Burkina Faso: als de wijk besluit dat de huisbaas moet vertrekken
Rotterdam leert je één ding vroeg. Als iemand al decennia de sleutel van jouw voordeur beheert, is het geen buur meer. Het is een huisbaas. Burkina Faso heeft dat gevoel lang gekend. Het land in de Sahel, ingeklemd tussen Mali, Niger en Ivoorkust, was Frans bezit. Opper-Volta heette het toen. Onafhankelijk sinds 1960, maar nooit echt los. De handel liep via Parijs, de munteenheid werd in Parijs gedrukt, de militairen kwamen uit Parijs. In de wijk noem je dat geen vriendschap, je noemt dat huur betalen aan iemand die allang geen onderhoud meer pleegt.
Op 30 september 2022 zet kapitein Ibrahim Traoré die voordeur op slot. Hij is dan 34, geboren in Bondokuy, opgeleid als artillerist, gehard in de strijd tegen jihadistische groepen die het noorden en oosten van het land al jaren onveilig maken. Hij zet transitieleider Damiba af en zegt wat velen in Ouagadougou op de markt al fluisterden: de Franse paraplu lekt. Sindsdien waait er een andere wind door de straten van de hoofdstad. Geen Franse vlaggen meer, wel Burkinese vlaggen en Russische vlaggen door elkaar. Dat laatste is geen toeval, dat is een signaal. Traoré eist het vertrek van de Franse troepen van Operatie Sabre. Begin 2023 vertrekken vierhonderd Franse militairen. De ambassadeur moet weg. Het ontwikkelingsagentschap moet weg. Voor een generatie Afrikanen is dit het moment waarop vrijheid niet meer een woord in een schoolboek is, maar een fysieke handeling. Iemand de wijk uitzetten.
De Amerikaanse poging tot herstel: respect bestellen als een broodje
Dan komt de andere huisbaas om de hoek kijken. De Verenigde Staten. Washington kijkt naar Burkina Faso niet zoals een mens naar een mens kijkt, maar zoals een multinational naar een grondstoffenkaart kijkt. Goud is er in overvloed, Burkina Faso is een van de grootste goudproducenten van Afrika. Mangaan, zink, koper. Strategische ligging in een regio waar de VS terrein verliest. De Amerikanen voelen dat de straat ritme verandert.
Op 31 mei 2025 landt een Amerikaanse delegatie in Ouagadougou, gestuurd onder de politieke lijn van voormalig president Donald Trump. De boodschap die ze meenemen is bijna Rotterdams in zijn directheid: we willen de banden herbouwen op basis van respect. Alleen respect kun je niet uitspreken als je jarenlang het tegenovergestelde hebt geleverd. Traoré weigert de delegatie te ontvangen. Geen hand, geen foto, geen communiqué. In de diplomatieke taal is dat een klap. In de taal van de straat is dat duidelijker: je komt niet zomaar weer binnenlopen nadat je jaren de andere kant op hebt gekeken terwijl de wijk onveilig werd.
De analyse hier is rauw. De VS hebben belangen die altijd groter zijn dan het land zelf. Veiligheid voor Amerika betekent vaak bases, inlichtingen, toegang tot grondstoffen. Ontwikkeling voor Burkina Faso betekent water, stroom, scholen. Die twee agenda’s botsen. Hulp van Washington is nooit gratis. Er zitten voorwaarden aan, rapporten over democratie, over mensenrechten, over goed bestuur. Begrijpelijk op papier, maar in de praktijk vaak een middel om te bepalen wie er mag handelen en wie niet. Het risico is klassiek neokolonialisme in een nieuw jasje: economische afhankelijkheid in ruil voor politieke gehoorzaamheid. En die afhankelijkheid ondermijnt precies wat Traoré zegt te willen herstellen: autonomie.
Rusland en China: geen preek, wel beton en wapens

Waarom dan Rusland en China? Niet omdat die heilig zijn. Maar omdat hun aanbod anders voelt op de huid. Beijing komt niet met een lezing over democratie. Beijing komt met een graafmachine. China investeert in wegen, bruggen, ziekenhuizen, elektriciteitsnetwerken. In Afrika zie je het patroon van Dakar tot Addis Abeba: een Chinese aannemer bouwt de weg, een Chinese bank financiert hem, en de terugbetaling loopt via toegang tot natuurlijke hulpbronnen. Het is handel, zonder morele voetnoot. Voor een land waar in het regenseizoen hele dorpen onbereikbaar zijn, is een verharde weg geen abstractie. Het is toegang tot een kliniek, tot een school, tot een markt waar je je katoen kunt verkopen.
