Het water bij de Maas staat laag, de benzineprijs staat hoog
Vanuit Rotterdam, 9 oktober 2026 zie je het eerder dan vanuit Den Haag. Als de wereld schuift, zie je het eerst bij de pompen aan de Slinge, bij de containerterminal, bij de prijs op het bord bij Pernis. Nu is het weer zover. Aan de overkant van de oceaan bereiden de Verenigde Staten zich voor op midterms op 3 november, alle 435 zetels in het Huis en 35 in de Senaat, terwijl tegelijk het Pentagon Central Command opdracht geeft om grote gevechtsoperaties tegen Iran voor te bereiden. Twee verhalen die elkaar raken in één portemonnee.
Peilingen die dalen als een lekke band
De cijfers liegen niet, maar ze vertellen ook niet alles. Reuters/Ipsos zette Donald Trump eind september op 32 procent goedkeuring tegen 65 procent afkeuring. Wall Street Journal en het gemiddelde van de New York Times komen uit rond 36 tot 37 procent. Dat is het laagste pre-midterm cijfer sinds 1990, lager dan George W. Bush voor 2006. Op de generic ballot, de vraag stem je Democratisch of Republikeins, leiden Democraten met 44 tegen 37 procent.
Waarom? Dezelfde peilingen geven twee redenen. Een, de economie. Twee, de oorlog met Iran. 61 procent keurt Amerikaanse luchtaanvallen op Iran af, 35 procent steunt ze. 60 procent is tegen de oorlog, 55 procent keurt de manier waarop Trump ermee omgaat af. Brandstofprijzen, boodschappen, hypotheekrente. Dat is geen Washington-praat, dat is straatpraat. Als de liter bij de pomp anderhalf keer duurder wordt, voelt een kiezer zich bedrogen als er beloofd was dat oorlogen zouden stoppen.
Tegelijk blijft Trump binnen zijn eigen partij populair. Onafhankelijke kiezers haken af, vooral jongvolwassenen en Latino-kiezers, maar de harde kern blijft. Dat is het Rotterdamse van deze verkiezing: je kunt tegen het stadhuis schreeuwen, maar je stemt toch op je eigen blok.
De schaduw van Epstein hangt over elke feed
Wie nu Instagram, Facebook of Rumble opent, ziet het meteen. De Epstein files zijn geen archiefstuk meer, maar een wapen. Reels met titels als Epstein, Netanyahu and Trump’s war with Iran, carousels met de tekst dat Epstein banden had met de hoogste niveaus van Mossad, video’s waarin wordt beweerd dat Benjamin Netanyahu Trump niet vroeg maar beval om mee te doen.
De kern van die virale golf is een simpele formule: Epstein kende machtige mensen, Israël waarschuwt al dertig jaar voor Iran, dus moet er chantage in het spel zijn. Amerikaanse economen als Jeffrey Sachs worden geknipt met quotes als It may be because of what’s in the Epstein files, it may be blackmail, it may be corruption, but it is not about America’s interests.

Feitelijk is er iets anders aan de hand. Er is geen officiële vrijgave van Epstein-files door Iran. Factchecks van onder meer Reuters beoordelen beelden die claimen Epstein levend in Tel Aviv te tonen als AI-gegenereerd. Analyses van onder meer Jerusalem Post beschrijven hoe Iraanse staatsgelieerde accounts de Epstein-zaak actief gebruiken als informatieoorlog om de morele autoriteit van de Amerikaans-Israëlische coalitie te ondermijnen. Ook beelden die beweren Trump te tonen met kinderen op Epstein Island tijdens grote feesten zijn tot nu toe niet geverifieerd door rechtbanken of grote persbureaus en worden in factchecks als AI-producten aangemerkt. Trump en Epstein kenden elkaar in de jaren negentig in Florida en New York, dat is gedocumenteerd, daarna zegt Trump dat hij Epstein uit Mar-a-Lago verbande.
Dertig jaar roepen dat Iran moet worden aangevallen
Dat Israël al meer dan dertig jaar vindt dat Iran militair moet worden gestopt, is geen geheim dat influencers hebben ontdekt. Het is expliciet beleid sinds de jaren negentig. Netanyahu waarschuwde in de VN, in de Knesset en in interviews keer op keer voor een nucleaire dreiging. Dat is de reden waarom veel mensen het nu geloofwaardig vinden als ze horen dat Israël de voorloper en ophitser zou zijn.
In de afgelopen week kwam dat weer samen. Indiase outlets als The Daily Jagran meldden op 8 oktober dat het Pentagon Central Command heeft geïnstrueerd voorbereidingen af te ronden voor grote operaties tegen Iraanse faciliteiten, mogelijk samen met Israël. Israëlische media als Israel Hayom meldden dat minister van Defensie Israel Katz spreekt over al geïdentificeerde doelen en een blue-and-white operatie, een zelfstandige Israëlische actie, terwijl dezelfde krant inschat dat de kans op een aanval voor de Amerikaanse midterms relatief laag is. India zelf riep op tot de-escalatie en gaf een stay wherever you are advies aan eigen burgers in Iran. Dreigende taal dus, maar ook uitstel.
