Rotterdam – Het vonnis viel op 30 juni in Paramaribo, maar de dreun was voelbaar tot aan de Maas. Ondernemer Gerard van den Bergh, jarenlang vastgezet in een strafdossier dat zijn bedrijf De Vliegende Eend B.V. bijna de kop kostte, werd vrijgesproken. Niet omdat er twijfel was, maar omdat de basis onder de vervolging weg viel. Die basis was een auditrapport met het logo van Ernst & Young. Nu de rechtbank dat fundament heeft weggeslagen, draait de vraag om: wie bouwde dat rapport, hoe, en waarom mocht het überhaupt als munitie in een strafzaak dienen?
De vrijspraak die geen punt is maar een komma
In Rotterdam kennen we dat gevoel. Je wint je zaak, maar je bent al jaren verder. Je hebt advocaten betaald, je nachtrust verloren, je naam zien circuleren in kringen waar je nooit wilde komen. Voor Gerard van den Bergh was 30 juni geen feestdag, het was een correctie. De rechtbank in Paramaribo zei in feite: dit dossier had nooit zo ver mogen komen.
Dat raakt aan iets groters dan één ondernemer. Als een internationaal accountantslabel gebruikt kan worden om een civiel geschil om te katten naar een strafzaak, dan is er iets mis met de dijken. En dat is precies waar deze affaire nu om draait. De vrijspraak is niet het einde van het verhaal, het is het moment waarop de schijnwerper draait van de beschuldigde naar de bouwers van het dossier.
De driehoeksconstructie via Trinidad en de Libanonweg
Wie het dossier uitkleedt, ziet een route die op papier netjes lijkt, maar op straat niet zou passeren. Na een verloren civiele procedure schakelt Kirpalani N.V. een partij in om alsnog een rapport te krijgen dat wél bruikbaar is in een strafrechtelijk traject. BDO Suriname zou hebben gezegd: dat doen we niet zonder Terms of Reference, zonder duidelijke opdracht, zonder kader. Een professionele grens. Normaal.
Wat daarna gebeurt, is de kern van de klacht. Ernst & Young Trinidad & Tobago wordt benaderd. Via die entiteit komt de opdracht alsnog terecht bij EY Paramaribo, op de Libanonweg. Dezelfde stad, hetzelfde kantoorpand mogelijk, maar formeel een andere route. Coördinatie zou in handen zijn geweest van Marcus Jardine en Binode Bajnath, beiden verbonden aan EY Trinidad, terwijl de inhoudelijke uitvoering in Paramaribo lag bij registeraccountant Jeffrey Braster.
Volgens de klagers is dit geen toeval maar een constructie. Een driehoek om toetsing te ontwijken. Opdracht via Trinidad, uitvoering in Paramaribo, gebruik in het Surinaamse strafdossier. Geen hoor en wederhoor. Geen onafhankelijke check. Geen wederhoor met Van den Bergh zelf. Dat is op de Coolsingel net zo onbestaanbaar als op de Domineestraat. Je kunt geen oordeel vellen over een ondernemer zonder die ondernemer te horen. Dat is geen techniek, dat is fatsoen.

De straat leest dit direct als nepotisme en machtsspel. Niet per se in de zin van familie, maar in de zin van systeem: grote namen die elkaar vinden, een logo dat zwaarder weegt dan de inhoud, en een lokale ondernemer die moet bewijzen dat hij niet is wat een rapport van hem maakt. Dat is de onmacht die veel Surinaams-Nederlandse ondernemers herkennen. Je doet zaken tussen twee landen, je kent de wind van beide kanten, en dan merk je dat een internationale structuur lokaal nauwelijks aan te spreken is.
De man in het midden en de Accountantskamer in Zwolle
Op 7 juli staat in Zwolle de tuchtzaak tegen Jeffrey Braster op de rol bij de Accountantskamer. Dat is geen strafzaak, maar voor accountants is het misschien nog ingrijpender. Het gaat over de gedrags- en beroepsregels: onafhankelijkheid, zorgvuldigheid, integriteit. De essentie van het vak.
De verdedigingslijn zoals die in het verweerschrift naar voren komt, is opvallend. De stelling zou zijn dat de Nederlandse en Surinaamse beroepsregels niet van toepassing zijn omdat de opdracht formeel via Trinidad liep. Voor een buitenstaander klinkt dat als een juridische truc. Voor insiders klinkt het als een bevestiging van het verwijt: je kiest een route juist om buiten het toezicht te blijven.
