Jan-Willem Vlastuin was geen man van standbeelden. Hij was een man van schaar en draad.
Zutphen, 7 mei 2025 – Jan-Willem Vlastuin wordt geboren op 20 januari 1891 in Oudenhoorn, Zuid-Holland. Een dorp waar je leert werken met je handen voordat je leert praten over idealen. Vlastuin wordt kleermaker. Niet omdat het romantisch is, maar omdat het brood op de plank brengt. En in dat atelier, tussen de stoffen, de krijtstrepen en de klanten uit alle lagen van de straat, groeit zijn gevoel voor rechtvaardigheid.
Voor de Tweede Wereldoorlog is dat vak zijn wapen. Een kleermaker kent iedereen. De burgemeester, de arbeider, de weduwe, de student. Vlastuin luistert, meet, knipt, naait. Hij bouwt een netwerk zonder dat hij het zo noemt. Dat netwerk wordt later, als de Duitse bezetting Nederland in zijn greep krijgt, het verschil tussen leven en dood. Want verzet begint niet met een pistool. Verzet begint met weten wie je kunt vertrouwen.
Toen de bezetter kwam, koos Vlastuin meteen. Geen twijfel, geen middenweg.
Toen in mei 1940 de Duitsers binnenvielen, werd Rotterdam platgelegd. De Maas stond in brand, de lucht was zwart. Die beelden trokken door heel Nederland. Ook naar Oudenhoorn. Ook naar Zutphen, waar Vlastuin op dat moment actief is. Voor veel mensen was het afwachten. Voor Vlastuin niet.
Hij was lid van de Communistische Partij Nederland, de CPN. Een partij die door de bezetter meteen werd verboden. Communisten stonden bovenaan de lijsten. Dat wist hij. Toch stapte hij niet uit de schaduw, hij stapte er juist dieper in. De CPN was in 1940-1941 een van de weinige politieke stromingen die onvoorwaardelijk koos voor verzet. Terwijl anderen nog hoopten op aanpassing, organiseerden communisten al stakingen, pamfletten en onderduik.
Vlastuin sluit zich aan bij verschillende verzetsgroepen in Zutphen. Zijn taak is dubbel. Ten eerste: onderduikers helpen. Mensen die nergens heen kunnen. Joodse gezinnen, geallieerde piloten, jonge mannen die weigeren voor de Arbeitseinsatz te gaan. Vlastuin regelt adressen, bonkaarten, een plek om te slapen. Zijn oude klantenkring als kleermaker is nu een ondergronds vangnet.
Ten tweede: informatie. Hij verzamelt bewegingen van Duitse troepen, transporten, communicatielijnen. Dat lijkt klein, een notitie hier, een tijdstip daar. Maar voor het verzet is het alles. Zonder informatie geen sabotage, zonder sabotage geen vertraging van de Duitse oorlogsmachine.
Sabotage is geen film. Het is zweten, wachten en hopen dat de draad niet knapt.

Een van de meest onderschatte onderdelen van het verzet is sabotage. Vlastuin doet mee aan acties gericht op het verstoren van Duitse communicatie- en transportlijnen. Kabels doorknippen, rails losmaken, telefoondraden saboteren. In Rotterdam weten we wat infrastructuur betekent. Als de Maas dichtgaat, staat alles stil. Zo dachten verzetsmensen ook over de Duitse lijnen. Elke trein die niet rijdt, elke order die niet aankomt, is tijdwinst voor de geallieerden en lucht voor onderduikers.
Dit is geen heldendom voor de foto. Dit is werk dat je doet in de nacht, met koude handen, terwijl je weet dat één fout je leven kost. Vlastuin deed het toch. Niet omdat hij een avonturier was, maar omdat hij begreep dat vrede niet vanzelf komt. Vrede wordt gemaakt. Met risico. Met offers.
9 september 1944. Zutphen. 53 jaar. “Niet schieten, niet schieten.”
Op 9 september 1944 wordt Jan-Willem Vlastuin in Zutphen opgepakt. Hij is dan 53 jaar. Geen jongen meer. Een man die al een heel leven heeft gewerkt, die weet hoe de straat werkt. Zijn arrestatie is het directe gevolg van verraad of pech, de archieven zijn daar niet altijd helder over, maar de uitkomst is dat wel.
Zijn laatste woorden zijn overgeleverd: “Niet schieten, niet schieten.” Geen kreet om genade, maar een laatste poging om controle te houden in een situatie waar geen controle meer is. Dat is het straatgevoel van verzet. Zelfs als de loop op je gericht staat, probeer je nog te de-escaleren, nog iemand te beschermen, nog waardig te blijven.
