Van Bouterse tot BIJ1: wie bepaalt het verhaal?
Rotterdam, 30 september 2025 – Rotterdam is geen decor. Het is een spiegel. Wie hier opgroeit, leert vroeg dat identiteit geen theorie is, maar een plek op het plein, een woord op straat, een klap die blijft hangen. De vraag van nu – wie mag spreken over racisme, wie bepaalt het verhaal – is niet begonnen op Instagram bij een post van BIJ1. Ze begon op de stoep in West, in de jaren zeventig, toen Nederland maar twee zenders had en iedereen naar hetzelfde keek, maar niet hetzelfde zag.
Rotterdam-West, zomer 1978: de kinderen op het veld
WK voetbal. Nederland 1 en 2. Heel Nederland zit voor de buis. Buiten gaan de kinderen voetballen. Wat je dan ziet in Rotterdam-West valt op als je oplet. Afro-Surinaamse kinderen spelen niet met Hindoestaanse kinderen. Wel met Turkse en Marokkaanse kinderen, ondanks de taalbarrière. Dat is geen toeval en geen toeval van karakters. Dat is ingesleten racisme dat kinderen herhalen omdat ze het thuis horen. Woorden als koelie en blakaman vliegen over het veld als een normale bal. De blanke kinderen kijken stil toe. Ze zien geen kleur, zeggen ze later, maar ze voelen wel de spanning. Daar begint de scheur: racisme als opvoeding, als erfenis, zonder dat iemand zichzelf racist noemt.
In diezelfde wijken is veiligheid geen abstract begrip. Veiligheid is weten bij wie je hoort en bij wie niet. En dat wordt je geleerd.
De klap van ome Piet: je bent geen buitenlander
Als Javaanse jongen in Rotterdam kreeg ik een klap van de buurman, oom. Ik had gezegd dat ik door mijn bruine huid een buitenlander was. Hij reageerde fel: je bent een Nederlander, een Nederlander van de overzeese provincie. Voor hem was er geen discussie. Hij was een Hollander, en Hollanders zijn ook Nederlanders. Buitenlanders, dat waren de gastarbeiders: Turken, Marokkanen, Spanjaarden. Niet wij.
Die klap was meer dan correctie. Het was koloniale logica in huiselijke vorm. Loyaliteit boven kleur, zolang je je maar gedroeg naar de norm. Het laat zien hoe identiteit in de diaspora werd geconstrueerd: niet op basis van hoe Nederland je zag, maar op hoe jij dacht dat Nederland je moest zien om mee te tellen. Dat is het begin van een lang verhaal waarin wij onszelf voortdurend moeten uitleggen, terwijl we eigenlijk gewoon Rotterdammer zijn.
ROOTS op tv: schuldgevoel dat wegzakt

Eind jaren zeventig komt ROOTS op televisie. Alex Haley vertelt het verhaal van Kunta Kinte, slavernij en verzet. Voor het eerst zien miljoenen Nederlanders slavernij niet als een paragraaf in een geschiedenisboek, maar als menselijk drama. Het beeld kantelt. De Afro-Surinaamse man is in de ogen van het publiek niet meer per definitie lui en dom, maar zielig en onderdrukt. Er ontstaat schuld.
Maar schuld zonder vervolg is regen op beton. Het glijdt eraf. Empathie wordt een gevoel, geen beleid. De werkelijkheid in de wijken verandert niet. De Afro-Surinaamse gemeenschap in Nederland blijft kampen met werkloosheid, stigmatisering en de opkomende heroïnecrisis die vooral in hun straten hard inslaat. De camera gaat uit, de problematiek blijft. Dat patroon herhalen we tot vandaag: grote woorden op tv, kleine daden in de straat. Daarmee wordt de gemeenschap bijzaak in haar eigen verhaal.
Crack, CIA en Gary Webb: waar is het echte institutionele verhaal?
In de jaren tachtig breekt in de Verenigde Staten de crack-epidemie uit. Afro-Amerikaanse wijken worden verwoest. Een decennium later publiceert journalist Gary Webb zijn onderzoek naar de connectie tussen de CIA, de Contra’s in Nicaragua en de drugshandel die de epidemie voedde. Of je zijn conclusies nu volledig deelt of niet, zijn kernvraag is legitiem: wat als een instituut zelf de voorwaarden schept voor de val van een gemeenschap?
