Rotterdam – In Almere begint op 1 augustus een nieuwe basisschool. Eerste schooldag 17 augustus. Acht tot zestien kleuters, nu twaalf aanmeldingen, één groep 1. De naam is Renaissanceschool, initiatief van de Tocqueville Stichting, in de landelijke pers neergezet als de door Forum voor Democratie omarmde basisschool. Tweede Kamerlid Thierry Baudet noemt het onze eigen basisschool. Dit jaar ontvangt de school naar schatting 232.441 euro Rijksgeld. Wie door Rotterdam fietst en de haven gewend is, ruikt meteen waar het schuurt. Op papier klopt de lading, op de kade voelt het licht.
Het is meer dan een Almeers wijkverhaal. Het raakt de kern van hoe Nederland nieuwe scholen toelaat, betaalt en controleert, en wat dat betekent voor banen, lerarentekort, koopkracht en veiligheid in de klas. Van Rotterdam-Zuid tot Groningen en van Zeeland tot de Wadden is dit een testcase.
Van achttien handjes naar 365 op de begroting
Sinds de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen uit 2021 kan een initiatiefnemer belangstelling aantonen via ouderverklaringen of via een marktonderzoek. De Renaissanceschool koos het tweede spoor. Onderzoeksbureau Right Marktonderzoek legde de vraag voor in het voedingsgebied. Van 298 kinderen gaven ouders van 18 kinderen aan interesse te hebben.
Dat percentage werd geprojecteerd op het verwachte aantal kinderen in het grotere gebied rond de school. Na de wettelijke correctie komt de prognose uit op 365 leerlingen in 2035. De Almeerse stichtingsnorm om voor bekostiging in aanmerking te komen is 277. Daarmee zit de prognose ruim boven de drempel. De Dienst Uitvoering Onderwijs beoordeelde het marktonderzoek positief, de Inspectie van het Onderwijs beoordeelde de plannen vooraf positief. Het onderzoek was anoniem, dus of die 18 ook bij de huidige twaalf aanmeldingen horen, is niet te controleren.
D66, VVD en CDA zetten daar vraagtekens bij. D66-Kamerlid Ilana Rooderkerk wijst erop dat het eerder niet lukte om genoeg ouderverklaringen te verzamelen en vraagt staatssecretaris Judith Tielen om te kijken naar een koppeling tussen prognose en werkelijke inschrijvingen. CDA-Kamerlid Etkin Armut stelt dat 18 positieve reacties die leiden tot 365 op papier wel erg ver afstaan van een start met 8 tot 16. VVD-Kamerlid Arend Kisteman wil strengere eisen voordat een nieuwe school geld krijgt, omdat het oprichten van kleine scholen voor een specifieke richting volgens hem onnodig geld kost, druk zet op het lerarentekort en de kwaliteit onder druk kan zetten. Het is de Rotterdamse koopmansvraag: wat kost een extra kade als er maar één schip ligt?
Zo telt het Rijk, van basisbedrag tot kleine-scholentoeslag
De bekostiging van een basisschool hangt niet alleen af van het aantal hoofden. Elke school krijgt een vast bedrag, een bedrag per leerling en als de school klein is een kleine-scholentoeslag. Bij twaalf leerlingen komt de Renaissanceschool eerst uit op ongeveer 192.636 euro basisbekostiging. Daar komt ruim 264.000 euro kleine-scholentoeslag bij. Omdat het totaal dan nog onder het wettelijk minimum voor zeer kleine scholen ligt, vult het Rijk aan tot 507.516 euro per volledig kalenderjaar.
De school opent op 1 augustus en krijgt in 2026 dus alleen de laatste vijf maanden vergoed, ongeveer 211.465 euro, plus eenmalig bijna 21.000 euro startbekostiging. Samen 232.441 euro. Dat is geen gunst, dat is de formule. En precies daar landt de maatschappelijke analyse in de portemonnee en op de werkvloer. Elke extra kleine school vraagt leraren in een markt waar besturen al met bonussen strooien, vraagt huisvesting en vraagt controlecapaciteit van de Inspectie, terwijl de koopkracht van ouders vooral gebaat is bij stabiele scholen om de hoek met genoeg collega’s om uitval op te vangen.

Bijzonder onderwijs met das en verwonderkamer
De Renaissanceschool valt onder bijzonder onderwijs, niet onder openbaar onderwijs. Openbaar onderwijs is neutraal en voor iedereen. Bijzonder onderwijs mag starten vanuit een eigen levensbeschouwelijke of onderwijskundige richting en wordt net zo door het Rijk bekostigd als het aan de wettelijke eisen voldoet. Die vrijheid van onderwijs maakt het mogelijk, maar die vrijheid is niet onbeperkt. Burgerschap, sociale veiligheid en onderwijskwaliteit gelden voor iedereen.
In de praktijk vertaalt de school dat naar een herkenbaar profiel. De nadruk ligt op lezen, schrijven, hoofdrekenen, kunst, muziek en Europese geschiedenis. Latijn vanaf jonge leeftijd, werken zonder tablets en computers, schoolkleding, warme lunch, minstens zes excursies per jaar en een verwonderkamer die tegelijk bibliotheek en museum is, met fossielen, edelstenen en dierenskeletten. Klassen van maximaal vijftien leerlingen, meegroeien met de lichting, starten met vier- en vijfjarigen en daarna elk jaar een leerjaar erbij. Ouders moeten de levensovertuiging onderschrijven om toegelaten te worden. Directeur Douwe Filz rekent op belangstelling uit Flevoland, het Gooi, de Vechtstreek, Amsterdam en het noorden van Utrecht en wil voor kinderen van verder weg een eigen bus inzetten. Een eerdere particuliere Renaissanceschool stopte na twee jaar wegens geldgebrek. Deze variant vaart onder Rijksvlag.
