Staatsbedrijven, landbouw en particuliere sector: China’s transformatie

Rotterdam, 22 juni 2025. China ging niet open met een sleutel. China ging open met een hamer.

De man die de deur open ramde

Stel je voor: het is 1978. In Rotterdam liggen de havens er grijs bij, stakingen, oliecrisis nog in de benen. In Beijing zit een kleine man met een bril. Deng Xiaoping. 1 meter 57. Geen ideoloog met boeken onder zijn arm, maar een straatvechter in pak. Hij kijkt naar China en ziet wat wij in Rotterdam herkennen als een vastgelopen systeem. Alles centraal gepland. De overheid bepaalt wat er geproduceerd wordt, hoeveel, tegen welke prijs. Op papier klopt alles. In de praktijk: stagnatie, inefficiëntie, lege schappen. Deng zegt het zoals een aannemer op Katendrecht het zou zeggen: het maakt niet uit of de kat wit of zwart is, als hij maar muizen vangt. Dat wordt het begin van de opendeurpolitiek.

Advertenties

Voor die tijd was China een gesloten huis. Communisme met de gordijnen dicht. Vanaf 1978 trekt Deng de gordijnen open en daarna de muren zelf. Hij normaliseert de diplomatieke betrekkingen met de Verenigde Staten in 1979, hij praat, hij reist, hij laat mensen binnen. Niet uit liefdadigheid. Uit noodzaak. China telt meer dan een miljard mensen en kan ze niet voeden met slogans.

Shenzhen: van modder naar Manhattan

De kern van die opendeurpolitiek is simpel en tegelijk radicaal. Deng wijst plekken aan de kust aan en zegt: hier gelden andere regels. Speciale economische zones. Shenzhen is het bekendste voorbeeld. In 1979 een vissersdorp met modderpaadjes. Vandaag een stad met meer wolkenkrabbers dan Manhattan. Wat gebeurde daar? Buitenlandse investeerders mochten investeren, fabrieken bouwen, technologie meenemen. Kapitaal dat eerst bang was voor China, rook ineens geld.

Die tsunami van buitenlandse kapitaal en technologie gaf China een turbo. Voor de wereld betekende het goedkope producten, volle containers die via de Maas onze haven binnenkwamen. Voor China betekende het een les in het marktorientated systeem. Niet in één keer alles privatiseren, maar marktelementen injecteren in een socialistisch lichaam. Socialisme met Chinese kenmerken noemen ze het zelf. In Rotterdam zouden we zeggen: een oude schuit met een nieuwe motor. Hij lekt nog, maar hij vaart wel hard vooruit.

De fabriek wordt wakker geschud

En dan komen de hervormingen van staatsbedrijven. Dit is waar de straatenergie pijn gaat doen. In het oude systeem had je de danwei, de werkeenheid. Je baan, je huis, je ziekenhuis, alles via de staatsfabriek. Veilig, maar dood. Productiviteit laag, managers geen baas maar partijfunctionarissen. Deng laat die bedrijven herstructureren. Efficiënter opereren, winst maken, concurreren.

Deng Xiaoping

Op papier klinkt dat als vooruitgang. Op de werkvloer is het een sloopkogel. Massale ontslagen. Miljoenen arbeiders die dachten dat ze voor het leven veilig zaten, staan ineens op straat. In het noordoosten, de oude industriële gordel, hele steden die leeglopen. Dat is de prijs die zelden in de groeicijfers staat. Ja, de productiviteit steeg. Maar de sociale onrust die erbij kwam, was rauw. Het is het Rotterdamse verhaal van de dokwerker die automatisering ziet komen. Je begrijpt dat het moet, maar je voelt het in je maag.

Het land geeft de boer zijn handen terug

Voordat Deng aan de fabrieken sleutelt, begint hij op het land. Dat is slim. China is dan nog voor 80 procent boer. Hij voert het huishoudcontract-systeem in. Simpel uitgelegd: de grond blijft van het collectief, maar een gezin krijgt een lapje in beheer. Wat je meer produceert dan het quotum, mag je houden en verkopen. Autonomie dus.

Het effect is direct. Dit zijn de landbouwhervormingen die er echt toe doen. Boeren gaan harder werken omdat het voor henzelf is. De landbouwproductie schiet omhoog, armoede daalt voor het eerst in decennia hard, de levensstandaard op het platteland stijgt. Mensen hebben weer vlees op tafel, een fiets, later een tv. De stad ziet er nog niet veel van, maar op het platteland is het revolutie zonder geweer. Het is het soort hervorming dat je niet ziet op een beursgrafiek, maar wel in de ogen van een boer die eindelijk kan sparen.

De buurman wordt baas

Daarna komt de volgende stap: stimulering van de particuliere sector. Deng moedigt mensen aan om zelf bedrijven te beginnen. Getihu, kleine zelfstandigen. Restaurants, reparatiewinkels, transportbedrijfjes. Later grotere private bedrijven. Dat was ideologisch vloeken in de kerk. Een communist die ondernemerschap predikt. Maar het werkt. Jobcreatie op massale schaal, economische diversificatie, steden die ineens gonzen van handel.

