78 PROCENT KOMT BUITEN DE EU: ITALIË VECHT TEGEN ZIJN EIGEN HUID
ROTTERDAM / ROME – De wind staat schuin op de Maas. Hij ruikt naar diesel, koffie en een beetje naar de toekomst. In Rotterdam weten ze hoe dat voelt: als je haven draait, draait de wereld mee. Maar daar, in Italië, hebben ze al een kwart eeuw ruzie over wie er binnenkomt en wie niet. Rechts wint de verkiezingen, links wint de straat en ondertussen heeft de economie gewoon dorst. Heel veel dorst.
De cijfers liegen niet. Ruim 11 procent van de Italianen heeft een buitenlandse achtergrond. Dat zijn 6,7 miljoen mensen. En van al die mensen komt 78 procent van buiten de Europese Unie. Alleen Roemenen, Albanezen en Oekraïners vallen nog een beetje onder ‘westers’, maar de rest komt uit Marokko, China, Bangladesh, India, Pakistan, Egypte. Precies de landen waar de Rotterdamse logistiek niet zonder kan. Alleen wil Italië dat nog niet hardop zeggen.
De rekening van de zee
De Middellandse Zee is geen grens. Het is een snelweg. Soms een kerkhof, meestal een markt. De afgelopen 25 jaar heeft Italië wetten gemaakt alsof het de Noordzee kon indammen. Eerst was er de Bossi-Fini in 2002: streng, koppeling tussen werk en verblijf, alsof je pas mag ademen als je een contract hebt. Daarna kwamen de veiligheidspakketten, de humanitaire fase, de security-decreten van Salvini en de correcties van Draghi. Het lijkt wel een polka op een zinkend schip.
Maar in de Rotterdamse werven weten ze één ding zeker: je kunt wel blijven roepen dat er minder schepen moeten komen, maar als de loodsen leegstaan, ben je nergens. In Italië liggen de loodsen vol. Alleen kijkt de politiek liever naar de zee dan naar de fabriek.
De demonstraties van de afgelopen dagen in Rome waren de samenvatting van een kwart eeuw frustratie. Aan de ene kant liepen extreemrechtse groepen als CasaPound. Zij riepen om ‘remigratie en herovering’. Een burgerinitiatief had vijftigduizend handtekeningen verzameld, genoeg om in het parlement te komen. Aan de andere kant stonden tienduizenden linkse tegenbetogers, georganiseerd door vakbonden, met leuzen tegen racisme en fascisme.
De politie hield ze uit elkaar. Er was geen geweld. Maar de scheidslijn loopt dwars door het land.
De economie kiest geen partij

En dan is er de rekening. De Italiaanse economie staat op instorten als er geen arbeidsmigranten komen. De geboortecijfers zijn te laag, de bevolking vergrijst, de beroepsbevolking krimpt. In de landbouw, de bouw, de logistiek en de zorg zijn migranten geen optie meer, maar een noodzaak. Ruim 2,5 miljoen arbeidsmigranten vullen de gaten die Italianen niet meer willen vullen.
Dat weet Giorgia Meloni ook. Haar regering, een coalitie van Fratelli d’Italia, Forza Italia en Lega, heeft de afgelopen jaren het jaarlijkse quotum voor legale arbeidsmigranten – het decreto flussi – verhoogd. Tussen 2023 en 2025 mogen 452.000 mensen legaal binnenkomen om te werken. Dat is geen linkse droom. Dat is Rotterdamse handel.
Maar ondertussen zegt Meloni in de wandelgangen dat ze migratie wil stoppen. De bootvluchtelingen daalden met 43 procent in 2026, claimt ze. Uitzettingen stegen. De cijfers zijn de cijfers. Maar de stille waarheid is dat de economie niet kan wachten op een politieke discussie.
Het gespleten hart van de straat
Wat voelt de gewone Italiaan? Lang niet zo fel als de straatprotesten doen vermoeden. Uit opinieonderzoek blijkt dat slechts 16 procent van de Italianen immigratie als de grootste prioriteit ziet. Energierekeningen, gezondheidszorg en werk staan bovenaan. Dat is de stille Maas van de Italiaanse politiek: onder de oppervlakte stroomt het water gewoon door.
Maar wie door Rome loopt, ziet de spanning. In wijken als Tor Bella Monica of San Basilio wonen mensen uit Bangladesh, Egypte en Nigeria zij aan zij met Italianen die al twee generaties werkloos zijn. De huizenprijzen dalen. De scholen raken overvol. Het is precies hetzelfde liedje als in Rotterdam-Zuid, alleen met meer zon en minder directheid.
In Rotterdam lossen ze dat op met woorden als ‘participatie’ en ‘inburgering’. In Italië lossen ze het op met straatvechten en paragraaf 22.
De onzichtbare meerderheid
Het vreemde is dat niemand écht wint. Rechts heeft de meerderheid in het parlement, met 28,5 procent voor Meloni’s eigen partij. Links heeft de straat, met tienduizenden betogers die niet weggaan. Maar de stille meerderheid, de mensen die gewoon brood willen kopen en hun kinderen naar school willen brengen, die zitten in het midden. En die worden niet gehoord.
Ook niet in de cijfers. Italianen denken dat ongeveer 21 procent van de bevolking uit migranten bestaat. Werkelijkheid: 11 procent. De angst is groter dan de feiten. En daarin zit precies het Rotterdamse probleem: als de haven groeit, groeit de wereld. Maar als de wereld groeit, groeit ook de angst.
De logica van de haven
In de Rotterdamse haven weten ze één ding zeker: een schip dat niet mag aanmeren, verliest lading. Een land dat migranten niet laat werken, verliest economie. Italië heeft de afgelopen 25 jaar geprobeerd de zee te temmen met wetten. Dat werkt niet. De zee lacht erom.
Het beleid schoot heen en weer: strenger onder Berlusconi, humaner onder Renzi, harder onder Salvini, gecorrigeerd onder Draghi. En nu, onder Meloni, is de lijn even streng als pragmatisch. In het openbaar bouwt ze muren. Achter de schermen laat ze poorten open.
Dat is geen hypocrisie. Dat is overleven. En dat begrijpen ze in de Maasstad als geen ander: je kunt wel roepen dat de boot moet stoppen, maar als hij zinkt, moet je hem toch binnenhalen.
De vraag die blijft liggen
Wat nu? Niemand heeft een absolute meerderheid. De demonstraties gaan door, de politiek vergadert, de economie draait door. De 78 procent niet-westerse immigranten blijven komen. Omdat er werk is. Omdat er hoop is. Omdat de andere kant van de zee altijd groener lijkt.
In Rotterdam weten ze dat maar al te goed. De wind draait. De handel stopt nooit. Italië moet kiezen: wil het een vesting zijn of een markt? Het kan niet allebei.
Zolang die keuze niet wordt gemaakt, blijft het land verdeeld. Regeren op de golven van de Middellandse Zee is geen politiek. Het is survival. En survival, dat weten ze bij de Maas, is geen strategie. Het is een reflex.





Plaats een reactie