Suriname Time Machine maakt Nationaal Archief Suriname digitaal doorzoekbaar

Suriname Tijdmachine bouwt aan digitale kaart van 200 jaar geschiedenis

Rotterdam, 1 oktober 2026 – De website is live, de kaarten worden gekoppeld en in het Nationaal Archief Suriname aan de Jagernath Lachmonstraat in Paramaribo wordt het verleden opnieuw uitgelegd. Het project heet Suriname Tijdmachine en is te vinden op surinametijdmachine.org. De kern is even eenvoudig als ambitieus: alle versnipperde bronnen over Suriname samenbrengen op één digitale kaart. Burgerlijke Stand, Wijkregisters van Paramaribo van 1828 tot 1847, Slavenregisters van 1830 tot 1863, het Emancipatieregister uit 1863, kranten uit Delpher en boeken uit DBNL. Waar onderzoekers en families nu nog op tien plekken moeten zoeken, moet straks één zoekopdracht genoeg zijn.

Het project wordt geleid door historicus Thunnis van Oort vanuit het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis in Amsterdam, onderdeel van de KNAW. Het is geïnspireerd op het Europese Time Machine project en op projecten als Amsterdam Time Machine en Gouda Tijdmachine. De uitvoering gebeurt samen met het Nationaal Archief Suriname, het Nationaal Archief Nederland, de Stichting Surinaamse Genealogie, Suriname Heritage Guide, de universiteitsbibliotheken van Leiden en Amsterdam, TU Delft, Wikimedia Nederland en het Rijksmuseum. Op 9 maart 2026 organiseerden zij samen een Mapathon in het Bushuis in Amsterdam.

Advertenties

Nationaal Archief Suriname is Surinaams, met een Nederlandse schaduw

De vraag of het Nationaal Archief Suriname nog Nederlands is, duikt telkens op. Het antwoord is juridisch duidelijk, historisch gelaagd. Onder Nederlands bestuur werd in 1951 het Centraal Archief opgericht, in 1956 werd dat het Landarchief. Veel archieven van voor 1845 werden begin twintigste eeuw door het Ministerie van Koloniën naar Den Haag overgebracht. Na de onafhankelijkheid bleef het archief slecht gehuisvest aan de Doekhieweg. In 1982 kwam het Staatsarchief, in 1989 fuseerde dat tot Landsarchief en met de archiefwet van 2006 werd het officieel Nationaal Archief Suriname.

De grote ommekeer kwam in 2009. Nederland en Suriname spraken af dat ongeveer 800 meter koloniaal archief, van de gouverneur tot de gouvernementssecretarie en de bevolkingsregisters, gerestaureerd, gedigitaliseerd en fysiek teruggebracht zou worden naar Paramaribo. Nederland hield digitale duplicaten. Met volledige Nederlandse financiering werd een nieuw gebouw neergezet, de blauwe toren aan de Jagernath Lachmonstraat, waar het NAS sinds 12 april 2010 zit. Sinds augustus 2024 is wel zichtbaar hoe kwetsbaar die constructie is: de website nationaalarchief.sr ging toen tijdelijk offline wegens betalingsachterstand, terwijl de Nederlandse kopieën in Delpher gewoon online bleven.

Wat diaspora in Rotterdam en Vlaanderen hier concreet aan heeft

Thunnis van Oort

Voor Surinamers in Rotterdam-Zuid, in Feijenoord, in Delfshaven, in Antwerpen-Noord en in Brussel is dit geen abstract erfgoedproject. Het is een instrument om een naam een adres te geven. De Slavenregisters met 80.000 namen van mensen die tussen 1830 en de afschaffing van de slavernij in 1863 in slavernij leefden, zijn sinds 2023 UNESCO Memory of the World en sinds 1 juli 2018 digitaal in te zien via beide nationale archieven.

Wie in de database zoekt, ziet niet alleen een naam. De kaart van Paramaribo uit 1846 laat per adres de etniciteit zien volgens de toenmalige aanduidingen, blauw voor Afrikaanse herkomst, rood voor Europees, groen voor gemengd of inheems. Hoe groter de cirkel, hoe meer bewoners. Zo wordt zichtbaar waar een familie woonde in de Keizerstraat, hoeveel mensen er in slavernij in datzelfde huis woonden, en op welke plantage aan de Cottica of Commewijne ze werkten. Er waren alleen al vijf plantages die Libanon heetten, elk aan een andere rivier.