Hij overleeft de oorlog niet. Zijn leven eindigt daar, in die laatste oorlogsmaanden waarin de bevrijding al voelbaar was in het zuiden, maar het oosten en westen nog onder de Duitse laars lagen. Voor veel verzetsmensen waren juist die laatste maanden het dodelijkst.
Waarom kennen we Hannie Schaft wel en Vlastuin bijna niet? Daar komt de Koude Oorlog om de hoek.
Na de oorlog bouwt Nederland zijn herdenking op. Monumenten, namen op muren, 4 mei. Maar niet iedereen krijgt dezelfde plek. Verzetshelden als Hannie Schaft, Walraven van Hall en Gerrit van der Veen worden terecht iconen. Hun verhalen worden verteld op scholen, in boeken, in films. Hannie, het meisje met het rode haar, symbool van jonge, onvoorwaardelijke moed.
Maar waar blijft Jan-Willem Vlastuin? Waar blijven de communistische verzetsmensen? Hier wordt het verhaal analytisch en ongemakkelijk. Na 1945 komt de Koude Oorlog. De CPN, die tijdens de bezetting een motor van het verzet was, wordt na de bevrijding al snel weer verdacht gemaakt. Communist is ineens geen geuzennaam meer, maar een risico. In die politieke kou worden veel communistische verzetsdaden kleiner gemaakt, vergeten of zelfs bewust uit de officiële herdenking gehouden.
Dat is geen detail uit een geschiedenisboek. Dat is uitsluiting met tastbare gevolgen. Geen erkenning betekent geen weduwe-uitkering, geen plek op het monument, geen straatnaam, geen les in het klaslokaal. Het betekent dat families decennialang moeten uitleggen dat hun vader of opa wel degelijk een held was, ook al stond hij aan de verkeerde kant van de nieuwe politieke lijn. De Duitse bezetting was voorbij, maar de ideologische bezetting van de Koude Oorlog begon.
In Rotterdam voelen we dat scherp. Wij weten hoe snel een hele bevolkingsgroep kan worden weggezet. Havenarbeiders, communisten, de rooien van vroeger, ze bouwden de stad weer op na het bombardement, maar moesten daarna knokken om gehoord te worden. Vlastuin past precies in dat verhaal. Hij naaide, hij hielp, hij saboteerde, hij betaalde de hoogste prijs.
Herdenking is geen ritueel. Herdenking is veiligheid voor de toekomst.
Als we het vandaag over Jan-Willem Vlastuin hebben, hebben we het niet alleen over 1940-1945. We hebben het over nu. Over hoe we omgaan met vrede en veiligheid. Vrede is niet het ontbreken van oorlog. Vrede is het actief onderhouden van rechtvaardigheid. En veiligheid is niet alleen politie op straat. Veiligheid is weten dat je geschiedenis klopt, dat iedereen die gevochten heeft voor vrijheid wordt gezien.
Het verhaal van Vlastuin laat zien dat verzet geen eenheidsworst was. Het waren katholieken, gereformeerden, liberalen, socialisten en communisten die samenwerkten terwijl ze het over bijna alles oneens waren. Die samenwerking onder druk is de echte les. Niet de verdeeldheid, maar het vermogen om ondanks politieke verschillen één doel te dienen: de bevrijding van Nederland.
Voor lezers van meneerSoemo.com in Nederland, Vlaanderen, Suriname en Caribisch Nederland is dat relevant. Wij kennen allemaal vormen van uitsluiting na strijd. Wij weten hoe koloniale geschiedenis, arbeidersgeschiedenis en verzetsgeschiedenis door elkaar lopen. Vlastuin als kleermaker, als communist, als Zutphenaar, hoort in dat grotere verhaal thuis. Niet als voetnoot, maar als hoofdstuk.
Het erfgoed van een man zonder standbeeld leeft in de handen van wie zijn verhaal doorvertelt.
Jan-Willem Vlastuin heeft geen groot monument op de Coolsingel. Zijn naam staat niet op elke schoolmuur. Maar zijn erfgoed is er wel. Het zit in de manier waarop we naar verzet kijken. Niet alleen als iets van generaals en spionnen, maar als iets van gewone mensen met een schaar, een naaimachine en een adresboek vol vertrouwen.
Zijn moed herinnert ons eraan dat helden vaak in de schaduw werken. Dat ze na de oorlog soms opnieuw moeten vechten, nu voor erkenning. En dat herdenken pas echt iets betekent als we ook de vergeten verhalen durven op te tillen, juist die van de communistische verzetsman die zei: niet schieten.
Laten we dat blijven doen. Niet omdat het moet, maar omdat onze toekomst veiliger wordt als onze geschiedenis eerlijker wordt. Van de Maas tot de IJssel, van Oudenhoorn tot Zutphen. Het draadje van Vlastuin loopt nog steeds door onze jas.





Plaats een reactie