FVD presenteert de school als meer dan één gebouw. Het is bedoeld als begin van een eigen zuil van scholen en instellingen als tegenwicht tegen wat de partij ziet als dominant links gedachtegoed in onderwijs, media en cultuur. Dat is een politieke positionering die buiten de klas wordt uitgesproken, maar binnen de klas moet voldoen aan dezelfde kerndoelen als elke andere school in het land.
Idealist of narcist, hoe herken je het op de werkvloer
In de gesprekken over dit dossier duikt steeds dezelfde vraag op in zorg en onderwijs. Is een leider met een groot verhaal een idealist of een narcist? Het is een vraag die veel losmaakt bij mensen die aan het bed staan of voor de klas staan en gewend zijn verantwoordelijkheid te dragen per kind, per patiënt, per dienst.
Narcisme is in de klinische betekenis een diagnose die alleen na uitgebreid onderzoek gesteld kan worden. In sollicitatieprocedures voor directeuren wordt vaak getest op dominantie, overtuigingskracht, besluitvaardigheid en stressbestendigheid. Wie hoog scoort op ik neem de leiding en ik geloof in mijn visie, kan in testtaal snel als trekken met een narcistische kleur worden omschreven, terwijl het in de praktijk ook gewoon ondernemerschap kan zijn. Juist bij het opzetten van een nieuwe school, net als bij het opzetten van een nieuwe zorgafdeling of een logistiek bedrijf op de Maasvlakte, worden die trekken geselecteerd, omdat er iemand nodig is die een loods uit het niets neerzet.
Het verschil tussen idealisme en zelfverheerlijking wordt zichtbaar in beton en in gedrag. Is er scheiding tussen bestuur en directie, is er een raad van toezicht die echt doorvraagt, is er medezeggenschap voor ouders en personeel die echt mag tegenspreken? Wordt verantwoording afgelegd aan de Inspectie, worden fouten benoemd en hersteld, blijft het verhaal gaan over de ontwikkeling van het kind of verschuift het naar het gelijk van de oprichter? De bekende zin ik heb hier geen actieve herinnering meer aan, die in politiek Den Haag en in bestuurskamers van zorg en onderwijs te vaak klinkt, is geen diagnose, maar een bestuursstijl. Het is het vermijden van eigenaarschap. En eigenaarschap is precies wat een wijk nodig heeft als het gaat om veiligheid en vertrouwen.
Voor 2001 en daarna, waarom het klaslokaal anders voelt
Veel mensen herkennen het verschil tussen scholing voor en na grofweg 2001. Voor die tijd was het beeld vaker frontaal lesgeven, stampen, jaartallen, topografie, dictee. Daarna kwamen basisvorming, Tweede Fase, Studiehuis, zelfstandig werken, competenties, samenwerken, presenteren en later de digitalisering met digiborden, laptops en tablets. Sinds 2021 zijn er explicietere eisen voor burgerschap bijgekomen.
Die verschuiving heeft tastbare gevolgen. Meer aandacht voor keuze en vaardigheden gaf ruimte, maar maakte de gedeelde kennisbasis soms dunner. Meer schermen gaf gemak, maar ook meer afleiding. Meer nadruk op zelf ontdekken gaf autonomie, maar vroeg ook meer van de leraar als coach. In Rotterdamse termen: je kunt niet alleen de kraan besturen, je moet ook weten wat er in de container zit.
De Renaissanceschool kiest in dat debat expliciet voor de klassieke kant. Eerst kennis opbouwen, dan pas oordelen. Eerst verwondering en discipline, dan pas eigen mening. Andere bijzondere scholen zoals Dalton, Montessori of vrijeschool kiezen juist voor meer zelfsturing. Allemaal moeten ze hetzelfde laten zien aan de samenleving: dat kinderen leren lezen, rekenen, samenleven en kritisch denken, ook kritisch durven zijn op de eigen school. Dat laatste is de lakmoesproef. Een school die zelf nadenkende individuen wil vormen, moet toestaan dat een leerling ook vragen stelt bij het eigen verhaal van de school.
Afwachten is geen stilstand, het is controleren
De rekensom is rond, de vergunning is er, de bus kan gaan rijden. Vanaf het tweede jaar rekent de school op gemiddeld 45 nieuwe leerlingen per jaar. Of dat lukt, is nu nog havenmist. Wat telt is wat er na 17 augustus gebeurt op de werkvloer. Blijven leraren, is er rust in de klas, voelen ouders zich gehoord, hoe oordeelt de Inspectie na de eerste maanden over burgerschap, sociale veiligheid en onderwijskwaliteit in de praktijk?
Voor de arbeidsmarkt, voor de haven en voor de wijk is de vraag groter dan Almere alleen. Hoeveel kleine scholen kan het systeem dragen terwijl elders groepen naar huis worden gestuurd wegens lerarentekort? Hoe controleerbaar is een belangstellingsmeting die op papier 365 oplevert en in de straat met twaalf begint? En hoe zorgen we dat vrijheid van onderwijs blijft betekenen dat ouders echt iets te kiezen hebben, zonder dat het een rekentruc wordt die jarenlang bekostiging geeft voor een school die klein blijft?
Dat is geen oproep, het is een nuchtere constatering vanaf de kade. De wind staat altijd op de Maas, de handel gaat altijd door, maar een school beoordeel je pas als ze vaart.





Plaats een reactie