En daar zit de angel voor de hele sector. Als een internationaal netwerk als EY opdrachten kan laten landen waar het toezicht het zwakst is, wat is een label dan nog waard? In Rotterdam-West, waar ondernemers met Surinaamse roots hun bedrijf bouwen tussen import, logistiek en familiebanden, is vertrouwen alles. Je tekent met een handtekening, maar je handelt op je naam. Als een Big Four-kantoor een rapport kan produceren zonder fundamentele waarborgen en dat rapport vervolgens opduikt in een strafdossier, dan beschadigt dat niet alleen Van den Bergh, maar het vertrouwen in zakendoen tussen Nederland en Suriname als geheel.
Van Maas tot Surinamerivier: waarom dit Nederlandse ondernemers raakt
Dit is geen ver-van-mijn-bed-show voor Nederland. De relatie Nederland-Suriname is economisch, familiaal en historisch vervlochten. Wat in Paramaribo gebeurt met rechtszekerheid, voelen we hier in de wijk. Als ondernemers het gevoel krijgen dat je in Suriname met een ingekocht rapport strafrechtelijk klemgezet kunt worden, dan blijven investeringen weg. Dan blijven containers staan. Dan vertrekt talent.
Dat is de tastbare schade. Het gaat hier niet alleen over ethiek in een boekje, het gaat over welvaart in Suriname. Over veiligheid om te ondernemen. Over de vraag of een Nederlandse ondernemer met Surinaamse roots zijn geld, zijn kennis en zijn netwerk durft in te zetten daar waar het hardst nodig is. Iedere constructie die de schijn van onafhankelijkheid creëert, is een extra slot op die deur. En elk slot kost banen, zowel daar als hier langs de Maas.
In de boeken over internationale accountancy staat het keurig: Chinese walls, onafhankelijkheid, review. Op straat telt maar één vraag: kun je door de voordeur naar binnen en verantwoording vragen? Of moet je via Trinidad, Zwolle en een tuchtkamer om te horen te krijgen dat niemand verantwoordelijk is? Die vraag hangt nu boven EY.
De schaduw boven Ernst & Young en de sector
Ernst & Young heeft tot nu toe publiekelijk niet gereageerd, net zo min als er inhoudelijk commentaar is gekomen vanuit het kamp van Braster buiten het verweerschrift. Dat is hun recht in een lopende procedure. Maar stilte vult zichzelf. Zeker bij een kantoor dat leeft van vertrouwen.
De vragen die nu op tafel liggen zijn groter dan één rapport. Hoe kon een document dat volgens klagers niet voldoet aan basisnormen van hoor en wederhoor en onafhankelijkheid onder de vlag van EY circuleren? Welke interne controle heeft gefaald of is omzeild? En hoe kon dat document vervolgens als fundament dienen voor vervolging?
Voor de accountancysector is dit een lakmoesproef voor grensoverschrijdende opdrachten. Multinationale netwerken zijn sterk omdat ze overal aanwezig zijn, maar ze zijn kwetsbaar als die aanwezigheid gebruikt wordt om lokaal toezicht te ontwijken. Experts zeggen al langer: als je wilt weten hoe het zit met integriteit, moet je niet kijken naar de brochure, maar naar de route die een opdracht aflegt. En deze route, via Port of Spain naar Paramaribo, roept te veel vragen op om te laten liggen.
Wat 7 juli wel en niet gaat beslissen
De zitting in Zwolle op 7 juli gaat niet over schuld in strafrechtelijke zin. De Accountantskamer oordeelt over beroepsmatig handelen. Maar de uitstraling is groot. Wordt de klacht gegrond verklaard, dan is dat een signaal dat de gekozen driehoeksconstructie niet door de beugel kan. Wordt de klacht ongegrond verklaard omdat de regels formeel niet van toepassing zouden zijn, dan is de discussie over het gat in het toezicht pas echt begonnen.
Ondertussen overweegt de directie van De Vliegende Eend B.V. volgens eigen zeggen een melding bij het Openbaar Ministerie over mogelijke misleiding van de rechterlijke macht. Daarbij wordt gesproken over het creëren van een schijn van onafhankelijkheid. Dat zijn zware woorden, en het is aan het OM om te bepalen of die melding tot iets leidt. Wat vaststaat, is dat de vrijspraak van Van den Bergh het dossier niet sluit, maar opent.
Rotterdam leert je dat wind altijd draait. Vandaag waait hij van de Surinamerivier naar de Maas. Morgen andersom. Wat blijft, is de behoefte aan duidelijke regels en aanspreekbare mensen. Geen schimmige routes, geen papieren werkelijkheid. Gewoon: wie tekent, staat ervoor. Wie een oordeel velt, hoort beide kanten. Dat is geen hogere wiskunde, dat is straatlogica die ook in een boardroom zou moeten gelden.





Plaats een reactie