Rusland komt met iets anders. Moskou biedt wat Parijs en Washington niet meer geloofwaardig kunnen bieden: militaire steun zonder politieke vragen. Na het vertrek van Frankrijk tekent Burkina Faso akkoorden met het Afrika Korps, de opvolger van de Wagner Groep. Russische instructeurs trainen Burkinese militairen, leveren materieel, delen tactieken voor de strijd tegen JNIM en ISGS. Voor de bevolking in Djibo of Dori, die leeft onder blokkades van jihadisten, is veiligheid de eerste vorm van welvaart. Zonder veiligheid geen markt, zonder markt geen inkomen. Rusland begrijpt die straatlogica. Geen voorwaarden over verkiezingen, wel kalasjnikovs en drones.
Beide landen spelen in op een diep wantrouwen tegenover het Westen. Dat wantrouwen is niet uit de lucht komen vallen. Decennia van Françafrique, van multinationals als Bolloré en TotalEnergies die infrastructuur en olie controleerden, van staatsgrepen die in Parijs werden gedoogd zolang de handel doorliep, hebben littekens achtergelaten. Afrikanen, jong en oud, herkennen het patroon. Eerst komen de grondstoffen, daarna komt de uitleg waarom de opbrengst niet bij hen terechtkomt.
Wat het kost en wat het oplevert op de grond
De grote vraag is niet wie er op de foto staat met Traoré, maar wat een moeder in Bobo-Dioulasso ervan merkt. Leidt deze nieuwe koers tot ontwikkeling of tot een nieuwe afhankelijkheid met een andere vlag?
Er zijn tastbare kansen. Als Chinese investeringen echt leiden tot betrouwbare stroomvoorziening, dan kunnen koelhuizen voor voedsel werken, dan kunnen kleine ondernemers lassen, naaien, produceren. Werkgelegenheid ontstaat niet uit een beleidsnota, maar uit een straat waar de stroom niet om zes uur uitvalt. Als Russische militaire steun ertoe leidt dat wegen weer veilig zijn, dan daalt de prijs van rijst, dan komen leraren weer opdagen, dan opent de kliniek weer. Dat is welvaart in zijn meest elementaire vorm.
Maar er is ook een schaduwkant die we in Rotterdam kennen van elke grote haven deal. Wie bezit straks de weg? Wie bezit de mijn? De contracten met Chinese staatsbedrijven zijn zelden transparant. De leningen moeten worden terugbetaald, vaak met goud als onderpand. Rusland levert geen gratis veiligheid, het levert invloed. Het wil toegang tot goudmijnen, tot politieke steun in de VN, tot een voetafdruk in de Sahel waar het de NAVO kan ondermijnen. Het gevaar is dat Burkina Faso de ene huisbaas inruilt voor twee nieuwe, die minder vragen stellen maar wel de sleutel van de kluis willen.
En de bevolking zelf zit klem. Burkina Faso telt meer dan twee miljoen ontheemden door het conflict. De helft van het land ligt buiten effectieve staatscontrole. De vrijheid waarover in Ouagadougou wordt gesproken, voelt in een dorp zonder school anders. Vrijheid zonder veiligheid is een leeg begrip. Veiligheid zonder rechtvaardigheid is dat ook. Traoré heeft draagvlak omdat hij durft te zeggen wat velen denken, maar draagvlak is geen ontwikkelingsplan.
De balans: tussen eigen koers en nieuwe afhankelijkheid
De toekomst van Burkina Faso ligt niet in het kiezen van een kamp, maar in het vermogen om kampen tegen elkaar uit te spelen zonder zichzelf te verkopen. Dat is de essentie van soevereiniteit in een wereld van multinationals en grootmachten. Gelijkwaardige relaties betekenen dat Burkina Faso zelf bepaalt tegen welke prijs het goud de grond uit gaat, wie de wegen bouwt en wie ze onderhoudt, wie de wapens levert en onder welke voorwaarden.
Dat vraagt om een ander soort handel. Geen handel waarbij grondstoffen ruw het land uit gaan en als eindproduct duur terugkomen, maar handel waarbij verwerking in de wijk zelf gebeurt. Goud raffineren in Burkina Faso, katoen verwerken tot textiel in Burkina Faso, mangaan gebruiken voor lokale industrie. Pas dan wordt ontwikkeling meer dan een woord in een rapport van een donor.
Traoré speelt een gevaarlijk spel, maar hij speelt het met open kaarten. Hij zegt: wij willen partners, geen bazen. Of Rusland en China zich aan die regel willen houden, is de vraag die de komende jaren beantwoord wordt. Niet in persconferenties, maar in de prijs van brood, in de vraag of er een leraar voor de klas staat, in de vraag of een jonge Burkinese ondernemer een lening krijgt zonder via Parijs of Washington te moeten.
Burkina Faso staat op een kruispunt, ja. Maar een kruispunt is geen eindstation. Het is een plek waar je moet kiezen welke straat je neemt. En wie in Rotterdam is opgegroeid, weet dat je nooit kiest voor de straat waar iemand anders al bepaalt hoe hard je mag lopen. Je kiest de straat waar je zelf het ritme bepaalt.



Plaats een reactie