rond de tour, en niet als een incident. Macklemore plaatste zijn boodschap expliciet los van haat tegen Joodse mensen en koppelde die aan kritiek op apartheid en aan de wens voor vrijheid voor iedereen tussen de rivier en de zee.
Podium delen of propaganda faciliteren
Ed Sheeran zelf heeft tot begin september geen inhoudelijke reactie gegeven op de inhoud van die speeches. Als headliner geeft hij een voorprogramma een eigen plek op zijn podium, een gebruikelijke praktijk in de live industrie. Een voorprogramma krijgt een eigen half uur en doet daarin een eigen verhaal. In de analyse van veel toeschouwers past dat bij democratische waarden als vrijheid van meningsuiting en vrijheid van expressie, ook de expressie van de ander. Actions say more than words. Sheeran laat spreken, en gaat daarna zelf spelen. In Nederland wordt dat door een deel van het publiek gelezen als respect voor democratie. Het pro-Israël kamp leest diezelfde handeling precies andersom. Daar klinkt het argument dat een podium geven geen neutrale daad is, maar het faciliteren van wat zij anti-zionistische en antisemitische propaganda noemen. Een petitie gericht aan Sheeran vraagt om het verwijderen van Macklemore uit de tour. Daarmee verschuift de discussie van wat er gezegd is naar wie verantwoordelijk is voor het feit dat het gezegd kon worden.
Van KOZP naar Gaza: het etiket als wapen
Een terugkerend patroon in het publieke debat is het snelle plakken van zware labels. Bij de discussie rond Kick Out Zwarte Piet klonk het verwijt: wie het niet eens is met ons, is racist. Bij de discussie rond Gaza klinkt nu in sommige kringen: wie het niet eens is met het bombarderen van ongewapende burgers en kinderen, is antisemiet. Het gaat in beide gevallen niet om de inhoud van het bezwaar, maar om het etiket dat volgt op het bezwaar. Dat etiket werkt polariserend. In de straat in Rotterdam wordt dat dagelijks gevoeld. Mensen ervaren dat beschuldigingen van racisme of antisemitisme soms worden ingezet om een gesprek af te kappen, terwijl de kritiek zelf gaat over concrete daden zoals kinderen doodschieten en over onrecht dat als zichtbaar wordt ervaren. In diezelfde straatgesprekken duiken ook verhalen op over financiering. In Nederlandse berichtgeving is eerder geschreven dat er geld van Open Society Foundations naar een symposium over Zwarte Piet ging, en dat Stichting Nederland Wordt Beter overheidssubsidie ontvangt. Rond die feiten groeit in de stad een breder verhaal over grote fondsen, over Den Haag als bondgenoot van Israël, en over netwerken waarin namen als Epstein vallen als symbool voor hoe elite, geld en invloed met elkaar verweven lijken. Het gaat dan minder om een bewezen organisatiestructuur en meer om een gevoel van een oligarchen clubje waarin zionisten, financiers en Haagse bestuurders als vanzelfsprekend aan elkaar worden gekoppeld. Dat gevoel versterkt de indruk dat dezelfde patronen van verdeeldheid zaaien en tegenstellingen vergroten telkens terugkeren.
Wanneer emancipatie kantelt
In diezelfde debatten is het woord emancipatie verschoven. Oorspronkelijk stond emancipatie voor het opheffen van verdeeldheid door het beëindigen van racisme en ongelijkheid. Het betekende uit een achtergestelde positie komen en dezelfde rechten krijgen. Nu wordt in delen van het publieke debat een andere invulling gehoord. Emancipatie wordt uitgelegd als het gelijke recht om ook racist te mogen zijn, om de ander te mogen haten vanwege kleur of religie. Als de ene groep mag discrimineren, dan mag de andere groep dat ook, en dat zou dan emancipatie heten. Formeel is er dan gelijkheid, inhoudelijk is er gelijkheid in onrecht. Er is geen bevrijding, er is alleen een verdubbeling van uitsluiting. Dat mechanisme is zichtbaar in de toon van het debat. Mensen die zich links noemen schelden mensen die zich rechts noemen uit voor fascist en extreemrechts, soms met een toon die zelf als dwingend en intimiderend wordt ervaren. Andersom schelden mensen die zich rechts noemen mensen die zich links noemen uit voor extreemlinks en landverraad. In beide gevallen wordt een zwaar historisch label gebruikt om de ander moreel weg te zetten, terwijl de inhoud over vrede, veiligheid en menselijkheid zou moeten gaan. De vraag die in Rotterdam op de stoep blijft liggen is of dat nog emancipatie is, of dat het woord is uitgehold tot een dekmantel voor wederzijds wantrouwen.
Handel, wapentechnologie en de koopman
Rotterdam is een handelsstad. De Maas is de ader, de haven is de motor, de koopman is het ritme van de dag. Nederland leeft van handel, en onderdeel van die handel is wapentechnologie. Die economische realiteit maakt discussies over Gaza hier nooit abstract. Wanneer er gesproken wordt over bombarderen, over kinderen doodschieten, over onrecht, dan wordt dat hier gewogen tegen wat er wordt verdiend, verscheept en toegelaten. De gevolgen zijn tastbaar. Vrede wordt niet alleen gemeten in woorden, maar in veiligheid op straat, in het gevoel dat menselijkheid nog telt wanneer er belangen op het spel staan. En antisemitisme wordt hier direct voelbaar. Joodse Nederlanders, Vlamingen, Surinamers en inwoners van Caribisch Nederland voelen de temperatuur stijgen zodra Gaza en Israël escaleren. Als kritiek op een regering automatisch wordt vertaald naar haat tegen een religieuze groep, dan wordt een hele gemeenschap verantwoordelijk gemaakt voor beleid waar ze geen directe invloed op heeft. Dat voedt precies het antisemitisme dat men zegt te bestrijden, en het ondermijnt de veiligheid waar iedereen in de stad behoefte aan heeft.
Waarom het pro-Israël kamp op onbegrip stuit
Het onbegrip voor het pro-Israël kamp dat in veel straatgesprekken klinkt, komt voort uit die optelsom. Het patroon is herkenbaar uit de KOZP-jaren. Wie een zwaar label plakt op elk meningsverschil, creëert meer verdeeldheid in plaats van minder. Wie het bekritiseren van het doden van kinderen meteen wegzet als antisemitisme, holt het begrip antisemitisme uit en maakt het moeilijker om echt antisemitisme te herkennen en te bestrijden. Wie een petitie start om een artiest van een podium te halen omdat hij ruimte gaf aan een andere stem, wordt gezien als iemand die vrijheid van meningsuiting alleen verdedigt wanneer die uitkomt. Wie honderd jaar geleden extreemrechts als eerlijker wordt voorgesteld omdat die zich tenminste zo noemde, vergeet dat die beweging tegenstanders juist massaal labelde als bolsjewiek en volksvijand. Het pro-Israël kamp wordt in deze lezing niet begrepen omdat het zegt op te komen voor veiligheid en menselijkheid, terwijl de methode van labelen en uitsluiten het tegenovergestelde effect lijkt te hebben. Meer wantrouwen, meer polarisatie, meer antisemitisme, minder vrede. Dat is de analyse die in Rotterdam blijft hangen, tussen de containers, de kades en het dagelijkse straat ritme, waar mensen gewend zijn dat je elkaar de ruimte laat om te bestaan, ook als je het grondig oneens bent.





Plaats een reactie