Dresden versus Gaza: rabbijn Shmuley Boteach zwijgt over Israël

Dresden was fout, en dat durfde hij hardop te zeggen

Rotterdam – Er is een moment in elk debat waarop iemand zijn eigen morele lat neerlegt. Voor rabbijn Shmuley Boteach gebeurde dat in een discussie met Candace Owens over Dresden. Februari 1945. Britse en Amerikaanse bommenleggers trekken over een volle Duitse stad, zonder noemenswaardige militaire industrie meer, en laten in twee nachten een vuurstorm achter. Meer dan 20.000 burgers dood. Vrouwen die schuilden in kelders, kinderen die verbrandden in de straten. Boteach noemde het wat het was: een schending van mensenrechten. Geen context die het goedpraat, geen vlag die het afdekt. Dat is zeldzaam in deze tijd waarin iedereen zijn eigen geschiedenis wast. En eerlijk is eerlijk, daar toonde hij ruggengraat. Hij zei wat veel historici en ethici al decennia zeggen: collectieve bestraffing is geen strategie, het is wraak met vleugels.

Het is de toon die je herkent als je uit Rotterdam komt. Direct, geen omhaal. De wind die over de Maasboulevard snijdt en je dwingt je kraag omhoog te zetten. Zo klonk zijn veroordeling van Dresden. Morele verantwoordelijkheid kent geen nationaliteit. Als wij het doen, is het ook fout. Punt. Het was een uitspraak waarmee je de straat op kan. Begrijpelijk, uitlegbaar, menselijk. Juist daarom blijft hij hangen, want hij laat zien dat Boteach het morele kompas wél kent. Hij weet hoe je een bombardement op burgers moet benoemen als het ver weg ligt en lang geleden is gebeurd.

Advertenties

In Gaza telt datzelfde principe ineens niet meer

En dan draai je de kaart om naar nu. Gaza. Sinds oktober 2023. Dezelfde rabbijn, hetzelfde grote platform, dezelfde mond die Dresden veroordeelde, kiest nu voor stilte waar schreeuwen nodig is, en voor applaus waar kritiek nodig is. Volgens cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie en de VN zijn er inmiddels meer dan 37.000 Palestijnen gedood. Duizenden vrouwen, duizenden kinderen. Niet in een kruisvuur ergens in een veld, maar in scholen die als schuilplaats dienden, in ziekenhuizen waar artsen opereerden bij zaklamp, in vluchtelingenkampen waar families al drie keer waren verplaatst.

Wie Gaza volgt, ziet geen oorlog tussen legers. Wie Gaza ziet, ziet ongewapende burgers bombarderen met een precisie die alleen maar duidelijker maakt dat het doelbewust gebeurt. De infrastructuur is systematisch kapot gemaakt. Waterleidingen, elektriciteitsnetten, VN-gebouwen, ambulances die nooit aankwamen. En wat doet de rabbijn? Hij verdedigt het. Hij noemt Palestijnen barbaren, hij prijst de Israëlische luchtmacht als moreel voorbeeld, hij noemt elke criticus antisemiet voordat die zijn zin kan afmaken. Het is een patroon dat je kent uit de politiek van de grote bek: als je geen argument hebt, maak je de boodschapper verdacht. Hij is er bedreven in om opposanten treiteren op social media tot dagtaak te maken. Tweet na tweet, clip na clip, altijd met diezelfde christelijk conservatieve achterban in Amerika op de achtergrond die hem retweet alsof het preken zijn.

Als je in Rotterdam-Noord opgroeit, leer je dat je niet twee maten moet meten. Je kan niet op de Coolsingel roepen dat mensenrechten universeel zijn en vervolgens in een andere straat zeggen dat ze alleen gelden voor mensen met de juiste vlag. Dat is geen geloof, dat is clubdenken. En het is precies wat hier gebeurt.

