Borger Breeveld overleden: Roy uit Wan Pipel was meer dan acteur

De man die Suriname een gezicht gaf

Rotterdam – Borger Breeveld is dood. 10 augustus 2026, 82 jaar, overleden in Amsterdam aan nierfalen. Voor wie Suriname alleen kent uit de krant is dat een klein berichtje in de marge. Voor wie de cultuur kent, voor wie weet wat het betekent om een land te moeten uitvinden terwijl je er al woont, is het een klap in de borst. Breeveld was acteur, filmmaker, mediaman. Nationaal en internationaal heeft hij zijn sporen verdiend, zoals de officiële condoleances het nu keurig formuleren. Maar zijn echte spoor ligt niet in een cv. Het ligt in een zinnetje dat generaties is bijgebleven uit de film Wan Pipel: Ik houd van mijn land.

Wan Pipel was geen film, het was een keuze

Wan Pipel, 1976, van Pim de la Parra. Scenario samen met Rudi F. Kross, scriptconsultant Lou Lichtveld, geproduceerd door Wim Verstappen. De eerste speelfilm van Suriname na de onafhankelijkheid op 25 november 1975. Budget anderhalf miljoen gulden, een fortuin toen. Een financiële flop die het einde van Scorpio Films betekende. Maar cultureel een bom. Wan Pipel betekent één volk. Het was de leus die in 1975 tot geloofsbelijdenis werd: wan bon, wan Sranan, wan Pipel. Eén boom, één Suriname, één volk.

Advertenties

Het verhaal lijkt simpel en daarom is het zo hard. Roy Ferrol, gespeeld door Breeveld, is een Afro-Surinaamse student in Nederland. Hij heeft een Nederlandse vriendin, Karina, gespeeld door Willeke van Ammelrooy. Zij leent hem geld als hij per telegram terug wordt geroepen omdat zijn moeder op sterven ligt. Terug in Paramaribo ziet hij pas hoe slecht hij zijn eigen land kent. Hij krijgt een relatie met Rubia, een Hindoestaans meisje gespeeld door Diana Gangaram Panday. In die tijd liepen de spanningen tussen Creolen en Hindoestanen hoog op. Een gemengd koppel was controversieel, op straat, in de wijk, aan de keukentafel. Toen Karina uit Nederland overkomt om hem op te halen om zijn studie af te maken, zegt Roy nee. Zijn leven ligt in Suriname. Hij moet helpen opbouwen.

Voor de analyse: dit is de kern van de dekolonisatie. Ga je, zoals veertig procent van de bevolking toen deed, naar Nederland voor veiligheid en een baan, of blijf je in het beton en de hitte bouwen aan iets dat nog geen gedeeld geheugen heeft. Wan Pipel geldt daarom als een iconische film die centraal staat in het nationalistische dekolonisatieproces. Het is geen romantisch drama, het is een arbeidscontract met je eigen land.

Van de Maas tot de Surinamerivier: waarom Rotterdam dit verhaal moet kennen

Hier in Rotterdam voel je die film in je nek. Wij kennen die wind. Wij kennen die keuze. De haven draait niet op poëzie maar op logistiek, op containers die van de Maas naar de oceaan gaan en terugkomen met handel. De koopman en de dominee. Paramaribo en Rotterdam zijn zus en broer in beton, industrie en verplaatsing.

Als je door Delfshaven loopt, door Feijenoord, door de straten waar Surinaamse cultuur geen folklore is maar infrastructuur, dan begrijp je Wan Pipel. De roti-tent die al dertig jaar op dezelfde hoek zit, de kapperszaak waar drie generaties komen, de stichting in een portiekflat die jongeren een baan probeert te bezorgen, dat is geen verfraaiing. Dat is opbouw. Dat is veiligheid in de praktijk. Wan Pipel stelde de vraag die in Rotterdam elke dag op de werkvloer wordt gesteld: blijf je consumeren van een systeem dat ergens anders is bedacht, of ga je zelf produceren. Roy koos voor produceren. Breeveld koos in zijn echte leven precies hetzelfde.

Borger Breedveld

De tweede acte: bouwen in beton, niet alleen spelen

Na Roy had Breeveld in Nederland kunnen blijven hangen als filmster. Hij deed het tegenovergestelde. Hij werd mediamanager bij de Surinaamse Televisie Stichting, de STVS, en programmamaker van onder meer het actualiteitenprogramma Mmanten Taki. Wie denkt dat televisie maken in Paramaribo hetzelfde is als in Hilversum, heeft nog nooit met stroomuitval een live uitzending moeten redden.

