Van Paramaribo naar Pathé Arena: elf verhalen steken de oceaan over
Rotterdam, 25 september 2026 – Er is een moment waarop een verhaal niet meer alleen van Paramaribo is. Dat moment komt in november 2026. Elf Surinaamse documentaires, gemaakt in Suriname door Surinaamse makers, krijgen hun Nederlandse première in Pathé Arena in Amsterdam. Het gaat om het Makandra Film Festival ON TOUR, van maandag 9 tot en met vrijdag 13 november. Vijf avonden, vijf thema’s, elf films. De films werden in november 2025 voor het eerst vertoond tijdens het Makandra Film Festival in TBL Cinemas in Paramaribo, nu volgt de oversteek naar Nederland. De Nederlandse uitbreng wordt verzorgd door Gusto Entertainment. De naam is geen toeval. Makandra is Sranantongo voor samen, met elkaar. En precies dat is wat er gebeurt wanneer een filmzaal aan de rand van Amsterdam verandert in een verlengstuk van de Waterkant.
Rotterdam voelt het als eerste: diaspora Surinamers herkennen de Maas in de Surinamerivier
Wie in Rotterdam woont, begrijpt deze beweging direct. Rotterdam is een stad waar de Maas Surinaams bloed heeft leren kennen. Waar Surinamers al drie generaties lang dezelfde straten delen, dezelfde markt bezoeken, dezelfde muziek draaien. Voor de diaspora Surinamers in Nederland is dit geen importproduct. Dit is een spiegel. Wanneer Surinaamse documentaires de Nederlandse bioscoop halen, is dat Surinaamse export in de zuiverste vorm, niet als exotisch product voor de ander, maar als eigen verhaal dat terugkomt naar de eigen mensen. De trots die daarbij hoort is niet abstract. Het is de trots van zien dat je neefje, je nichtje, je buurjongen uit Latour of Pontbuiten nu op het grote doek staat met een camera in zijn hand. Het is het tastbare bewijs dat Surinaamse kunnen niet meer hoeft te wachten op toestemming uit Nederland om verteld te worden.
DocuLab 10 voor 50 is geen project maar een infrastructuur voor talent
Achter de elf titels zit een systeem. DocuLab 10 voor 50 is een driejarig talentontwikkelingstraject geïnitieerd door Stichting The Back Lot in Paramaribo, met steun van het Nederlands Filmfonds en begeleiding van lokale en internationale coaches. Uit meer dan dertig inzendingen werden tien ideeën geselecteerd. Een elfde project kreeg een wildcard, en dat was het project van de toen veertienjarige Chinasa Moeridjan. Dat detail zegt alles over de insteek. Het gaat niet om een eenmalige viering van vijftig jaar onafhankelijkheid van Suriname, het gaat om het bouwen van een kweekvijver. De makers volgden intensieve training in research, storytelling, camera, montage en productie. De maatschappelijke analyse hier is hard en direct. Zolang Suriname zijn eigen beelden niet zelf produceert, blijft het afhankelijk van de blik van anderen. Door te investeren in talent dat in Suriname woont en werkt, wordt onafhankelijkheid een werkwoord. Het enthousiasme dat daarbij vrijkomt is geen sentiment, het is capaciteit. Elf regisseurs die nu weten hoe je een film van vijftig minuten van idee naar première brengt, zijn elf productiemaatschappijen in wording. Dat is werk, dat is inkomen, dat is doorstroom naar de Caribische filmsector.
De inhoud: Roots, Verbinding, Spiritualiteit, Toekomst en Ritme

De organisatie heeft de elf documentaires ondergebracht in vijf thema’s, en die thema’s vertellen zelf ook een verhaal over hoe Surinamers naar zichzelf kijken.
Onder Roots, maandag 9 november, vallen drie films. Fayalobi van Chinasa Moeridjan, 33 minuten, waarin twee grootmoeders terugblikken op hun leven voor en na de onafhankelijkheid en hun kleindochters vertellen welke erfenis van kracht en strijd zij dragen. Het bloed dat door mij stroomt van Shellen Arga, 49 minuten, waarin de filmmaker de verhalen van haar moeder en grootmoeder ontrafelt en onderzoekt hoe haar Javaanse roots doorwerken in haar Surinaamse identiteit. En A Strey fu a Sranantongo van Kevin Headley, 55 minuten, over hoe een taal die verboden was als volkstaal uitgroeide tot cultureel erfgoed en een bron van zelfbeschikking.