De vergelijking die niemand wil horen maar iedereen begrijpt

Candace Owens gooide een zin op tafel die veel mensen te ver vonden gaan: Gaza is inmiddels zwaarder gebombardeerd dan Dresden. Het klinkt als provocatie. Het blijkt rekensom. In anderhalf jaar tijd zijn er meer dan 30.000 afzonderlijke luchtaanvallen uitgevoerd op een strook van 41 kilometer lang. Tienduizenden tonnen explosieven. In Dresden ging het om een paar nachten van vernietiging. In Gaza gaat het om maanden van ononderbroken vernietiging, dag na dag, nacht na nacht, zonder schuilkelder die diep genoeg is.

Het verschil is niet alleen schaal. Het is aard. Dresden was onderdeel van een wereldoorlog tegen een staat met tanks, met een luchtmacht, met een marine, met fabrieken die dag en nacht draaiden voor het front, met miljoenen soldaten onder de wapenen. Gaza heeft dat niet. Geen tanks. Geen luchtmacht. Geen marine. Geen luchtafweer die iets voorstelt. Het is een ingesloten gebied waar twee miljoen mensen wonen, waarvan de helft kinderen, die nergens heen kunnen. De wind die hier door de straten van Spangen waait, waait daar door gangen van puin waar stof de longen vult. Als Dresden mensenrechten schenden was, wat is dit dan? Wat in Gaza gebeurt is ongewapende burgers bombarderen op industriële schaal, met alle middelen van een moderne staat tegen een bevolking die geen middelen heeft.

En er is meer dat je niet kan wegkijken. Er zijn getuigenissen, ook uit Israël zelf, over kinderen doodschieten bij voedseluitdeelpunten. Over jongens met een zak meel in hun handen die nooit thuis kwamen. Dat is geen nevenschade meer. Dat is een patroon waarbij het leven van een kind minder waard wordt gemaakt dan een veiligheidsprotocol. Je hoeft geen militair strateeg te zijn om te begrijpen dat dit geen veiligheid oplevert. Dit breekt veiligheid af, voor iedereen.

Wie wél praat, komt vaak uit Israël zelf

De stilte is niet totaal. Ze komt alleen steeds vaker van binnenuit, uit Israël zelf. Dat maakt de zaak nog pijnlijker voor iemand als Boteach, die pretendeert namens het Joodse geweten te spreken, terwijl honderdduizenden Israëli’s zelf de straat op gaan en zeggen: stop hiermee.

Neem Israel Frey, een ultraorthodoxe journalist. Hij schreef kritisch over de bombardementen en moest onderduiken na bedreigingen. Denk aan de reservisten van elite-eenheid 8200, de ogen en oren van de inlichtingendienst, die openlijk protesteerden tegen het gebruik van hun werk voor massaal geweld zonder duidelijk militair doel. Denk aan artsen en hulpverleners die met eigen ogen zagen hoe ziekenhuizen systematisch werden uitgeschakeld, hoe voedseltransporten werden geblokkeerd terwijl kinderen uitdroogden. Denk aan voormalige IDF-soldaten die anoniem verklaren dat ze bevelen kregen om te schieten op ongewapende burgers bij voedselpunten, op mensen die kwamen voor brood.

Deze mensen zijn niet anti-Israël. Ze zijn Israël in zijn meest pijnlijke, eerlijke vorm. Ze spreken uit liefde voor hun land, niet uit haat. Ze zien wat de buitenwereld ook ziet: er is geen duidelijke militaire strategie die dit rechtvaardigt, er is alleen vernietiging die zich opstapelt. En ze betalen er een prijs voor. Ze worden weggezet, bedreigd, ontslagen, uitgemaakt voor verraders. Dat is de echte cancelcultuur. Niet een discussie op een Amerikaanse talkshow, maar een dokter in Tel Aviv die zijn baan verliest omdat hij zegt dat een kind een kind is, ook in Gaza.

Voor een publiek dat zich graag christelijk noemt en spreekt over joods-christelijke waarden, zou juist die stem moeten tellen. Want wat is die waarde waard als je hem alleen gebruikt als schild voor je eigen kamp?