Vrouwen met Kalasjnikovs op het plein
Tussen al dat grote geopolitieke geweld doken beelden op die je niet verwacht als je Iran alleen kent als patriarchale samenleving. Vrouwen in chador met AK-47’s, vrouwen op motoren in Teheran, vrouwen die FPV-drones leren besturen. Dat is het Janfada programma, offer voor Iran, georganiseerd onder de Basij, de paramilitaire vrijwilligersorganisatie van de Revolutionaire Garde.
Op 18 september marcheerden gewapende vrijwilligers met lange wapens over het Imam Hossein-plein in Teheran. Duizenden vrouwen trainen in stedelijke oorlogsvoering, hulpverlening, brandbestrijding en observatie. Zes miljoen burgers zouden zich hebben aangemeld voor wapentraining volgens Iraanse bronnen, een getal dat in het Westen niet onafhankelijk te verifiëren is, maar de beelden van bewapende vrouwenbataljons zijn er wel.
Dat is geen breuk met het verleden. Iran heeft sinds 1979 een vrouwelijke tak van de Basij. In de doctrine van totale weerstand is iedereen onderdeel van de verdediging. Voor de buitenwereld is het een signaal: wij zakken niet in. Voor critici binnen Iran is het een terreurmanoeuvre om interne repressie te organiseren. Voor de Rotterdamse kijker is het een herinnering dat oorlog niet alleen over vliegdekschepen gaat, maar over wie er op het plein staat als de sirenes gaan.
Olie, 1953 en het neokoloniale deja-vu
En dan de onderstroom waar alles om draait: aardolie. Iran wil zijn olie uitbaten in het voordeel van de eigen bevolking. Dat klinkt als 1953. Premier Mohammad Mossadeq nationaliseerde de Iraanse olie-industrie die sinds 1913 onder Britse controle stond via de Anglo-Iranian Oil Company. Hij werd op 19 augustus 1953 afgezet in een staatsgreep georganiseerd door de CIA op verzoek van de Britse MI6, operatie Ajax. De Sjah keerde terug, niet als bedelaar maar als afhankelijke bondgenoot met een luxe hofhouding en een geheime dienst SAVAK die door de VS werd gesteund. De opbrengsten gingen naar leger en prestigeprojecten, niet naar de straat. De wrok daarover leidde tot 1979.
Hebben we lessen geleerd? De straat in Teheran zegt nee. Washington zegt dat het nu om iets anders gaat: nucleair programma, Strait of Hormuz, waar meer dan twintig procent van de wereldolie doorheen gaat. Als Iran dreigt die straat te sluiten, schiet de olieprijs boven de honderd dollar. Dan voel je het hier, aan de Maas, in de haven, bij de raffinaderijen. Neokolonialisme is geen abstract woord, het is de prijs aan de pomp.
De lobby’s achter de schermen
Wie de Amerikaanse steun aan Israël wil begrijpen, moet niet alleen naar Tel Aviv kijken, maar naar Washington en naar de Bible Belt. AIPAC gaf in 2024 formeel 3,3 miljoen dollar uit aan lobby, plek 191 op de lijst van grootste lobby’s volgens OpenSecrets, minder dan negen andere landen waaronder China, Japan en Saudi-Arabië. Maar via zijn eigen PAC en Super PAC United Democracy Project steunde AIPAC in 2024 meer dan 361 kandidaten met meer dan 53 miljoen dollar directe steun, in sommige tellingen meer dan 100 miljoen inclusief onafhankelijke uitgaven. Van 389 races wonnen AIPAC-gesteunde kandidaten er 318. In de eerste helft van 2025 rapporteerde het AIPAC PAC alleen al 12,75 miljoen aan bijdragen.
Daarnaast is er Christians United for Israel, CUFI, met miljoenen evangelische christenen. Zij vormen ongeveer een kwart van het Amerikaanse electoraat en stemmen bovengemiddeld pro- Israël om theologische redenen. Dat is de democratische weg van steun: stemmen, doneren, mobiliseren. De ondemocratische weg waar op sociale media over wordt gesproken, de Epstein files als chantage, is tot nu toe in geen enkele rechtbank of officieel onderzoek met bewijs onderbouwd.
Het verschil tussen kritiek op beleid en antisemitisme ligt daar. Kritiek op de staat Israël, op troepenversterking en verplaatsing, op dreigende taal over een aanval op Iran, is dagelijks, ook in Israël zelf. Zodra die kritiek wordt vertaald naar het idee dat Joden worden misbruikt om neokolonialisme een gezicht te geven, verlaat je analyse en kom je in een oud complotframe terecht dat al sinds de Protocollen van de Wijzen van Sion rondgaat.





Geef een reactie