Dat levert kennis op die landt in de straat. Jongeren die opgroeien tussen Maas en wijkcentrum en vragen krijgen over hun afkomst, kunnen nu niet alleen zeggen dat ze Surinaamse roots hebben, maar aanwijzen waar, wanneer en onder welke omstandigheden. Voor de volgende generaties is dat geen luxe, maar een basis voor ontwikkeling. Wie zijn verleden kan plaatsen, kan ook zijn toekomst steviger neerzetten.

Wat Surinamers in Suriname zelf eraan hebben

Voor mensen in Suriname zelf is de winst meer infrastructureel. Ten eerste is het archief fysiek terug. Een student aan de Anton de Kom Universiteit hoeft geen visum meer aan te vragen om de geschiedenis van zijn eigen wijk te bestuderen. Ten tweede ontstaat de mogelijkheid om geschiedenis vanuit eigen perspectief te schrijven. Waar Julien Wolbers in 1861 een geschiedenis van Suriname schreef zonder ooit een voet in Suriname te zetten, kunnen scholieren nu zelf zoeken op termen als weduwe, slavin of juffrouw en zien hoe vrouwen en mensen van gemengde afkomst in de archieven voorkomen.

Ten derde levert het scholing op. De Mapathons leren medewerkers van het NAS en studenten hoe je oude kaarten georefereert, hoe je een nieuwe tool gebruikt die handgeschreven tekst automatisch inleest en hoe je informatie op Wikidata verbetert via Wiki goes Caribbean. Dat zijn vaardigheden die direct toepasbaar zijn in onderwijs, erfgoed en cultureel toerisme. Het Surinamegevoel wordt daarmee niet alleen een gevoel, maar een vak.

Advertenties

Nederlandse invloed en omgekeerde invloed op Nederland

De structuur van het project is Nederlands. Leiding in Amsterdam, geld via NWO, techniek via het Huygens Instituut, servers en methodologie in Nederland. Dat maakt de vraag naar Nederlandse invloed op Suriname reëel.

Tegelijk is er een omgekeerde beweging die zichtbaar wordt in Nederlandse instellingen. Het Rijksmuseum moest het bijschrift bij het portret van Johannes Ellis en Maria Louisa de Hart uit 1846 herschrijven. Waar ooit alleen stond dat hij in Ghana was geboren, staat nu dankzij Surinaamse bronnen het volledige verhaal: zijn carrière als ambtenaar uit Fort Elmina, haar achtergrond als dochter van een Joodse koopman geboren in slavernij en jong vrijgemaakt, hun huis in de deftige Keizerstraat en hun bezit van tien mensen in slavernij, waaronder Marietje. Ook hun mede-eigendom van suikerplantage Sardam, waar in 1847 tweehonderd mensen in slavernij werkten en in 1863 287 mensen werden vrijgemaakt, kwam via Surinaamse almanakken naar boven.

Het Nederlandse Nationaal Archief moest zijn beleid aanpassen en een deel van de collectie teruggeven. Het Huygens Instituut startte een project Combatting Bias over vooringenomenheid in datasets, mede getriggerd door de manier waarop koloniale categorieën uit de wijkregisters nu in linked open data moeten worden gelabeld. Voor Nederland is dit dus geen project dat alleen over Suriname gaat, het dwingt Nederland om het eigen koloniale verleden anders te beschrijven.

Nationaal Archief presenteert: workshop Suriname Time Machine – ABC

Toekomst: van Paramaribo naar een gedeeld portaal

De toekomst die het project zelf schetst, is een groeiend platform. De onderliggende technologie is gebouwd om continu nieuwe collecties toe te voegen en is volgens de makers aanpasbaar voor andere regio’s, bijvoorbeeld de voormalige Nederlandse Antillen in Caribisch Nederland. De kaart van 1930 van Bakhuis en De Quant wordt nu gevectoriseerd, notariële akten, foto’s uit de Surinaams Museum Stichting en plantage-archieven moeten volgen.

De vraag die in zowel Paramaribo als Rotterdam blijft hangen, is of het een Nederlands onderzoeksproject blijft dat over Suriname gaat, of een gedeeld erfgoedportaal dat ook in Suriname wordt gehost en beheerd. Voor zoekende families aan beide kanten van de oceaan maakt dat verschil. Een archief dat alleen in Amsterdam woont, blijft een archief over Suriname. Een archief dat ook in Paramaribo kan blijven leven, wordt een archief van Suriname.

Reacties

Plaats een reactie