Rotterdam, 11 oktober 2026. Aan de Maas, voor de rechter in Rotterdam, stelt Arno van Kessel het handelen en wandelen van de overheid aan de kaak, de mensen achter die overheid, oligarchen, de hele reorganisatie van de samenleving die zichtbaar werd sinds de coronamaatregelen. Hij doet wat een vakman doet: vragen stellen over wat er gebeurt, dossiers lezen, patronen benoemen. Het antwoord komt niet op de inhoud. Het antwoord is jij bent. Meteen lid van een criminele organisatie. Geen debat over jij doet, maar een etiket over jij bent. Waar of niet waar, dan ben je de klos. Dat Arno goed hard is aangepakt, blijkt eruit dat EMDR-therapie nodig was. EMDR krijg je niet zomaar. Dat krijg je als er beschadiging is door wat is aangedaan, als het zenuwstelsel langdurig onder druk heeft gestaan.
Van afdelingshoofd naar zorgmanager: hoe het vak werd ingeruild voor macht
Eind jaren tachtig, begin jaren negentig bestond er nog een opleiding waar je op kon bouwen. Begrippen als referentiekader, groepsdynamiek, actief luisteren, coping, patroonherkenning. Persoonsgericht handelen als basis, niet als trucje, maar als houding die je elke dienst meeneemt. Er werd geleerd om te kijken naar de mens, niet alleen naar het protocol.
Halverwege de jaren negentig werd dat curriculum kariger. Minder inhoud, meer diploma, minder uren voor de basis. Het vak werd uitgehold terwijl de buitenkant hetzelfde bleef. Wat overbleef was een papieren werkelijkheid. In 2000 werd dat zichtbaar bij MEE. Afdelingshoofden, mensen die zelf jaren met de doelgroep hadden gewerkt en wisten wat een dienst draaien is, wat nachtdienst betekent, wat crisis op de groep doet, werden vervangen door zorgmanagers. Op papier modernisering. In de praktijk werd vakkennis ingeruild voor hiërarchie.
Die verschuiving was geen incident, maar beleid. De reorganisatie van de samenleving die Arno nu voor de rechter benoemt, begon daar: op de afdeling, waar vroeger een vraag gesteld kon worden aan iemand met vakkennis en waar nu een manager kwam die stuurt op cijfers, formatie en protocollen. De afstand tussen beleid en doelgroep werd groter, de macht van de manager absoluut, tot in de fijnste details. En wie vakkennis had, moest binnen kaders blijven die door mensen zonder vakkennis waren bedacht.
De breiclub en de woonvoorziening: als vakmanschap in de weg zit
Wat daarna gebeurde, werd zichtbaar in de naschoolse opvang, daarna in de dagbesteding en in woonvoorzieningen voor mensen met een beperking. Mensen met een beperking werden samengevoegd met mensen met psychiatrische problematiek, zonder dat het personeel daarvoor was toegerust. Twee werelden met andere noden, andere begeleidingsstijlen, andere risico’s, bij elkaar gezet omdat het organisatorisch handig was. De oude mentaliteit van o, dat ken je niet dus daarover inlezen, was verdwenen. Wat overbleef was personeel dat maar wat doet, zonder kaas van organisatiekunde te hebben gegeten.
Geen visie die op eigen kracht wordt gevormd, altijd afhankelijk van wie boven staat. En die staat het verst van de doelgroep af. Dus geen persoonsgericht handelen, alleen wachten op nader order, terwijl de cliënt met een soms eenvoudig probleem blijft zitten dat grote gevolgen kan hebben. Een medicijn dat niet wordt doorgegeven, een afspraak die blijft liggen, een spanning die oploopt omdat niemand ingrijpt.

De gevolgen zijn tastbaar in baan, veiligheid en samenleving. Geen kaas van groepsdynamische kennis, geen patroonherkenning, geen idee wat coping of actief luisteren echt inhoudt, het begrip referentiekader is compleet nieuw. Discussies tussen begeleiders waar cliënten bij staan te kijken. Dat is geen werkdruk, dat is gebrek aan basiskennis. En dat gebrek wordt normaal gevonden. Het personeel weet niet wat het niet weet.
En daarboven de zorgmanager. Een met achtergrond kunstacademie, daarna kunstmanagement. Enige ervaring met de doelgroep: een jaar meedraaien als vrijwilliger in een breiclub voor ouderen met een beperking. En die gaat een woonvoorziening draaien. Hoofdpijn op de werkvloer. Een andere manager was altijd commercieel medewerker. Verkoop als achtergrond, geen zorg, geen begeleiding, geen groepswerk. Geen vakkennis, wel absolute macht tot in de fijnste details. Tegenover iemand met meer dan twintig jaar in het werkveld botst dat. Niet omdat die lastig is, maar omdat die vakman is. Vragen stellen wordt riskant, want een manager met narcistische trekken kan niet toegeven dat er geen kaas is gegeten van het onderwerp. Dus wordt de vraag gedraaid.
