De deal die niemand vertrouwt: hoe Iran en de VS een akkoord sloten terwijl Israël al doorstrijdt
Rotterdam – De kades in Rotterdam liggen er stil bij. Niet verlaten, maar gespannen. Binnenkort moeten de schepen weer laden en lossen, mits de boel niet ontploft. Want dat is de kern: er is een deal. Een grote deal tussen de Verenigde Staten en Iran. Getekend wordt hij op 19 juni 2026 in Zwitserland. Tweeënzestig dagen na het uitbreken van een regionale oorlog die de olieprijs naar ongekende hoogte joeg en de scheepvaart door de Straat van Hormuz stillegde. Maar als je verder kijkt dan het diplomatieke toneelstuk, voel je de spanning alweer opspelen. Want Israël weigert zijn troepen terug te trekken uit Libanon en heeft de afgelopen maanden duidelijke stappen gezet richting een ouderwets Groot-Israël. En dat maakt deze vrede brozer dan de glas-in-loodramen in de Laurenskerk.
Het akkoord: een voorlopige vrede met een tikkende tijdbom
Het Memorandum of Understanding dat nu klaarligt is indrukwekkend op papier. Een stappenplan van veertien punten. Eerst het staakt-het-vuren, dan zestig dagen de tijd om te praten over het echte werk: het Iraanse kernprogramma. De Verenigde Staten moeten Israël een beetje in bedwang houden en Iran krijgt lucht in de economie. Ongeveer twaalf tot vijfentwintig miljard dollar aan bevroren tegoeden komt vrij, de olie sancties worden tijdelijk opgeschort. Daar tegenover staat dat Iran de Straat van Hormuz weer opent voor de scheepvaart. Een logische ruil, je zou denken. Maar in de Rotterdamse haven weten ze als geen ander dat een logische ruil zelden standhoudt als er emotie, religie en koloniale trektochten door het spel komen.
De deal is een overwinning voor de Iraanse onderhandelaars. Zij hebben hun kernprogramma kunnen behouden – inclusief de voorraad zestig procent verrijkt uranium – en hun rakketten mogen blijven staan. De Amerikaanse eis om alles af te breken is van tafel geveegd. Ook het rakketprogramma is niet eens besproken. In ruil daarvoor hebben de Amerikanen vooral rust gekocht. De Straat van Hormuz is weer open, de olie kan weer stromen. Het Witte Huis zag de inflatiecijfers oplopen en de verkiezingspeilingen dalen. Toch is dat precies waar de zwakte van het akkoord zit: het is een economische noodgreep, niet een ideologische vrede. Iedereen weet dat de echte strijd nog moet komen. En die strijd draait om de vraag of Israël zich ooit terugtrekt uit de gebieden die het bezet houdt.
Waarom Israël de deal kan breken: de wilde kaart in het Midden-Oosten
Israël heeft het akkoord niet ondertekend en is er ook niet aan gebonden. Minister van Defensie Israël Katz heeft al laten weten dat het leger voor onbepaalde tijd in Zuid-Libanon blijft. Officieel heet dat een veiligheidszone, maar iedereen met een kaart ziet dat het gebied tot aan de Litani-rivier loopt. Precies het gebied dat in de extremere versies van het Groot-Israël plan wordt geclaimd. Ministers als Smotrich en Ben-Gvir roepen wekelijks dat de Joodse staat zich nergens iets van aantrekt. En Netanyahu? Die laat ondertussen op de Westelijke Jordaanoever drieduizend nieuwe woningen bouwen in het E1-gebied, waardoor Oost-Jeruzalem wordt afgesloten van de rest van de Westelijke Jordaanoever.

De reactie uit Washington is furieus geweest. Trump zou Netanyahu onlangs nog hebben uitgekafferd vanwege een aanval op Beiroet precies op het moment dat de Amerikaanse bemiddelaars dachten de handtekeningen binnen te hebben. Maar woede alleen helpt niet als de relatie tussen de twee leiders al maanden verzuurd is. Israël voelt zich verraden door de Amerikanen, omdat de VS in deze deal toegeven aan Iraanse eisen. En de VS voelen zich besodemieterd omdat Israël hun vredesproces ondermijnt. De vuile was wordt buiten gehangen, en dat ruiken ze in Teheran, Doha en ook op de Beurs van Rotterdam. Want een scheuring tussen de VS en Israël betekent dat er niemand meer is die de gemoederen bedwingt.
