Roy Casagranda over zionisme, assimilatie en genetische wortels

De straat ruikt geschiedenis voordat het nieuws het doorheeft

Rotterdam, 25 september 2025, leert je kijken. Vanaf de kade bij de Maas zie je hoe schepen komen en gaan, hoe talen door elkaar lopen op Zuid, in West, op de markt waar Arabisch naast Rotterdams klinkt. Wie hier opgroeit, weet: identiteit is geen vlag die je plant, het is een ritme dat je meedraagt. Precies dat ritme zit in de analyse die Dr. Roy Casagranda maakt in zijn video Palestine Part 1 – From Ancient Roots to 1948. Hij legt de geschiedenis van Palestina niet uit als een ver-van-mijn-bed-show in het Midden-Oosten, maar als een verhaal over oorsprong, over Semitische volkeren die uit dezelfde taalkundige bron drinken en toch tegenover elkaar zijn gezet. Zijn uitspraak dat Palestijnen genetisch vaak meer Joods zijn dan de Europese Joden die via het zionisme naar Palestina kwamen, klinkt hard op de Rotterdamse stoep, maar hij onderbouwt hem. En dat is waar dit verhaal begint: niet bij wie gelijk heeft, maar bij hoe een gedeelde oorsprong een verdeelde toekomst werd.

Advertenties

Oorsprong is geen mythe, het is een taalfamilie die werkt

Semitisch is geen ras. Het is geen religie. Het is een taalfamilie. Dat onderscheid is cruciaal om de hele discussie over zionisme en Palestina te begrijpen. Rond 3000 voor Christus ontstaat in de Levant of op het Arabisch Schiereiland een Proto-Semitische oertaal. Daaruit vertakken talen als Akkadisch in Babylonië, Aramees in Syrië, Hebreeuws in het oude Israël, Arabisch op het schiereiland en Ge’ez in Ethiopië. Wat ze bindt is geen bloedlijn, maar structuur. Triliterale wortels, zoals K-T-B voor schrijven, en een systeem van flecterende verbuigingen.

De volkeren die deze talen spraken waren buren, handelaren, rivalen. Kanaänieten, Feniciërs, Hebreeën, Arameeërs, Arabieren. Ze bouwden steden, ontwikkelden alfabetten die later de wereld over gingen, en legden de basis voor religies die het Midden-Oosten tot vandaag tekenen. Casagranda hamert erop: taalkundige verwantschap is geen garantie voor solidariteit. In Rotterdam weten we dat ook. Duits en Nederlands zijn allebei Germaans, we verstaan elkaar half, en toch stonden we tegenover elkaar in de loopgraven. Taal verbindt, maar macht beslist.

Bekering en assimilatie, of hoe families blijven terwijl religies bewegen

This Land Is Mine

De geschiedenis van het Midden-Oosten is een geschiedenis van bekering, assimilatie en diaspora. Onder Babylonische, Perzische en later islamitische heerschappij vonden Joodse gemeenschappen vaak een relatieve bescherming. In de islamitische wereld kregen ze de status van dhimmi, mensen van het Boek, met religieuze rechten en plichten. Dat was geen paradijs, maar vergeleken met het christelijke Europa vaak leefbaarder. Mensen bekeerden zich. Soms vrijwillig, soms pragmatisch om te overleven, soms onder druk. Ze werden moslim, christen, bleven Joods, maar bleven wel op dezelfde grond wonen.

Dat is de kern van wat Casagranda blootlegt. Palestijnse families met Joodse wortels zijn geen verzinsel. Onder Ottomaanse heerschappij bestonden er al eeuwen Joodse gemeenschappen in Hebron, Jeruzalem en Nablus. Velen gingen over tot de islam, anderen tot het christendom, maar hun genetische en culturele sporen bleven. Wanneer Casagranda zegt dat Palestijnen etnisch en genetisch voor 80 procent Joods zijn, raakt hij aan de zenuw van het zionistische narratief. Het idee van een zuivere terugkeer wordt dan een complexe realiteit van mensen die nooit zijn weggegaan, alleen hun gebed hebben veranderd. Voor een stad als Rotterdam, waar bekering en assimilatie dagelijks op straat te zien zijn, is dat geen abstracte theorie. Het is hoe samenleven werkt: je blijft, je verandert, je hoort er nog steeds bij.

Zionisme en de koloniale herdefiniëring van wie hier hoort

Het zionisme ontstaat niet in Jeruzalem, maar in Europa. Eind negentiende eeuw, als antwoord op een moorddadig antisemitisme. Theodor Herzl, de grondlegger, kijkt eerst zelfs naar andere plekken, Oeganda wordt genoemd, maar kiest uiteindelijk Palestina. Niet omdat er een ononderbroken religieuze lijn liep, maar vanwege symboliek en geopolitiek. De slogan die daarbij hoorde, een land zonder volk voor een volk zonder land, was een koloniale leugen. Palestina was bewoond. Het was cultureel rijk, agrarisch productief en taalkundig verwant aan het Hebreeuws zelf.