Tegelijk scheurt het de samenleving open. De kloof tussen rijk en arm wordt groter. De ondernemer in Shenzhen die in een jaar miljonair wordt en de boer in Gansu die nog steeds met de hand oogst. Dat is geen abstracte statistiek, dat is tastbaar in de trein van het platteland naar de stad, miljoenen arbeidsmigranten die hun gezin achterlaten om in fabrieken te werken. De economische groei is echt, maar de verdeling is scheef. Precies die sociale ongelijkheid wordt de schaduwkant van het succes.

Schoolbanken en schakelborden

Deng snapt één ding beter dan zijn voorgangers: zonder koppen geen groei. Daarom pompt hij geld in investeringen, onderwijs en technologie. Universiteiten die tijdens de Culturele Revolutie gesloten waren, gaan weer open. Examens worden heringevoerd. Studenten worden naar het buitenland gestuurd om te leren en terug te komen. Technologische vooruitgang wordt geen luxe maar een wapen.

Je ziet het nu terug. De beter opgeleide beroepsbevolking die in de jaren tachtig in de schoolbanken zat, zit nu in de boardrooms van Tencent, BYD en Huawei. Die lijn is recht. Van krijtbord naar chipbord. Voor de Chinese bevolking betekende dat sociale mobiliteit. Een kind van boeren dat via onderwijs de stad in komt. Maar ook nieuwe druk. Een keiharde competitie, een generatie die alleen maar vooruit moet.

Wat de groei doet met een mens

Dus wat betekenen al die hervormingen voor de gewone Chinees? Laten we het concreet maken, want maatschappelijke analyses moeten landen in tastbare gevolgen.

Advertenties

Economische groei: het bruto binnenlands product explodeerde. Sinds 1978 groeit China gemiddeld met 9 procent per jaar, decennia lang. Dat is ongekend. Miljoenen mensen uit de armoede getild. Een middenklasse ontstaan van meer dan 400 miljoen mensen. Levensverwachting omhoog, kindersterfte omlaag.

Sociale ongelijkheid: tegelijk zijn de voordelen geconcentreerd in stedelijke gebieden aan de oostkust. Plattelandsgebieden blijven achter. De Gini-coëfficiënt, die ongelijkheid meet, schoot omhoog. Sociale spanningen zijn voelbaar. Protesten van arbeiders, boeren die hun land kwijtraken aan projectontwikkelaars.

Verlies van werkgelegenheid: de ontslagen uit staatsbedrijven hakten erin. Gezinnen die in één generatie van zekerheid naar onzekerheid gingen. Geen vangnet dat dat direct opving.

Veranderende levensstijl: en dan de consumptiecultuur. Mensen hebben nu toegang tot een breed scala aan goederen en diensten, van smartphones tot vliegvakanties. Twintig jaar geleden ondenkbaar. De manier waarop Chinezen leven en consumeren is ingrijpend veranderd. Van collectief naar individueel. Van sparen naar shoppen. Van fiets naar elektrische auto. Je ziet het aan de winkelstraten in Chengdu die net zo vol hangen als de Lijnbaan op zaterdag.

Deng Xiaoping and His Opening to the World

De wereld voelt het in de portemonnee

Die interne schokgolf werd een wereldschokgolf. China trad toe tot verschillende internationale organisaties, met als klapstuk de Wereldhandelsorganisatie in 2001. Daarmee werd China de fabriek van de wereld. Economische evangelisatie, noemt het essay het. China biedt economische samenwerking en investeringen aan ontwikkelingslanden, bouwt havens in Afrika, spoorlijnen in Laos. Invloed via infrastructuur.

Voor de wereldbevolking had dat twee kanten. Positief: lagere prijzen voor veel goederen, verbeterde beschikbaarheid. Jouw T-shirt, jouw telefoon, jouw zonnepaneel komt waarschijnlijk via China en via de Maas Europa binnen. Negatief: concurrentie. Fabrieken in Tilburg, Roeselare en Paramaribo die dicht moesten omdat ze niet op konden tegen die prijs. Dat is geen theorie, dat zijn banen.

De mix van socialisme en kapitalisme die daaruit ontstond is uniek. De Communistische Partij blijft aan de macht, beslist over belangrijke politieke kwesties, houdt de touwtjes strak. Er zijn sociale zekerheidsprogramma’s, een retoriek die gelijkheid bevordert, maar de realiteit laat zien dat de voordelen ongelijk verdeeld zijn. En er is beperkte politieke vrijheid. In tegenstelling tot westerse democratieën waar kiezers via verkiezingen invloed uitoefenen, is politieke participatie in China geregisseerd. Economisch vrij, politiek vast.

Daar sta je dan, aan de oever van de Maas, te kijken naar een containerschip met COSCO op de zijkant. Dat schip is het eindpunt van een beslissing die Deng in 1978 nam. Opendeurpolitiek is geen slogan uit een geschiedenisboek. Het is de reden dat je telefoon betaalbaar is, dat de wereldhandel is zoals hij is, en dat een land dat ooit gesloten was, nu bepaalt wat wij in Rotterdam lossen.

Geschiedenis

China

Reacties

Geef een reactie