Greater Israel: een project van beton en geloof
Het begrip Groot-Israël is geen samenzweringstheorie van een paar extremistische kolonisten. Het is een politiek project dat openlijk door invloedrijke ministers wordt uitgedragen. Smotrich heeft vorig jaar nog een kaart laten zien waarop Israël zich uitstrekt van de Jordaan tot aan de Eufraat. Ben-Gvir zegt gewoon dat Israël zich niet gebonden voelt door internationale akkoorden. En Netanyahu zelf sprak afgelopen zomer over een historische en spirituele missie. Dat klinkt misschien als bijbelse poëzie, maar op de grond betekent het gewoon dat er dijken worden doorstoken, huizen worden onteigend en militaire posten worden verstevigd.
De afgelopen maanden hebben de kolonisten op de Westelijke Jordaanoever vrij spel gekregen. Wetsvoorstellen voor formele annexatie zijn in eerste lezing goedgekeurd. In Gaza is de bezetting niet alleen terug, maar wordt er openlijk gesproken over een bufferzone die langzaam uitgroeit tot permanente controle. En in Libanon blijft het leger dus plakken. Wat begint als een veiligheidsoperatie wordt steeds meer een semi-permanente bezetting van Zuid-Libanon, precies tot de Litani-rivier. Dat is de litanie van Groot-Israël: stap voor stap, meter voor meter, zonder ooit terug te draaien.
Het Internationaal Gerechtshof en de Europese twijfel
Toch is er een sprankje hoop, al is het klein. Het Internationaal Gerechtshof heeft recent uitgesproken dat Israël humanitaire hulp tegenhoudt in strijd met internationale verdragen. De Europese Unie, lang verdeeld over een te felle lijn tegen Israël, begint nu te schuiven. Een interne review van de EU concludeert dat er sterke aanwijzingen zijn dat Israël de mensenrechtenclausule van het associatieakkoord schendt. Een handelsverdrag dat miljarden waard is voor de Israëlische economie. Landen als Nederland, Spanje en Ierland willen sancties. Duitsland houdt voorlopig de boot af, maar de druk neemt toe. De reputatie van Israël als een land dat zich van geen enkele VN-resolutie iets aantrekt, begint gevolgen te krijgen. Niet meteen, niet hard, maar wel voelbaar.
De kern is simpel: sancties of dreiging met sancties zijn de enige taal die een project van ideologische landuitbreiding stopt. Zolang de VS onder Trump blijft leveren, en Duitsland blijft handelen, heeft Israël geen boodschap aan het Internationaal Gerechtshof. Maar als de Europese havens – Rotterdam, Antwerpen, Hamburg – ooit de kraan dichtdraaien, dan wordt het verhaal anders. Dan gaat Groot-Israël ineens wringen met de handelsgeest. Dan moeten de kolonisten niet alleen geloven, maar ook betalen. En geloof is sterk, maar een lege portemonnee is sterker.
De komende zestig dagen: wachten op de klap
De deal tussen Iran en de VS wordt op 19 juni getekend. Daarna begint de teller van zestig dagen te lopen. In die zestig dagen moeten de partijen een definitief akkoord sluiten over het kernprogramma. De Verenigde Staten eisen ontmanteling. Iran biedt alleen inspecties aan. De kans dat die patstelling wordt doorbroken is klein, tenzij de Amerikanen enorme economische voordelen toezeggen. Intussen staat Israël klaar om toe te slaan. Eén aanval op een Iraanse centrifuge, één provocatie in Libanon, en het hele kaartenhuis stort in.
Op de kades in Rotterdam wordt niet meer gegokt op een snelle vrede. De rederijen sturen hun schepen niet meer met zekerheid door de Rode Zee. Ze nemen omwegen, ze sluiten hogere verzekeringen af, ze rekenen op verstoring. Dat is het stille oordeel van de handel: vertrouwen is op, de deal is een pleister op een gapende wond, en de komende weken gaan we zien of Israël echt bereid is zijn droom van Groot-Israël op te geven. De wind waait nog steeds uit het westen over de Maas, maar in het oosten rommelt het. En in de haven weten ze: als het onweer komt, hoor je de donder pas als de bliksem al is ingeslagen.





Plaats een reactie