Dat is institutioneel racisme op geopolitiek niveau. Geen scheldwoord op straat, maar beleid, routines, belangen die mensen uitsluiten en vernietigen zonder dat iemand hoeft te roepen dat hij racist is. In Nederland hoor je daar zelden iets over. Niet bij Omroep ZWART, niet bij Akwasi, niet in de talkshows waar het debat blijft hangen bij Zwarte Piet. Terwijl institutioneel racisme juist zichtbaar wordt in de toeslagenaffaire, in etnisch profileren door de politie, in discriminatie op de huur- en arbeidsmarkt, in lagere schooladviezen voor kinderen van kleur. Dat zijn systemen. Algoritmes. Dossiers. Geen meningen. En juist die tastbare gevolgen – het gebrek aan dialoog, het verlies van veiligheid, het gevoel dat jouw verhaal er niet toe doet – maken het zo schadelijk.
Suriname, Bouterse en de Nederlandse spiegel
Na de onafhankelijkheid in 1975 komt Suriname in een etnische kramp. De NPS, met een overwegend Creoolse achterban, neemt de macht. Hindoestaanse en Javaanse Surinamers vertrekken uit angst, gevoed door beelden van oorlog elders in Afrika en rassenrellen in Guyana. In die context roept Desi Bouterse later: we zijn allemaal Surinamers, en dan pas Creool, Hindoestaan, Javaan. Een uitspraak die bedoeld is om te verbinden, maar die in Nederland haaks staat op het beleid van die jaren.
Nederland benadert groepen apart. Minderheden moeten emanciperen in hun eigen zuiltje, integratie is geen doel maar een bijproduct. Je wordt eerst allochtoon, dan pas Nederlander. De diaspora leert dus twee tegenstrijdige lessen: in Suriname moet je je etniciteit vergeten om Surinamer te zijn, in Nederland moet je je etniciteit benadrukken om Nederlander te mogen worden. Dat wringt tot vandaag door in Rotterdam, waar de tweede en derde generatie vastzit tussen loyaliteit aan huis en loyaliteit aan straat.
Racisme in de opvoeding: geen racist, wel racisme
Mijn moeder zei ooit: als je met een meisje thuiskomt, laat het een Javaanse zijn. Of een Hollandse. Geen neger, want die zitten aan de drugs. Geen Hindoestaan, want die noemen drank daroe. Dat is racisme. Punt. Maar ik noem haar geen racist. Ze was gevormd door een koloniale samenleving waarin etnische hiërarchie normaal was. Ze wilde me beschermen met het enige instrument dat ze kende: uitsluiting.
Dit onderscheid is cruciaal en het is precies waar het huidige debat vastloopt. We verwarren de daad met de identiteit van de dader. Als je elke opmerking meteen vertaalt naar jij bent racist, maak je dialoog onmogelijk. Dan wordt veiligheid een wapen in plaats van een voorwaarde. Kinderen leren dan niet hoe racisme werkt, maar alleen wie er schuldig is. En schuld is een doodlopende straat.
Van BIJ1 tot Akwasi: wanneer activisme een merk wordt
Vijf jaar geleden kreeg ik een verzoek om een poster van BIJ1 te delen. Ik vroeg: waarom? Het antwoord was: witte mensen zijn racistisch vanuit de genen. Dat is geen analyse. Dat is essentialisme. Het is biologisch determinisme in een nieuw jasje. Het is, zoals Kenneth Slooten het zou zeggen, de dief die houd de dief roept. Het draait de koloniale logica om, maar houdt de logica in stand.
Hetzelfde zie je bij Omroep ZWART. Volgens de missie willen ze verbinden en meer perspectieven laten zien. In de praktijk zie je vaak identiteitspolitiek zonder historische diepgang, emotionele mobilisatie boven analyse, en weinig aandacht voor de grote internationale structuren die racisme in stand houden, van CIA tot IMF. Daardoor voelt een deel van Rotterdam zich niet thuis bij een omroep die zegt voor hen te bestaan. Niet omdat ze tegen gelijkwaardigheid zijn, maar omdat ze voor helderheid zijn. Ze willen geen slogan, ze willen geschiedenis die klopt.
Het gevolg is tastbaar. De bruggen worden opgeblazen. Mensen die twijfelen over de toon worden weggezet als tegenstanders van de inhoud. De vraag hoe dan? wordt beantwoord met zwijgen of met schuld. En zo wordt een gemeenschap die juist behoefte heeft aan verbinding, veiligheid en een gedeeld verhaal, opnieuw bijzaak gemaakt in een debat dat over haar zou moeten gaan.
Rotterdam verdient beter. Niet een discussie over wie het recht heeft om te spreken, maar een gesprek over wat er is gebeurd en wat dat met onze kinderen doet. Van de pleintjes in West tot de toeslagenaffaire, van ROOTS tot Bouterse, van de heroïnecrisis tot BIJ1. Wij zijn geen voetnoot. Wij zijn het verhaal. En als we dat verhaal niet zelf vastleggen, in beeld, in tekst, in dialoog, dan doet iemand anders het voor ons.





Plaats een reactie