Het proces dat nooit begint en toch elke dag doorgaat
Rotterdam – Er zit een man al twintig jaar vast op een marinebasis aan de andere kant van de wereld. Khalid Sheikh Mohammed, door Amerika het brein van 9/11 genoemd. Hij werd in 2003 opgepakt in Pakistan, verdween in de geheime gevangenissen van de CIA, werd in 2006 overgeplaatst naar Guantánamo Bay en zit daar nog steeds. Een militaire rechter, luitenant-kolonel Michael Schrama, heeft nu in een uitspraak van 45 pagina’s besloten dat de bekentenis die Mohammed in 2007 aflegde tegenover de FBI niet gebruikt mag worden. Niet vrijwillig verkregen. Besmet door wat de rechter noemt een ononderbroken voortzetting van psychologische conditionering en zware dwang uit de CIA-tijd. De aanklagers hadden die FBI-verhoren zelf bestempeld als hun belangrijkste bewijs. Nu valt het weg. Het proces staat gepland voor 5 juni 2028, bijna 27 jaar na de dag dat de Twin Towers instortten.
Dat is het nieuws. Maar voor wie op straat staat, aan de Maas, met de wind in je gezicht en de handel in je bloed, is dit geen juridisch detail. Dit is het toneelstuk waar we al een kwart eeuw naar kijken. Het doek gaat niet dicht.
De vinger die wijst en de drie vingers die terugwijzen
Na 9/11 is het woord terrorist het meest genoemde woord geworden. Elke journaaluitzending, elke veiligheidsmaatregel, elke discussie over samenleven draait erom. En telkens wijst het wijsvingertje in één richting: naar de islamiet, naar de man met de baard, naar de haatimam in een achterafzaaltje.
Wat niemand wil zien is wat er gebeurt met je hand als je zo wijst. Als je met één vinger naar voren wijst, wijzen er drie vingers terug naar jezelf. Terwijl de wereld kijkt naar KSM in Guantánamo, kijkt bijna niemand naar de hand die wijst. Die hand heeft zelf gemarteld, heeft waterboarding toegepast, heeft mensen jarenlang zonder proces vastgehouden, heeft oorlogen ontketend in Afghanistan en Irak waar honderdduizenden burgers omkwamen. Voor de mensen daar voelde dat niet als bevrijding. Voor hen was dat terreur in uniform.
In Rotterdam kennen we dat principe op straat. Als er in de wijk iets misgaat en de gemeente wijst alleen maar naar de bewoners, naar de jongeren op de hoek, dan voelt de wijk feilloos aan dat er iets niet klopt. Veiligheid komt niet van wijzen, veiligheid komt van eerlijk zijn over je eigen aandeel. Vredig samenleven begint niet met een vinger, maar met een open hand.
Liegen op het hoogste niveau en de prijs op de werkvloer
Veel mensen herinneren zich nog de beelden van George W. Bush op de avond van 11 september. De man die zei dat de vrijheid zelf was aangevallen. Later bleek dat de onderbouwing voor de oorlog in Irak – massavernietigingswapens – niet klopte. Voor veel Nederlanders was dat het eerste moment waarop het gevoel ontstond dat er gelogen werd op het hoogste niveau om een agenda door te duwen.

Dat gevoel van leugen als bestuursinstrument is daarna niet meer weggegaan. Het landde keihard in onze eigen instituties. Rond diezelfde tijd, tussen 1995 en 2006, werd in Nederland zorg en onderwijs volledig omgebouwd. Marktwerking, lumpsum, fusies, New Public Management. De idealistische teamleider die wist hoe je een klas draaiende houdt of een afdeling verpleging runt, werd vervangen door een manager die stuurt op cijfers, protocollen en verantwoording.
Op papier efficiënter. In de praktijk voor veel mensen toxic. Niet omdat elke manager een slecht mens is, maar omdat het systeem precies dat gedrag beloont: controle houden, risico’s afdekken, schuld naar beneden schuiven en succes naar boven halen. Je baan verandert dan. Je komt niet meer thuis met het gevoel dat je iets goeds hebt gedaan voor een leerling of een patiënt, maar met het gevoel dat je de hele dag hebt moeten verantwoorden dat je je werk hebt gedaan.
Die cultuur van controle en wantrouwen is dezelfde cultuur die na 9/11 dominant werd in de geopolitiek. Van internationale politiek, waarin internationaal recht en samenwerking centraal stonden, naar geopolitiek, waarin macht, dreiging en invloedssferen centraal staan.
Van teamleider naar manager, van Boer Zoekt Vrouw naar Big Brother
De mensen die dit meemaakten op hun werk herkennen de politieke voorbeelden direct. Hugo de Jonge tijdens corona, met zijn indringende morele oproepen en de dreiging dat wie niet meedeed uitgesloten zou worden van het normale leven. Of je voor of tegen de maatregelen was maakt voor dit verhaal niet uit. Het ging om de toon. De overheid die niet meer dient, maar stuurt en oordeelt.
En Mark Rutte met zijn uitspraak in het toeslagenschandaal: ik heb daar geen actieve herinnering aan. Juridisch handig, want je zegt niet dat het niet gebeurd is, je zegt alleen dat je het je niet meer herinnert. Maar maatschappelijk verwoestend, omdat ouders die hun kinderen en hun huis kwijtraakten juist één ding wilden horen: ik was erbij, ik ben verantwoordelijk.
