Van eerste wereldoorlog tot crack epidemie: Cocaïne, NCF en smokkel via Rotterdam

Rotterdam, 4 januari 2025 – kent de geur van coke niet uit boeken, maar uit de haven. Uit containers die te lang blijven staan. Uit loodsen waar een lamp te lang brandt. De stad die na de bommen van mei 1940 opnieuw werd opgetrokken uit stof en staal, weet hoe snel handel omslaat in overleven. Wie vandaag langs de Maas loopt en kijkt naar kranen die draaien, kijkt onbewust naar dezelfde logistieke ader waarlangs honderd jaar geleden een andere witte lading Europa binnenkwam. Niet uit Colombia, niet uit Suriname, maar uit Amsterdam. Uit de fabriekshal van de Nederlandsche Cocaïne Fabriek.

Na de Eerste Wereldoorlog kwamen ze terug met lege ogen. Britse jongens, Franse jongens, Duitse jongens die vier jaar in de modder hadden gelegen. Loopgraven die je longen vol slib trokken. Artsen hadden in die jaren maar één antwoord op pijn die niet te plaatsen was: morfine voor de wond, cocaïne voor de geest. Het werd voorgeschreven als een soort wondermiddel tegen vermoeidheid, tegen neerslachtigheid, tegen de kou. Toen de wapens zwegen, bleef de chemie doorwerken in het lichaam. In Londen, in de wijk Soho, dook een nieuw type gebruiker op. Niet de elite die snuift op feestjes, maar de veteraan die niet meer slaapt. De arbeider die trillend aan de lopende band staat. Groot-Brittannië spreekt achteraf over de eerste crackverslaafden, al heette het toen nog anders. Mannen die cocaïne kookten, mengden, inhaleerden om een paar uur rust te kopen.

Advertenties

De Nederlandsche Cocaïne Fabriek als schakel in de wereldhandel

De Nederlandsche Cocaïne Fabriek, de NCF, was geen achteraf lab. Het was een beursgenoteerd bedrijf met een keurige gevel en een wereldwijd distributienetwerk. Nederland was door zijn neutraliteit tijdens de Eerste Wereldoorlog een van de weinige landen waar de productie ongestoord kon doordraaien. Terwijl om ons heen fabrieken werden omgebouwd tot munitiefabrieken, draaide in Amsterdam de molen voor cocaïne op volle toeren. De grondstof kwam via Java, via de koloniale plantages, en werd hier geraffineerd tot farmaceutische kwaliteit. Wat begon als medicijn, eindigde als massaproduct.

De handelsreizigers van de NCF reisden met koffers vol monsters door Europa. Conny Braam beschrijft dat precies in haar boek “De handelsreiziger van de Nederlandsche Cocaïne Fabriek”. Ze volgt Lucien Hirschland, die de wereld over gaat om te verkopen, en zet hem tegenover Robin Ryder, een Britse soldaat die na terugkeer van het front langzaam wegzakt in verslaving. Het is geen moralistisch boek. Het laat zien hoe een legale handel, met vergunningen en rekeningen, direct een illegale markt voedt. De haven van Rotterdam was daarin het draaipunt. Wat binnenkwam als medicijn, verliet de stad als straatwaar. De smokkel zat niet aan de rand van de economie, maar in het hart ervan.

Waarom soldaten grepen naar morfine, heroïne en cocaïne

Maffia

Wie de Eerste Wereldoorlog alleen ziet als een oorlog van generaals, mist het lichaam. Soldaten leefden maanden met natte voeten, met ratten, met gas. Morfine, codeïne en heroïne werden aan het front uitgedeeld om pijn van granaatscherven te verdoven. Cocaïne en alcohol werden gebruikt om de angst weg te drukken en toch te kunnen blijven functioneren. Het leger had er belang bij dat een man doorliep. Dat hij niet bevroor. Dat hij zijn geweer bleef vasthouden.

Die logica van prestatieverbetering onder druk is nooit verdwenen. Het verschil is dat de soldaat van toen na 1918 zonder begeleiding, zonder zorg, zonder taal voor trauma de wijk werd ingestuurd. Er waren geen protocollen voor PTSS, geen begrip voor wat we nu morele verwonding noemen. Er was wel een apotheker op elke hoek en een dealer twee straten verder. Verslaving werd zo geen individueel falen, maar een maatschappelijke naschok van de oorlog. Gezinnen vielen uit elkaar, banen gingen verloren, buurten werden onveiliger. De rust die de samenleving zocht na vier jaar bommen en dood, werd ondermijnd door een stille epidemie die uit de medicijnkastjes kwam.