Jij bent: het wapen van de toxische hiërarchie
De beste mensen worden eruit gewerkt. Niet omdat het werk niet wordt gedaan, maar juist omdat het werk wel wordt gedaan. Iemand met vakkennis handelt meteen wanneer nood aan de man is, en dat wordt bestraft. Eigen initiatief is gevaarlijk voor een systeem dat draait op afhankelijkheid. De reactie van de manager begint altijd met jij bent. Altijd iets waar niets aan te veranderen is. Jij bent te gevoelig, te kritisch, te dominant. Zowel richting begeleidend personeel als richting doelgroep. Kritiek op jij doet wordt beantwoord met jij bent.
Het eruit werken gebeurt volgens vaste copingstrategieën die standaard voorkomen bij ernstig toxische persoonlijkheden. Er wordt crisis gecreëerd. Constant crisis in het team. De inzet van een cliënt met een stoornis, BPD of anderszins, die mikt op degene met de meeste natuurlijke autoriteit in het team. In onzekere momenten is dat juist de persoon waar iedereen zich veilig bij voelt, zowel team als cliënt, omdat er wel zicht is op de situatie, omdat er rust wordt gebracht. Net zolang tot die persoon weg is. Dat is geen incident, dat is patroon.
Ondertussen wordt het team gefrustreerd door net te weinig te geven om de afdeling te draaien, waardoor doelen net niet gehaald worden. Net te weinig formatie, net te weinig materiaal, net te weinig scholing. Zelfhaat en ondermijning als beste tool om een team klein te houden. Een echte vakman blijft dan niet lang, vooral wanneer duidelijk wordt dat het opzet is van degene met de leiding. Dan is de keuze: blijven en ziek worden, of vertrekken en het vak elders zoeken.
De eerste keer dat dit patroon zich liet zien, was begin jaren tweeduizend in de naschoolse opvang. Gewoon het werk doen en ineens een heel team tegenover zich hebben, daarna zelfs de doelgroep. Toen nog geen woorden voor, wel twijfel aan eigen kennen en kunnen. Pas dertien jaar later, door zelfstudie in de psychiatrie omdat die studie niet vanuit de organisatie kwam, vielen de puzzelstukjes. Eerst BPD, daarna NPS, patronen die nu vol staan op TikTok maar die op de werkvloer al jaren voelbaar waren. Geen diagnose aan de keukentafel, maar herkenning van hoe macht werkt als kennis ontbreekt.
Het onderwijs en de overheid: dezelfde selectie
Het stopt niet bij de zorg. Twee dames die gingen voor het onderwijs, functie adjunct-directeur, op weg naar directeur basisonderwijs. Rond de afronding een psychologische test. Beiden komen daaruit met narcistische trekken volgens het onderzoek en beiden krijgen die baan. Nu directeur in het basisonderwijs. Geen toeval, maar selectie. Niet de inhoud telt, maar het profiel dat past bij managen, bij sturen, bij hiërarchie bewaken.
Hier sluit de cirkel naar de rechtszaal aan de Maas. Wat in de zorg zichtbaar werd, van verpleegkundigen met gebrekkige kennis die blijven en de beste mensen die worden weggepest, komt terug in het onderwijs en daarna bij de overheid. Dezelfde beweging. Eerst het curriculum verkarigen, daarna afdelingshoofden vervangen door zorgmanagers zonder vakkennis, daarna eigen initiatief bestraffen, daarna de vakman eruit werken via crisis en ondermijning. De samenleving voelt dat in veiligheid, in kwaliteit, in vertrouwen.
Wie kritisch is over het handelen en wandelen binnen de afdeling krijgt jij bent terug. En wie dat op het hoogste niveau doet, zoals Arno van Kessel die voor de rechter de coronamaatregelen en de reorganisatie van de samenleving aan de kaak stelt, krijgt het hardste etiket. Lid van een criminele organisatie. Het is dezelfde coping, alleen groter.
Wat jij bent met een mens doet
Aan het einde van die lijn staat Arno van Kessel. Na jaren van dossier, rechtszaak, coronamaatregelen en het benoemen van die reorganisatie, is de prijs zichtbaar. EMDR-therapie die nodig is. Dat is geen detail, dat is de maatstaf voor hoe hard is ingegrepen. Het mechanisme dat begon met een zorgmanager uit de kunstacademie die een woonvoorziening draait met een breiclub als enige ervaring, eindigt bij een man in Rotterdam die voor de rechter staat en therapie nodig heeft om te herstellen van de aanpak. Van baan kwijt tot veiligheid kwijt tot samenleving die haar vakmensen kwijtraakt.
Rotterdam voelt dat als straatenergie. Wie twintig jaar het vak doet, weet wanneer een reorganisatie geen verbetering is maar een machtsverschuiving. Van afdelingshoofd naar zorgmanager. Van vakmanschap naar macht. Van jij doet naar jij bent. Van woonvoorziening aan de rand van de stad tot rechtszaal aan de Maas. Arno laat zien waar die lijn eindigt als niemand ingrijpt.





Geef een reactie