Energierekening 20 procent omhoog: nettarieven stijgen door investeringen

De rekening die niet meer past in de keukenla

Rotterdam – Je voelt het eerst niet in de cijfers maar in de keukenla. Daar waar vroeger de enveloppen lagen met huur, zorgverzekering en energie, ligt nu een stapel die elke maand een beetje dikker wordt zonder dat er iets nieuws bij is gekomen. In Rotterdam, met de wind van de Maas die tussen de flats van Zuid en de nieuwbouw van Merwe-Vierhavens jaagt, betaal je al hard voor weinig. Niet lullen maar poetsen, dat is de afspraak in de wijk. Je werkt, je betaalt, je houdt je straat schoon. Alleen de rekensom klopt niet meer.

Wat er nu op tafel ligt, is een nieuwe prognose van toezichthouder ACM en Netbeheer Nederland. Voor een doorsnee huishouden in Nederland gaat het transport van elektriciteit en gas volgend jaar gemiddeld 20 procent omhoog. Dat is geen stroomprijs, geen gasprijs, het is de prijs voor het gebruik van het net. Ongeveer 90 euro extra voor elektriciteit en 52 euro extra voor gas. Samen 142 euro per jaar, bovenop de stevig gestegen energiekosten van de afgelopen jaren. De netbeheerders hebben tot 2040 naar schatting 235 miljard euro nodig om het stroom- en gasnet te verbouwen. Vorige ramingen kwamen nog uit op krap 200 miljard. In de afgelopen veertien jaar werd er 39 miljard geïnvesteerd. De schaal is dus anders.

Advertenties

Waarom het net ineens 20 procent duurder wordt

De tarieven stijgen niet omdat er oorlog is in Oost-Europa of het Midden-Oosten. Ze stijgen omdat Nederland heeft gekozen voor een ander energiesysteem en het bestaande systeem vastloopt. Dat is wat ACM-bestuurslid Manon Leijten bedoelt als ze zegt dat de stijging voor het overgrote deel wordt bepaald door beleidskeuzes. De keuze voor meer wind op zee, de overgang van kolen, olie en gas met hoge CO2-uitstoot, de wens om minder afhankelijk te zijn van fossiele energie uit andere landen.

Voor die wind op zee zijn dieper liggende kabels in zee en op land nodig, zegt Leijten, kabels die ook weerbaar moeten zijn. Na recente aanvallen elders waarbij sleepankers van schepen kilometers over de zeebodem stroomkabels hebben vernietigd, is dat argument niet abstract meer. Het gaat om fysieke infrastructuur die kwetsbaar is en die verzwaard moet worden.

Daarnaast is er netcongestie. Het stroomnet zit op veel plekken overvol. Er wachten op dit moment 15.000 bedrijven, woningen, scholen, politiebureaus en huisartsenposten op een aansluiting of uitbreiding. Studies naar de schade daarvan rekenen 10 tot 40 miljard euro per jaar aan maatschappelijke kosten. Om dat op te lossen schetst de sector wat er nodig is: meer dan 50.000 nieuwe transformatorhuisjes, 100.000 kilometer kabel, 670 hoog- en middenspanningsstations bouwen of verbouwen tot 2050. Daarvoor zijn bijna 30.000 technici nodig. Cfo Walter Biens van Alliander vat het samen met de zin die je in elke Rotterdamse havenkantine hoort: dit kost heel veel geld, maar als we nu niet investeren blijven we afhankelijk van andere energiemarkten en nemen de maatschappelijke kosten uiteindelijk nog veel meer toe.

De tweede stijging die er dwars overheen loopt

Tegelijk is er de stijging van het gas en de stroom zelf. In je eigen artikel staat dat de kosten voor een nieuw energiecontract in september 2026 gemiddeld rond de 200 euro per maand liggen bij standaardverbruik, inclusief welkomstkorting. Bij de eerste aanbieders is de prijs van aardgas naar 1,75 euro per kuub gegaan, ruim 55 cent meer dan in januari. Op jaarbasis is dat 2402 euro, begin dit jaar lag dat nog zo’n 500 euro lager.

Stijgende energieprijzen dus…

Dat deel komt wél uit de oorlogen. De oorlog in Oost-Europa heeft sinds 2022 de basis van de gasprijs structureel hoger gemaakt doordat Europa overstapte van Russisch pijpleidinggas naar duurder LNG uit de Verenigde Staten en Qatar. De oorlog in het Midden-Oosten, de Iran-oorlog die in het stuk wordt genoemd, jaagt nu de beursprijs TTF opnieuw omhoog door angst voor verstoring van aanvoerroutes. Dat zie je direct terug in je maandelijkse energierekening.

Twee rekeningen dus. Een voor het molecuul en de elektron zelf, die schommelt met geopolitiek. En een voor het vervoer ervan, die vastzit aan beton, koper en politieke keuzes. Die tweede stijging vormde in 2025 nog 25 procent van je energierekening, volgend jaar is dat 28 procent.

Wat dit doet met leefbaarheid en vertrouwen

Het Nibud hanteert al jaren een vuistregel: niet meer dan 50 procent van je netto inkomen aan vaste lasten. Vaste lasten zijn wonen, energie, water, verzekeringen, vervoer, telefoon en internet, belastingen en andere contracten waar je als burger niet onderuit kan. Idealiter zou je daar onder blijven.