Zijn tweede grote hoogtepunt, en misschien wel zijn belangrijkste, is institutioneel. Samen met Arie Verkuijl en Pim de la Parra richtte hij het Film Instituut Paramaribo op, het FIP. Hij was secretaris van de Stichting Surinaamse Film Academie. Dat is geen eretitel, dat is ploeteren. Subsidies regelen, apparatuur regelen, jongeren leren dat een verhaal niet alleen verteld maar ook gefinancierd, gepland en gemonteerd moet worden. Dat is Rotterdamse straatenergie in Surinaamse uitvoering: geen praatjes, maar sjouwen.

De consequentie daarvan landt direct in de maatschappij. Zonder eigen film en eigen televisie heb je geen eigen beeld van jezelf. Dan blijft je cultuur een importproduct. Dan hebben je jongeren geen baan in hun eigen verhaal, maar alleen een bijrol in dat van een ander. Breeveld begreep dat. Daarom draait Wan Pipel nog steeds elk jaar op Onafhankelijkheidsdag op de STVS. Niet uit nostalgie, maar omdat het een gebruiksaanwijzing is.

De schaduw van de jaren tachtig

Een eerlijk verhaal over Breeveld kan niet om de jaren tachtig heen. In die jaren was Breeveld woordvoerder van Desi Bouterse. Dat is het ingewikkelde stuk van zijn biografie. Voor een deel van de samenleving was dat een logisch gevolg van zijn nationalisme, van zijn overtuiging dat Suriname zijn eigen koers moest varen zonder instructies uit Den Haag. Voor een ander deel was het een onvergeeflijke keuze, zeker na de Decembermoorden in 1982.

Die spanning werd in 2012 zichtbaar toen documentairemaker Geertjan Lassche de familie Breeveld portretteerde in Wan Famiri. Borger deed mee, samen met zijn broers Carl, Hans en Clarence, de bekende musicus, en zijn zus Lucia. De familie kwam uit een domineesgezin, een familie van kunst en muziek. Achteraf distantieerde de familie zich van het resultaat, omdat de focus volgens hen verschoof van de familie naar de politieke relatie tussen Borger en Bouterse. Dat is precies de wond van Suriname: familie, geloof, kunst en politiek lopen door elkaar, en iedereen moet kiezen waar hij staat als de druk oploopt. Breeveld koos, en hij heeft die keuze nooit ontkend. Dat maakt hem geen heilige, maar wel een compleet mens.

Wan Pipel 1976 (Suriname), Volledige Film

De laatste waka

Borger Breeveld werd geboren op 20 juli 1944 in Paramaribo. Hij basketbalde op hoog niveau, ging begin jaren zeventig naar de Nederlandse Filmacademie, trouwde met Ria Tjong-Ayong en kreeg twee dochters die zelf het vak in gingen: actrice Manoushka Zeegelaar-Breeveld en presentatrice Nydia Breeveld. Hij speelde na Wan Pipel nog in onder meer Lobi Singi in 2015 en Sing Song in 2017 als Griffith. Hij kreeg in 2019 een TrackDrip Achievement Award en werd in 2023 geëerd op de Iconenkalender van NAKS.

De laatste jaren was hij ziek, diabetes, nierproblemen, in 2020 al op de IC in het Academisch Ziekenhuis Paramaribo. Nu is hij er niet meer.

En dus is er nu maar één zin die past, in Sranantongo, zonder franje: Waka bun, Borger Breeveld. Goede reis. Grantangi voor je aandeel. Niet als vlagvertoon, maar als tastbare bijdrage. Want Surinaamse cultuur in Nederland, in Vlaanderen, in Suriname en Caribisch Nederland is vandaag geen abstract begrip. Het is een baan bij een productiebedrijf in Paramaribo-Noord, het is een jongen uit Rotterdam-Zuid die zijn opa herkent in een scène uit 1976, het is een meisje dat durft te zeggen dat ze van haar land houdt terwijl ze in twee landen woont. Dat is wat Breeveld heeft gebouwd, met beton en met beeld.

Reacties

Plaats een reactie