Selectieve verontwaardiging sloopt vrede, veiligheid en menselijkheid

Hier in Rotterdam leer je dat principes pas iets waard zijn als ze geld kosten. Iedereen is voor mensenrechten als het over 1945 gaat. Iedereen is tegen bombarderen van burgers als het over Duitsers gaat die allang dood zijn. De test komt nu. Nu, terwijl de bommen vallen. En precies daar zakt Boteach door het ijs.

Selectieve verontwaardiging is geen onschuldige inconsequentie. Het is een politieke keuze met gevolgen op straat. Als je het ene bombardement veroordeelt en het andere verdedigt, ondermijn je het idee zelf dat er regels zijn. Dan zeg je: mensenrechten gelden, behalve wanneer mijn bondgenoot ze schendt. Dan maak je van mensenrechten een wapen, geen bescherming. En wat gebeurt er dan met vrede? Vrede wordt een woord voor de pauze tussen twee aanvallen. Wat gebeurt er met veiligheid? Veiligheid wordt het voorrecht van wie de sterkste luchtmacht heeft. Wat gebeurt er met menselijkheid? Menselijkheid wordt een gunst, geen recht.

Dat voel je tot in de haarvaten van een stad als Rotterdam, waar mensen uit alle windstreken naast elkaar wonen, waar Surinaamse, Vlaamse, Caribische en Nederlandse families in dezelfde rij bij de bakker staan. Als je hier gaat uitleggen dat sommige kinderen wel bescherming verdienen en andere niet, dan breekt er iets. Dan kweek je cynisme. Jongeren die zien hoe politici met twee maten meten, die zien hoe een rabbijn die de mond vol heeft van moraal, wegkijkt als de IDF een school raakt, die haken af. Niet omdat ze radicaal worden, maar omdat ze het geloof verliezen dat eerlijkheid bestaat.

De kernvraag is simpel en Rotterdamse straatlogica: als het fout was om een Duitse stad vol burgers te bombarderen zonder directe militaire noodzaak, waarom is het dan niet fout om Gaza, dat geen leger heeft, dag na dag te bestoken? Het antwoord dat Boteach geeft is geen juridische analyse, geen humanitaire afweging. Het is retoriek, emotie, loyaliteit boven geweten. Dat is geen verdediging van Israël. Dat is het uithollen van de morele zaak van Israël.

De Brit en de rabbijn

Geweten is geen vlag, het is een ruggengraat

Uiteindelijk gaat dit niet over Candace Owens, niet over links of rechts, niet over wie de hardste tweet heeft. Dit gaat over de vraag of je durft te zeggen dat een kind een kind blijft, ook als het onder een andere vlag geboren is. Mensenrechten zijn geen menukaart waar je uit kiest wat je bevalt. Ze zijn universeel of ze zijn niets.

Wie in Dresden het leed van burgers durft te benoemen maar in Gaza wegkijkt, maakt een keuze. Wie ongewapende burgers bombarderen goedkeurt, wie zwijgt terwijl getuigen spreken over kinderen doodschieten, wie mensenrechten schenden rechtpraat met grote woorden over beschaving, verliest geloofwaardigheid. Dat is geen harde conclusie, het is de logische uitkomst van zijn eigen lat. Hij legde hem zelf neer bij Dresden.

En daarom roept dit onbegrip op, diep onbegrip. Onbegrip dat je met droge ogen kan zeggen dat je voor mensenrechten staat terwijl je een campagne verdedigt die ziekenhuizen tot puin maakt. Onbegrip dat je je platform gebruikt om opposanten treiteren op social media belangrijker te vinden dan het benoemen van rouw. En verontwaardiging over de manier waarop mensen die dit rechtvaardigen, zichzelf blijven verkopen als morele gidsen. Als rabbijn, als auteur, als stem van een gemeenschap. Terwijl ze precies datgene kapot maken wat die gemeenschap zou moeten beschermen: het idee dat elk mens telt.

De Rotterdamse les is nuchter. Je kan niet de wind uit het westen prijzen en doen alsof de storm in het oosten niet bestaat. Moreel leiderschap is geen jas die je aantrekt als het uitkomt. Het is een ruggengraat. En een ruggengraat buigt niet mee met de vlag die er die dag waait.

Reacties

Plaats een reactie