De werkelijkheid is anders. Een huishouden met een modaal inkomen en een gemiddelde huur is nu net iets meer dan 55 procent van het netto inkomen kwijt aan vaste lasten. Een huishouden met 1,5 keer modaal en een gemiddeld koophuis zit net onder de 45 procent. Tien jaar geleden was dat laatste nog net onder de 40 procent. Dat is geen Rotterdamse klaagzang, dat is de meting.

Als je het concreet maakt: een eenpersoonshuishouden met modaal inkomen en gemiddelde huur had in 2009 een netto inkomen van 1847 euro en 968 euro vaste lasten. In 2014 was dat 2040 om 1043 euro. In 2019, vijf jaar terug dus, 2252 euro inkomen om 1258 euro vaste lasten. Het percentage steeg van 52,4 naar 55,8 procent. Het bedrag dat overbleef voor boodschappen, kleding en onderhoud bleef gelijk, terwijl het potje voor sociale participatie, dus ruimte voor een biertje, een verjaardag, een dagje weg, zakte van 78 euro in 2009 naar 75 in 2014 en naar 60 euro in 2019.

Dat verklaart waarom bijna 40 procent van de mensen moeite heeft met rondkomen, zoals Nibud-directeur Vliegenthart eerder zei. Niet omdat er meer luxe wordt gekocht, maar omdat de bodem van vaste lasten stijgt en het vrije deel krimpt. En inflatie doet daar nog een schep bovenop. Sinds 2019 is de cumulatieve inflatie bijna 30 procent. Je netto loon is nominaal van 2252 naar rond 2800 euro gegaan, maar je koopt er minder mee. Vervoerskosten stegen tussen 2015 en 2023 met bijna 30 procent, harder dan de inflatie van 26 procent in diezelfde periode.

Advertenties

De komende jaren betaal je door

De prognose stopt niet bij die 20 procent. De tarieven stijgen de komende jaren verder met zo’n 5 tot 6 procent per jaar bovenop de inflatie. De kabinetsplannen richting Prinsjesdag gaan uit van een gemiddelde energierekening die de komende vijf jaar met tien procent omhoog gaat. In 2031 betaalt de grote meerderheid van de huishoudens 400 tot soms wel 600 euro meer dan nu.

Voor het gasnet komt er nog een aparte rekensom bij. Omdat steeds minder huishoudens gas gebruiken, wordt het onderhoud van het gasnet door een steeds kleinere groep betaald. ACM berekende dat die kosten voor bedrijven van 680.000 euro in 2025 naar bijna 5,6 miljoen in 2050 oplopen. Die post piekt rond 2040 en veroorzaakt dan naar schatting 27 procent van de tariefstijging.

De netbeheerders en ACM weten dat dit schuurt. Directeur Hans Grünfeld van VEMW, de vereniging voor grootverbruikers, noemt de forse stijging van de nettarieven problematisch. Het schaadt de concurrentiepositie van energie-intensieve industriële bedrijven en belemmert de hele energietransitie, zegt hij. Daarom is er 500 miljoen euro per jaar aan compensatie toegezegd voor kwetsbare bedrijven, geld dat volgens Grünfeld nu zo snel mogelijk moet worden ingezet.

Tegelijk zoeken de netbeheerders naar manieren om de rekening te drukken zonder minder te investeren. Directeur Beleid en Communicatie Jinny Moe Soe Let van Netbeheer Nederland zegt dat het bestaande systeem veel slimmer gebruikt kan worden. Je elektrische auto niet direct laden als je thuiskomt ’s avonds, maar op rustigere momenten. Een batterij inzetten om pieken af te vlakken. Met inzet van batterijen, meer groengas en waterstof zou circa 33 miljard euro bespaard kunnen worden op die verwachte 235 miljard. Flexibiliteit wordt geen vrijblijvende aanvulling, maar noodzakelijk om de nettarieven beheersbaar te houden.

Verduurzamen loont meer dan ooit, scheelt tot 3000 euro per jaar

Hard voor weinig wordt harder

In Rotterdam hoor je het ritme van de straat. Je werkt, je betaalt je huur, je zorgt dat je kinderen naar school kunnen, je houdt wat over voor het weekend. Dat ritme wordt verstoord als de vaste lasten elk jaar een hap extra nemen zonder dat je er iets voor terugziet in je koopkracht. De overheid kiest, de netbeheerder voert uit, de burger betaalt. Dat is geen verwijt, dat is hoe het systeem van tariefregulering werkt. De netbeheerder investeert, ACM stelt het tarief vast, de kosten worden eerlijk verdeeld over alle gebruikers.

Maar eerlijk verdelen betekent niet automatisch betaalbaar houden. Als een huishouden met een modaal inkomen al meer dan de helft kwijt is aan lasten waar het niet onderuit kan, dan is elke extra 12 euro per maand geen abstract percentage maar een directe aanslag op het laatste stukje vrije besteding. Dat raakt de leefbaarheid in de wijk, het vertrouwen dat werken loont, en het gevoel dat de overheid naast je staat en niet alleen boven je rekent.

De cijfers liggen er. 142 euro extra volgend jaar. 5 tot 6 procent extra per jaar daarna. 400 tot 600 euro extra in 2031. 235 miljard tot 2040. Het zijn geen voorspellingen van een energieleverancier, het zijn de tariefprognoses van de toezichthouder zelf.

Reacties

Plaats een reactie