Verbinding, dinsdag 10 november, bevat Vriendschap zonder Grenzen van Marisa Pieplenbosch, 55 minuten, over de vriendschap tussen Cynthia McLeod Ferrier en Judith Foner Oppenheim die tachtig jaar geleden in Suriname begon en nu via een hereniging opnieuw tot leven komt. En Werehpai, mensen van hier van Raoul Roeplal, 50 minuten, een zoektocht naar de betekenis van eeuwenoude rotstekeningen in het Amazonegebied, waarbij de geschiedenis niet alleen in steen blijkt te zitten maar vooral in de verhalen van de mensen van hier.
Spiritualiteit, woensdag 11 november, brengt Fesi fu Srefi van Claudio Ghafoerkhan, 50 minuten, waarin een onverklaarbare spirituele ervaring de filmmaker dwingt diep het binnenland in te reizen op zoek naar de oorsprong van zijn gave en familiegeschiedenis. En A Dede Wroko fu La Prosperité van Samuel Blankendal, 52 minuten, die zich afspeelt op de voormalige plantage La Prosperité in district Para, waar een gemeenschap eeuwenoude rouwrituelen in stand houdt waarvan sommige kennis bewust verborgen blijft voor buitenstaanders.
Toekomst, donderdag 12 november, toont Vogelvrij van Monique Pool, 39 minuten, die via de dieren die Suriname hun thuis noemen de kwetsbare relatie tussen mens en natuur onderzoekt en de verantwoordelijkheid om te beschermen wat vrij lijkt. En Ontwikkeling, alles op zijn tijd van Thanya Fonkel, 52 minuten, waarin de filmmaker terugkeert naar haar Marron-roots en zichzelf de vraag stelt of haar werk bijdraagt aan de toekomst van het binnenland of botst met de waarden die haar gemeenschap generaties lang heeft gedragen.
Ritme, vrijdag 13 november, sluit af met Boyke van Leon Hendrison, 48 minuten, een portret van Papa Touwtjie, de jongen uit de getto die uitgroeide tot de stem van het volk, verteld door familie, vrienden en bewonderaars. En Langabere, een Ode aan de Kasekomuziek van Rosita Leeflang, 51 minuten, gedragen door het ritme van de skratjidron, een reis door verleden en heden van kaseko als onmisbaar onderdeel van de Surinaamse identiteit.
Nederlandse bioscoop als tweede première is geen gunst maar een correctie
Het is verleidelijk om te zeggen dat Nederland ruimte geeft aan deze films. De werkelijkheid ligt andersom. De Nederlandse bioscoop heeft deze films nodig. Al jaren draait het gesprek over diversiteit in de filmsector op dezelfde plaat. Makandra laat zien hoe het wel moet. Geen films over Surinamers gemaakt door anderen, maar films door Surinamers zelf, in de originele taal, met Nederlandse ondertiteling, zonder de behoefte om alles te vertalen naar een Hollands referentiekader. De discussie over wie mag vertellen en wie wordt verteld speelt overal waar de diaspora woont. Wanneer deze elf documentaires na Paramaribo nu ook in Nederland in première gaan, wordt de lijn tussen hier en daar dunner. Het is geen overzeese programmering. Het is een binnenlandse zaak.
Wat er na Pathé Arena gebeurt bepaalt de echte exportwaarde
Voor zover nu bekend is Pathé Arena de enige bevestigde locatie. Daar draaien alle vijf thema-avonden met inloop om 19.30 uur en zaalprogramma om 20.00 uur. Na dat festival, vanaf 19 november 2026, gaat Makandra ON TOUR door het land langs bioscopen en culturele podia. De vijf thema’s reizen dan los van elkaar, per stad wordt één thema gekozen en met lokale partners omlijst met gesprek, muziek en ontmoeting. Concrete steden zijn nog niet gepubliceerd. De organisatie houdt de lijst open met de mededeling dat meer steden volgen. Dat is geen zwakte, dat is strategie. Het model is niet dat er een kant-en-klaar pakket wordt gedumpt in een zaal, maar dat er per stad een avond wordt gebouwd met mensen die daar al actief zijn in de Surinaamse gemeenschap. Daarmee wordt Surinaamse export geen eenmalige vertoning maar een netwerk. En dat netwerk landt in tastbare gevolgen. Een bioscoop in Groningen of Tilburg die een avond Surinaamse cultuur programmeert met een volle zaal, is omzet. Een jonge maker uit Suriname die in gesprek gaat met een programmeur in Nederland, is een volgende coproductie. Een kind uit de diaspora dat zijn grootmoeder op het doek herkent, is een verhaal dat thuis verder verteld wordt.





Plaats een reactie