De oorlog die Trump niet kan winnen: macht, olie en de lange adem van Iran
De façade van overwinning
Rotterdam – In Washington klinkt het woord “victory” als een mantra. Trump herhaalt het alsof herhaling de werkelijkheid kan herschrijven. Maar wie goed luistert, hoort de echo van twijfel. De oorlog tegen Iran is geen triomf, maar een vastgelopen strijd — een conflict dat zich niet laat beëindigen met een tweet of een persconferentie. Volgens Maarten van Rossum is het tijd dat Trump toegeeft wat iedereen al weet: deze oorlog is verloren. Alleen, in de politiek is verlies een besmet woord.
De façade van overwinning is een oud Amerikaans ritueel. “We declare victory and then we go home,” zei Van Rossum cynisch. Maar Iran gaat niet naar huis. Iran blijft staan, met vuisten gebald en ogen gericht op de Straat van Hormoes — de smalle doorgang waar een vijfde van de wereldolie doorheen stroomt. Wie daar de kraan dichtdraait, bepaalt de prijs van benzine in Rotterdam, Paramaribo en Antwerpen.
De lange schaduw van de Straat van Hormoes
Iran heeft geen supermacht nodig om invloed te hebben. Het heeft geografie. De Straat van Hormoes is het zenuwcentrum van de wereldhandel in energie. Eén drone, één raket, één tanker die in brand vliegt — en de olieprijs schiet omhoog. In de Rotterdamse haven, waar schepen dag en nacht laden en lossen, voel je dat direct. De prijs van diesel stijgt, transportbedrijven rekenen door, en de bakker op Zuid betaalt meer voor zijn meel.
Van Rossum noemt het “het superwapen van Iran”: een strategische hefboom die sterker is dan duizend tanks. De Amerikanen kunnen bombarderen wat ze willen, maar zolang Iran die zeestraat controleert, blijft het spel in Iraanse handen. Het is een les in macht zonder spierballen — iets wat in de havenstad Rotterdam maar al te goed begrepen wordt. Macht is niet alleen volume, maar positie.
De psychologie van verlies
Trump kan niet toegeven dat hij verloren heeft. Niet omdat hij het niet weet, maar omdat politiek in de Verenigde Staten draait om beeldvorming. Een president die een oorlog verliest, verliest ook zijn greep op de binnenlandse economie. En dat raakt de gewone Amerikaan — de man die merkt dat boodschappen duurder worden, dat benzine onbetaalbaar wordt, dat de dollar wankelt.
Van Rossum legt uit dat dit patroon oud is: Vietnam, Irak, Afghanistan — telkens hetzelfde scenario. De oorlog sleept zich voort, niet omdat hij nog te winnen is, maar omdat toegeven erger voelt dan verliezen. In Rotterdam zou men zeggen: “Je kunt beter een schip keren dan blijven pompen in een lekke romp.” Maar in Washington pompt men liever door, tot het dek onder water staat.
De economie als slagveld

De oorlog tegen Iran speelt zich niet alleen af in woestijnen en op zee, maar ook in supermarkten en havens. Elke stijging van de olieprijs vertaalt zich in hogere transportkosten. In de Rotterdamse haven, waar containers uit Azië en het Midden-Oosten binnenstromen, betekent dat minder marge, minder werk, minder zekerheid.
Iran weet dat. Het gebruikt economische druk als wapen. Een paar gerichte aanvallen op tankers en de verzekeraars trekken zich terug. Handel stokt, schepen blijven liggen, en de wereld voelt de knoop in de keel. In de straten van Rotterdam, waar de wind van de Maas altijd iets van handel en strijd meedraagt, is dat voelbaar. De koopman begrijpt macht beter dan de generaal: wie de stroom van goederen beheerst, beheerst de wereld.
De onderhandelaar en de straat
Van Rossum noemt Iran “een top-onderhandelaar”. Niet omdat het charmant is, maar omdat het begrijpt wat druk betekent. Iran onderhandelt met geduld, met dreiging, met symboliek. De VS onderhandelt als een American football-team: hard, luid, maar weinig subtiel.
In Rotterdam zou men zeggen: “Iran speelt schaak, Amerika speelt sjoelen.” De Iraanse strategie is langzaam, berekend, en gericht op het eindspel. De Amerikaanse strategie is gericht op de volgende headline. En dat verschil bepaalt wie uiteindelijk wint.
De echo in de haven
Wat heeft dit alles te maken met Rotterdam? Meer dan men denkt. De haven is een spiegel van de wereld. Als de olieprijs stijgt, stijgt de spanning in de keten. Als de scheepvaart stokt, stokt de economie. De oorlog tussen de VS en Iran lijkt ver weg, maar zijn gevolgen waaien met de wind over de Maas.
De arbeider die ’s ochtends vroeg de kraan bedient, voelt het in zijn loonstrook. De ondernemer die zijn vrachtwagens volgooit, voelt het in zijn marge. De stad leeft op ritme van handel, en handel leeft op ritme van stabiliteit. Als die stabiliteit breekt, breekt ook het vertrouwen.
De les van Van Rossum
Van Rossum’s analyse is geen academische exercitie, maar een waarschuwing. Macht zonder realisme is een lege huls. Trump’s weigering om verlies te erkennen is niet alleen een Amerikaans probleem — het is een universeel patroon van leiders die liever de illusie van controle bewaren dan de waarheid onder ogen zien.
In Rotterdam, waar men gewend is aan harde wind en rechte ruggen, klinkt dat als een les in nuchterheid. Je kunt de storm niet stoppen, maar je kunt wel leren sturen. Iran heeft dat begrepen. De VS nog niet.
De toekomst van een vastgelopen oorlog
De oorlog zal niet eindigen met een handdruk, maar met uitputting. Misschien pas onder een volgende president. Tot die tijd blijft de spanning voelbaar — in de olieprijs, in de haven, in de wereldhandel.
Van Rossum’s woorden hangen als mist boven de Maas: “Dit is geen gewonnen oorlog.” En zolang Iran blijft vechten, blijft die mist hangen.



Plaats een reactie