De Balfourverklaring van 1917, waarin Groot-Brittannië steun uitspreekt voor een Joodse nationale thuis in Palestina, past in datzelfde stramien. Casagranda leest die verklaring niet alleen als steun, maar ook als een vorm van Europees antisemitisme: het idee om een Joods vraagstuk buiten Europa op te lossen. Na de Eerste Wereldoorlog wordt het Ottomaanse Rijk opgeknipt met liniaal en potlood. Grenzen worden getrokken in Londen en Parijs. Religie en ras worden instrumenten in een neokoloniale kruistocht. Wat hier gebeurt, is een koloniale herdefiniëring van identiteit. Wie is Semitisch, wie is Europees, wie hoort waar? Die vragen worden niet beantwoord op de straten van Jaffa, maar in de ministeries van het Westen. En dat voel je tot vandaag in de manier waarop veiligheid en toekomst in het Midden-Oosten worden gedefinieerd.

Wanneer Semieten Semieten onderdrukken, de paradox op straatniveau

Hier wordt het verhaal ongemakkelijk en actueel. Een Joodse staat, met Hebreeuws als officiële taal, een Semitische taal, bezet en bestuurt een Palestijnse bevolking die Arabisch spreekt, ook een Semitische taal. Twee volkeren, taalkundig neven, genetisch deels verwant, tegenover elkaar in een systeem van controle, checkpoints, onteigening en geweld. Dat is de Semitische paradox waar dit essay over gaat.

Advertenties

Het is geen uniek fenomeen dat taalverwanten elkaar bevechten, maar in Palestina is de tragedie familiair. Het is alsof je op de Rotterdamse Afrikaanderplein twee neven ziet vechten die dezelfde grootmoeder hebben, maar door de staat in verschillende hokjes zijn gestopt. Die paradox verklaart niets goed, maar maakt wel duidelijk waarom de termen die we gebruiken tekortschieten. Dit is geen eeuwenoud religieus conflict, het is een modern nationaal conflict over land, veiligheid en macht, verpakt in religieuze taal.

En die verpakking heeft tastbare gevolgen. Voor de toekomst van kinderen in Gaza en Tel Aviv, voor de veiligheid van families die niet weten of de school morgen opengaat, voor de mogelijkheid van vrede die verder is dan een bestand, voor het samenleven dat in Rotterdam dagelijks beproefd en bewezen wordt. Als identiteit wordt gereduceerd tot een zuivere categorie, wordt samenleven onmogelijk. Als identiteit wordt gezien als een gelaagde, fluïde realiteit, gevormd door bekering, migratie en macht, ontstaat er ruimte.

Religie als bouwmateriaal van macht en de tegenstem van Casagranda

Religie speelt in dit alles een dubbele rol. Het Jodendom wordt onder het zionisme omgevormd tot een nationale ideologie, een legitimatie voor een staat. Islam en christendom in Palestina functioneren lange tijd als culturele dragers, als manier om te wonen, te trouwen, te rouwen. Claims op land, op de Tempelberg, op Haram al-Sharif, zijn nooit alleen spiritueel, ze zijn altijd politiek.

Palestine Part 1 – From Ancient Roots to 1948 | Office Hours

De vernietiging van de Tweede Tempel in 70 na Christus door Rome leidde tot een diaspora die Joden verspreidde over Europa, Noord-Afrika en Azië. In de islamitische wereld vonden velen bescherming, in christelijk Europa vaker vervolging. Die geschiedenis wordt in het dominante zionistische narratief vaak platgeslagen tot een verhaal van leegte en terugkeer, terwijl de realiteit een verhaal van continuïteit en transformatie is.

Dr. Roy Casagranda biedt hier een tegenstem. Zijn stijl is direct, emotioneel geladen, soms provocerend. Hij benoemt dat westers antisemitisme de Holocaust mogelijk maakte, hij wijst op de gedocumenteerde contacten tussen sommige zionistische groeperingen en nazi-Duitsland in de jaren dertig, hij benoemt de rol van bedrijven als IBM die data leverden voor vervolging. Je hoeft zijn toon niet te delen om zijn functie te begrijpen: hij fileert macht met storytelling, genealogie en geopolitieke analyse. Hij dwingt de kijker om te vragen wie er wint bij een bepaalde definitie van oorsprong.

De les voor nu is niet romantisch. Taal, religie en genetica zijn geen vaste ankers, maar structuren die door macht worden gevormd en hervormd. De koloniale herdefiniëring van het Midden-Oosten heeft een taalkundige verwantschap omgevormd tot een ideologische vervreemding. Wie dat doorziet, kijkt anders naar nieuws over zionisme, anders naar de Maas die altijd in beweging is, anders naar de straat waar veiligheid geen abstractie is maar of je buurman je groet. De noodzaak is herdefiniëring, niet om de geschiedenis mooier te maken, maar om de toekomst bewoonbaar te houden.

Reacties

Geef een reactie