De literatuur uit die tijd probeert dat te vangen. Paul Fussell laat in “The Great War and Modern Memory” zien hoe de taal van soldaten veranderde. Hoe romantiek werd ingeruild voor cynisme, voor ijle ironie. Martin Gilbert schetst in “The First World War: A Complete History” de totale ontwrichting van samenlevingen, waarbij drugsgebruik geen voetnoot is, maar een symptoom van een continent dat zijn zenuwstelsel kwijt is. Paulien Derwort toont in “The War of the Minds” dat de oorlog ook een ideeënoorlog was. Intellectuelen verdedigden hun wereldbeeld terwijl aan het front de werkelijkheid al chemisch werd gemanaged.

De lijn van Rotterdam naar Paramaribo en Los Angeles

Wie denkt dat dit een verhaal is uit stoffige archieven, moet de Maas volgen naar zee en dan verder kijken. De routes zijn hetzelfde gebleven, alleen de vlaggen zijn veranderd. In de jaren tachtig duikt Suriname op als knooppunt. Desi Bouterse, legerleider na de staatsgreep van 1980, later president, wordt een figuur waarin politiek, leger en drugshandel samenvallen. In Nederland wordt hij veroordeeld voor drugshandel, in Suriname voor de Decembermoorden van 1982. Bouterse laat zien wat er gebeurt als een staat zwak is en een haven sterk. Dan wordt de staat zelf een doorvoerhaven. De straat in Rotterdam voelt dat direct. De prijs zakt, de zuiverheid stijgt, de onrust in bepaalde wijken neemt toe. Veiligheid is dan geen abstract begrip, maar de vraag of je kind veilig naar school fietst terwijl er elders deals worden gesloten.

Advertenties

Aan de andere kant van de oceaan staat Gary Webb. Een Amerikaanse onderzoeksjournalist die in zijn serie “Dark Alliance” blootlegt hoe de CIA en de Nicaraguaanse Contra-rebellen via de crack-cocaïnehandel in Los Angeles geld ophaalden voor hun oorlog tegen het Sandinistische bewind. Webb beschrijft geen complot in een rokerige kamer, maar een koude boekhouding van de Koude Oorlog. Amerika vocht het communisme met alle middelen, en als die middelen via crack door zwarte wijken in LA gingen, dan was dat bijzaak. De gemeenschappen die werden overspoeld met goedkope, rookbare cocaïne, betaalden de prijs voor een geopolitieke schaakzet. Ook daar zie je dezelfde beweging als na 1918: de last van een verre oorlog landt in de straat, in verslaving, in gebroken gezinnen, in een gebrek aan rust en perspectief.

Wat de geschiedenis ons leert over rust, veiligheid en begrijpen

De vergelijking tussen Bouterse en Webb is daarom geen gezochte parallel, maar een noodzakelijke. Bouterse vertegenwoordigt de machthebber die de handel gebruikt om zijn macht te financieren en te bestendigen. Webb vertegenwoordigt de journalist die laat zien hoe grootmachten diezelfde handel gedogen of faciliteren zolang het hun strategische doel dient. In beide gevallen is de gebruiker aan het einde van de keten geen klant, maar collateral.

Zo wil Nederland van de coke af

Rotterdam begrijpt dat beter dan welke stad ook in Nederland. Wij hebben de bommen overleefd, wij hebben de wederopbouw gedragen, wij weten hoe een wijk kan kantelen als de economie onder druk staat en de verleiding groot is. De eerste crackverslaafden in Groot-Brittannië van honderd jaar geleden en de jongens die nu in de nacht bij de Keileweg wachten op een signaal, zijn verbonden door dezelfde lijn. Het is de lijn van trauma dat geen plek krijgt, van handel die winst ruikt, van politiek die wegkijkt als het uitkomt.

Drugs zijn nooit alleen drugs geweest. Het zijn geopolitieke instrumenten. De NCF was een legaal bedrijf dat opereerde binnen de wetten van zijn tijd en toch de basis legde voor een illegale wereldmarkt. De morfine in de veldhospitalen van 1916 en de cocaïne in de straten van 1923 waren twee kanten van dezelfde medaille. De moderne cocaïne die via Suriname en de Cariben naar West-Europa komt, en de crack die in de jaren tachtig Los Angeles teisterde, volgen hetzelfde patroon. Wie de geschiedenis van drugs alleen leest als criminaliteit, mist de helft. Wie hem leest als geopolitiek, begrijpt waarom veiligheid in de wijk altijd begint bij het begrijpen van de haven, de wereld en de prijs die mensen betalen als hun lichaam wordt ingezet voor andermans oorlog.

Reacties

Plaats een reactie