Dat is het patroon van de managementrevolutie. Nooit is het systeem schuldig, altijd is het een protocol dat niet gevolgd is of een professional die gefaald heeft. Het is een stille staatsgreep, niet met tanks op het Binnenhof, maar met spreadsheets en inkoopafdelingen. En als je dat eenmaal ziet, zie je het overal.
De zakenman, de CIA en de koopman aan de Maas
Rotterdam is een handelsstad. Een stad van koopmannen die weten dat je een deal alleen kunt sluiten als beide kanten weten wat de prijs is. De CIA is in die zin het tegenovergestelde van een koopman. Daar is de prijs onzichtbaar. Mensen verdwijnen, verklaringen worden afgeperst, en jaren later zegt een rechter dat het niet mag.
Generaal Wesley Clark vertelde in 2007 openlijk dat hij kort na 9/11 een memo in het Pentagon zag liggen waarin zeven landen in vijf jaar moesten worden aangepakt, waaronder Irak, Syrië en Libië. Hij bedoelde het als kritiek: 9/11 werd gebruikt om bestaande plannen erdoor te duwen. Voor een koopman aan de Maas klinkt dat bekend: eerst een probleem creëren of uitvergroten, dan je eigen oplossing verkopen.
Hetzelfde geldt voor de verhalen die blijven hangen. Het derde gebouw, WTC 7, dat instortte zonder geraakt te zijn door een vliegtuig. De beelden van de torens die als een kaartenhuis in elkaar zakken en doen denken aan gecontroleerde sloop. De verhoudingen op tv-beelden die niet kloppen door telelenzen. Het verhaal van de vijf Israëlische mannen in New Jersey die de brandende torens filmden en dagenlang werden vastgehouden. Al die puzzelstukjes krijgen pas betekenis als je het grote verhaal niet meer vertrouwt.
En dat grote verhaal rammelt voor veel mensen al sinds het begin. Bin Laden die in de jaren tachtig nog indirect gesteund werd in de strijd tegen de Sovjets en later de aartsvijand werd. En de nacht dat Barack Obama vertelde dat Bin Laden was gedood in Pakistan en daarna op zee begraven. Geen onafhankelijke pers erbij, geen lichaam getoond, alleen het woord van de overheid. Of het waar is of niet, de geheimhouding zelf maakt dat mensen afhaken.
Wat dit doet met een baan, een wijk en het samenleven
Analyse zonder straatgevoel is leeg. Wat betekent dit alles voor een wijk in Rotterdam-Zuid, voor een verpleegkundige in Charlois, voor een leraar in Delfshaven?
Het betekent dat mensen zich minder veilig voelen, niet veiliger. Veiligheid is niet alleen camera’s en pasjes en registratie. Veiligheid is weten dat als je een fout maakt, je niet direct wordt geofferd. Vredig samenleven is weten dat de regels voor iedereen gelden. Ook voor de mensen die de regels maken.
Als een verpleegkundige elke handeling moet registreren voor de veiligheid, maar ziet dat aan de top niemand zijn actieve herinnering heeft, dan breekt er iets. Als een leraar afgerekend wordt op scores terwijl hij ziet dat in de wereldpolitiek bombardementen worden weggezet als collateral damage, dan voelt hij dat er met twee maten wordt gemeten.
9/11 was in die zin geen eindpunt, maar een beginpunt van een manier van denken. Een manier van denken waarin alles een risico is dat beheerst moet worden. En als je alles wilt beheersen, heb je controleurs nodig. Managers, veiligheidsdiensten, protocollen. En die controleurs hebben belang bij het in stand houden van angst. Want zonder angst heb je geen controle nodig.
Daarom voelt Gaza vandaag voor veel mensen niet als iets nieuws, maar als het logische vervolg. Dezelfde taal van dreiging, dezelfde rechtvaardiging van uitzonderingsmaatregelen, hetzelfde wijzen met de vinger.
Het toneelstuk gaat door omdat het moet doorgaan
Het proces tegen KSM gaat door omdat het niet anders kan. Als de rechter zou zeggen: we stoppen ermee, we hebben geen bewijs meer omdat we het zelf verpest hebben, dan zou het hele verhaal van de war on terror instorten. Dus wordt het toneelstuk opgevoerd. Een nieuwe rechter, een nieuwe datum, 2028, weer een poging om een bekentenis toelaatbaar te maken.
En het publiek kijkt, sommigen gelovig, anderen met de armen over elkaar. Niet omdat ze voor terrorisme zijn, maar omdat ze voelen dat het woord terrorist te klein is geworden voor wat er werkelijk is gebeurd de afgelopen 25 jaar.
De vraag is niet meer wie er schuldig is aan die ene dag in september. De vraag is wie er verantwoordelijk is voor alles wat er daarna is gebeurd met onze banen, onze wijken, ons gevoel van rechtvaardigheid. En die vraag wijst niet naar één man in Guantánamo. Die vraag wijst alle kanten op. Ook naar onszelf.





Plaats een reactie